
Thomas Olde Heuvelt: ‘We zijn allemaal bang voor dezelfde dingen’
Hij won als eerste vertaalde auteur een Hugo Award, brak internationaal door met HEX en wordt geprezen door Stephen King. Maar waar is horrorschrijver Thomas Olde Heuvelt zelf bang voor? Tijdens Elfia vertelt hij over de dood van zijn vader, de verhalen die hem als kind hielpen en waarom schrijven voor hem soms voelt als van een klif springen. Wat doe je als je bang bent voor de dood? Je kunt proberen er niet aan te denken. Je kunt je angsten onder ogen zien. Of je kunt er verhalen over schrijven om er grip op te krijgen. Dat laatste is wat Thomas Olde Heuvelt al sinds zijn jeugd doet. En met succes. Zijn boeken worden in meer dan 25 landen uitgegeven, Stephen King is fan van zijn werk en in 2015 won hij de prestigieuze Hugo Award voor zijn korte verhaal The Day the World Turned Upside Down. Tijdens Elfia sta ik eindelijk tegenover de schrijver die ik al jaren graag eens wilde ontmoeten. Achter een tafel vol boeken vertelt hij enthousiast over zijn carrière, zijn liefde voor horror en de bijzondere rol die verhalen in zijn leven spelen. En natuurlijk kan ik het niet laten hem te vragen waar hij zelf het bangst voor is. Het antwoord komt zonder aarzelen. ‘Ik ben by far het bangst voor het verlies van dierbaren.’ Verlies Toen Thomas jong was, verloor hij zijn vader. Die ervaring heeft diepe sporen nagelaten en komt in verschillende vormen terug in zijn boeken. Vooral in zijn meest recente roman, Het laatste verhaal van Jamie Gunn, die in november 2025 verscheen. Het boek gaat over een jongen die zijn vader verliest en via verhalen betekenis probeert te geven aan zijn verdriet. Maar zoals je van Olde Heuvelt kunt verwachten, krijgt dat een behoorlijk duistere wending. Jamie ontdekt namelijk een verhaal waarvan het einde je letterlijk kan doden. Thomas vertelt dat het verhaal symbool staat voor de dood zelf, iets waar we uiteindelijk allemaal mee te maken krijgen. Een muil vol tanden Maar er is nog iets waar de internationaal succesvolle horrorschrijver bang voor is. Haaien. Hij moet er zelf om lachen. Hij kent de statistieken en weet dat mensen een veel grotere bedreiging vormen voor haaien dan andersom. Toch blijft het beeld van een enorme muil vol tanden hem angst aanjagen. En dat levert een opmerkelijk verhaal op. Thomas woont tegenwoordig in Zuid-Frankrijk, waar hij regelmatig van hoge rotsen in de Middellandse Zee springt. Niet omdat hij geen hoogtevrees heeft, maar juist omdat hij probeert die angst te overwinnen. Iedere keer als hij boven op zo’n rots staat, ziet hij in gedachten een enorme haaienbek in het water opengaan. ‘Tot nu toe is dat gelukkig nog nooit gebeurd’. Maar wat helpt hem beter om met die angsten om te gaan: van een klif springen of erover schrijven? Het schrijven, zegt hij. Zo’n sprong levert een korte adrenalinekick op, maar met verhalen kan hij zijn angsten veel dieper onderzoeken. De oom die hem leerde monsters te verslaan De liefde voor griezelverhalen begon bij Thomas al op jonge leeftijd, dankzij een bijzondere oom. Die merkte hoezeer de jonge Thomas bezig was met de dood van zijn vader. In plaats van hem weg te houden bij enge verhalen, liet hij hem juist kennismaken met boeken waarin kinderen met monsters en de dood werden geconfronteerd. Zo ontdekte Thomas De Heksen van Roald Dahl en Dracula van Bram Stoker. ‘Ik was zeven jaar. Daar was ik doodsbang voor.’ Maar tegelijkertijd ontdekte hij iets belangrijks. In die verhalen konden kinderen hun angsten ook overwinnen. Monsters waren niet alleen angstaanjagend, je kon ze soms ook verslaan. Zijn oom nam hem soms mee naar de Duivelsberg bij Beek, vlak bij Nijmegen. Tijdens avondwandelingen vertelde hij over heksen die ‘s nachts in het bos hadden gedanst. Als ze een heksenkring tegenkwamen, moest Thomas met zijn ogen dicht verder lopen. En natuurlijk geloofde hij dat. Jaren later zouden de herinneringen aan die wandelingen een belangrijke inspiratiebron worden voor zijn bekendste roman, HEX. Daarin wordt een dorp bij Nijmegen geteisterd door een eeuwenoude heks met dichtgenaaide ogen en mond. De bewoners hebben geleerd met haar aanwezigheid te leven, maar wanneer een groep jongeren de heks wereldkundig wil maken, lopen de zaken volledig uit de hand. Het boek maakte Thomas internationaal beroemd. De roman werd uiteindelijk in tientallen landen uitgegeven en kreeg lovende reacties van onder anderen Stephen King. Van beginnende schrijver op Elfia tot internationale doorbraak Wat ik ontzettend leuk vind, is dat Thomas’ carrière ook een bijzondere band heeft met Elfia. Lang voordat hij internationaal doorbrak, stond hij er al met zijn boeken. Als jonge schrijver had hij zelfs speciaal een colbertje aangetrokken, omdat hij dacht dat schrijvers er zo uit hoorden te zien. Daar moet hij nu hartelijk om lachen. Maar het evenement betekende veel voor hem. Voor het eerst ontmoette hij lezers die hij helemaal niet kende. Mensen die zijn boeken kochten en een jaar later terugkwamen om te vertellen wat ze ervan vonden. Dat was een bijzondere ervaring. ‘Ik heb de verbeelding van een lezer nodig om het echt te maken’, vertelt hij. Een verhaal bestaat volgens Thomas niet alleen in het hoofd van de schrijver. Pas wanneer iemand anders het leest en er zelf beelden en emoties bij krijgt, komt het echt tot leven. Zijn internationale doorbraak verliep overigens niet helemaal zoals je zou verwachten. Drie jaar achter elkaar werd hij genomineerd voor een Hugo Award. De eerste twee keer reisde hij naar de prijsuitreiking en eindigde hij als laatste van de vijf genomineerden. De derde keer had hij er genoeg van. Hij besloot thuis te blijven. En juist toen won hij. Die prijs opende de deur naar internationale uitgevers. Met HEX brak hij definitief door, waarna ook zijn latere romans Echo, Orakel en November wereldwijd hun weg naar lezers vonden. Tijdens zijn reizen ontdekte hij dat de reacties van lezers uit verschillende landen opvallend veel op elkaar lijken. Volgens Thomas zijn mensen overal bang voor dezelfde fundamentele dingen: het verlies van geliefden, de dood, het donker en de angst om jezelf kwijt te raken. Of je nu in Nederland, Brazilië of Taiwan woont, zulke angsten zijn herkenbaar. En juist daarom werken zijn verhalen over de hele wereld. Schrijven zonder te weten hoe het afloopt Natuurlijk ben ik ook benieuwd hoe Thomas zijn boeken schrijft. Ik verwacht eigenlijk dat iemand die zulke ingewikkelde, spannende verhalen bedenkt, zijn plot zorgvuldig uitwerkt voordat hij begint. Maar niets is minder waar. ‘Ik moet gegrepen worden door een idee. Door een sterk visueel uitgangspunt.’ Thomas is een echte beelddenker. Vaak begint een roman met één vreemd of verontrustend beeld dat hem niet meer loslaat. Bij Orakel was dat bijvoorbeeld een mysterieus schip dat midden in een tulpenveld ligt. Er staat een luik open. Een jongen ziet zijn vader naar binnen gaan, maar die komt niet meer terug. Wat is daar gebeurd? Vanuit die ene vraag begint Thomas te schrijven. En het verrassende is dat hij zelf meestal ook nog niet weet waar het verhaal naartoe gaat. ‘Ik plan ongeveer één hoofdstuk vooruit. De rest vormt zich tijdens het schrijven.’ Dat vindt hij iedere keer opnieuw doodeng. Want wat als hij het einde niet kan vinden? Tot nu toe is dat gelukkig altijd gelukt. Het doet me denken aan zijn sprongen van de rotsen in Zuid-Frankrijk. Is schrijven voor hem niet eigenlijk hetzelfde? Een sprong in het diepe, zonder te weten waar je terechtkomt? Thomas lacht. ‘Absoluut, dat is het ook.’ Nieuwe verhalen en plannen voor verfilmingen Ook na zijn internationale successen blijft Thomas nieuwe verhalen bedenken. Tijdens ons gesprek vertelt hij dat hij werkt aan een roman die zich opnieuw dicht bij zijn geboortegrond afspeelt, in Nijmegen. Veel wil hij er nog niet over kwijt, behalve dat hij een bekend archetype uit het horrorgenre op een onverwachte manier wil omdraaien. Daarnaast zijn er plannen voor verfilmingen van zijn boeken. Hij vertelt enthousiast dat hij binnenkort naar New York vertrekt om een kijkje te nemen op de set van de nieuwe The Exorcist, van regisseur Mike Flanagan. De filmmaker werkt volgens Thomas ook aan een scenario voor een van zijn boeken. Welk boek dat is, maakt hij tijdens ons gesprek niet bekend. Waarom we enge verhalen nodig hebben Wat me na ons gesprek vooral bijblijft, is dat Thomas Olde Heuvelt helemaal niet schrijft om zijn lezers alleen maar bang te maken. Natuurlijk, zijn boeken zitten vol heksen, monsters en bovennatuurlijke verschrikkingen. En hij weet als geen ander hoe hij je ‘s nachts wakker kan houden. Maar achter al die horror zitten heel menselijke verhalen. Over de angst om iemand te verliezen. Over verdriet dat niet zomaar verdwijnt. Over de dood, waar we allemaal vroeg of laat mee geconfronteerd worden. Zijn oom begreep al dat verhalen een kind kunnen helpen om met zulke grote angsten om te gaan. Door monsters een gezicht te geven, kun je er ook iets tegenover stellen. Misschien is dat wel een van de redenen waarom we rond Halloween zo graag griezelverhalen vertellen. We zoeken de spanning bewust op, juist omdat we weten dat we het boek uiteindelijk weer dicht kunnen slaan. Al moet je bij Het laatste verhaal van Jamie Gunn misschien toch even oppassen. Want op de achterflap staat niet voor niets de waarschuwing: ‘Wat je ook doet, lees niet de laatste pagina.’ Over Thomas Olde Heuvelt Thomas Olde Heuvelt groeide op in de omgeving van Nijmegen en woont tegenwoordig in Zuid-Frankrijk. Hij is internationaal bekend van onder meer HEX, Echo, Orakel, November en Het laatste verhaal van Jamie Gunn. In 2015 won hij de Hugo Award voor The Day the World Turned Upside Down. Zijn boeken worden in meer dan 25 landen uitgegeven. Meer informatie: Officiële website van Thomas Olde Heuvelt Dit interview werd opgenomen tijdens Elfia voor Fantasyfans.nl. Beluister het volledige gesprek in de Fantasyfans-podcast, waarin Thomas nog veel meer vertelt over zijn carrière, zijn angsten en zijn manier van schrijven. Zoek ‘m op in je favoriete podcast app of luister via de player bovenaan deze pagina. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe


















