
De grot die gebouwd was verbergt een veel groter geheim
Een jongen wordt in paniek door de bewakers van de citadel achtervolgd. Niet veel later kan hij zich niets meer herinneren. Dan vinden een paar studenten een verborgen doos met daarin een brief. De boodschap: er klopt iets fundamenteel niet aan de plek waar ze wonen. En het heeft alles te maken met hun eigen verleden. Dat is het mysterie waarmee G.J.G. Klaassen de jonge hoofdpersonen van zijn fantasydebuut De grot die gebouwd was confronteert. Op het eerste gezicht heeft hij een wereld geschapen met veel herkenbare ingrediënten voor fantasyliefhebbers: magie, verschillende volken, een oude oorlog en een grote citadel waar jongeren uit alle windstreken samenkomen. Maar onder dat avonturenverhaal ligt een veel ongemakkelijkere vraag: wat doe je als je ontdekt dat alles wat je over jezelf dacht te weten misschien niet waar is? Een citadel vol geheimen Hoofdpersoon Sidon is ongeveer dertien wanneer hij in de citadel terechtkomt. Hij ontmoet er jongeren uit verschillende delen van een behoorlijk omvangrijke wereld, waarvoor Gijs zelfs twee kaarten heeft gemaakt. Ze volgen lessen, leren elkaar kennen en ontdekken volken en culturen die voor hen soms compleet nieuw zijn. Een van Sidons beste vrienden is bijvoorbeeld een Asem. Hij lijkt op een mens, maar waar wij haar hebben, groeien bij hem veren op zijn hoofd en armen. Naarmate hij ouder wordt, krijgt hij er steeds meer. Ook magiërs bestaan in deze wereld, al leven zij relatief geïsoleerd. Daar ligt een geschiedenis van oorlog en conflict achter die geleidelijk een rol gaat spelen in het grotere verhaal. Aanvankelijk lijkt de citadel een plek waar Sidon lessen volgt, nieuwe vrienden maakt en de wereld leert kennen. Maar al vanaf de eerste dag gebeuren er vreemde dingen en wordt duidelijk dat achter het dagelijks leven in de citadel iets anders schuilgaat. Bewakers gedragen zich vreemd. Studenten maken dingen mee die ze niet kunnen verklaren. Herinneringen blijken niet vanzelfsprekend betrouwbaar. En dan is er die brief. Iemand probeert de jongeren duidelijk te maken dat ze vragen moeten gaan stellen over de citadel, maar vooral ook over de tijd vóórdat ze daar kwamen. Wie ben je als je niet weet waar je vandaan komt? Daar raakt het fantasy-mysterie aan iets wat Gijs dagelijks om zich heen ziet. Naast schrijver is hij docent op een middelbare school. Juist rond de leeftijd van zijn personages ziet hij jongeren steeds nadrukkelijker bezig zijn met vragen als: wie ben ik eigenlijk? Waar hoor ik bij? Wie wil ik worden? In zijn fantasywereld kan Gijs die herkenbare zoektocht uitvergroten. Want wat gebeurt er met je identiteit als je ontdekt dat zelfs het verhaal over je eigen verleden misschien niet klopt? Die ontwikkeling stopt bovendien niet na het eerste boek. De grot die gebouwd was is het begin van een geplande trilogie en Gijs wil zijn personages daadwerkelijk ouder laten worden. In het vervolg wil hij ook vaker vanuit verschillende personages vertellen. Dat maakt conflicten interessanter. Twee vrienden kunnen immers precies hetzelfde meemaken en daar totaal anders naar kijken. Volgens Gijs hoort dat ook bij opgroeien: je ontwikkelt eigen overtuigingen, ontdekt dat je het niet altijd met je vrienden eens bent en moet bepalen hoe je daarmee omgaat. Fantasy hoeft niet altijd veilig te zijn Een schrijver die Gijs daarbij inspireert is George R.R. Martin. Niet omdat hij van zijn verhaal onmiddellijk een nieuwe Game of Thrones wil maken, maar vanwege de manier waarop Martin conflicten uit personages, familieverhoudingen en overtuigingen laat voortkomen. Gijs denkt daarbij bewust na over hoe ver hij kan gaan. Zijn personages zijn jong, maar dat betekent voor hem niet dat alles wat ze meemaken vriendelijk of ongevaarlijk moet blijven. Hij wijst bijvoorbeeld op The Hunger Games en Avatar: The Last Airbender. Verhalen die toegankelijk zijn voor een jong publiek kunnen ondertussen behoorlijk zware onderwerpen aansnijden. In Avatar komen bijvoorbeeld oorlog, verlies, rouw en zelfs genocide voorbij. Het gaat volgens hem niet alleen om wat je laat gebeuren, maar vooral om hoe je het beschrijft. Een gebeurtenis kan verschrikkelijk zijn zonder dat een schrijver ieder gewelddadig detail hoeft te vertellen. Op die manier kan een verhaal behoorlijk donker worden, zonder dat het ook expliciet gewelddadig hoeft te worden. Waarom is die grot eigenlijk gebouwd? En dan blijft natuurlijk nog die merkwaardige titel. Want wie bouwt er nu een grot? Het antwoord ligt in een onverwachte inspiratiebron voor een fantasyroman: de Griekse filosoof Plato. In zijn beroemde allegorie van de grot beschrijft Plato mensen die hun hele leven in een grot hebben gezeten en alleen schaduwen van de werkelijkheid kennen. Voor hen zijn die schaduwen de werkelijkheid, totdat iemand ontdekt dat er buiten de grot een veel grotere wereld bestaat. Dat idee werd voor Gijs een belangrijk thema voor zijn geplande trilogie. De grot uit de titel moet je daarom niet letterlijk zoeken op de kaart van zijn fantasywereld. Het is eerder een werkelijkheid die voor iemand is geconstrueerd. Sidon en zijn vrienden zullen moeten ontdekken wat waar is, wat hun is verteld en wat er werkelijk met hen is gebeurd. Plotseling krijgt die vreemde titel daardoor iets dreigends. Want als de grot waarin je leeft gebouwd is, heeft iemand bepaald hoe jij die werkelijkheid moet zien. En dan wordt de belangrijkste vraag: waarom? Links: * Bestel het boek op Boekscout of Bol.com * Volg GJG Klaassen op social media: Facebook | Instagram Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe


















