
Sciencefiction is ideeënliteratuur
Stel dat we over een paar eeuwen versleten lichaamsdelen gewoon kunnen vervangen. Een nieuw skelet als het oude niet meer meewerkt, verbeterde ogen wanneer je zicht achteruitgaat en technische hulpmiddelen voor alles waar ons lichaam ons in de steek laat. Een aantrekkelijk vooruitzicht, totdat je bedenkt dat al die nieuwe onderdelen waarschijnlijk hun eigen gebruiksaanwijzing hebben. Misschien heeft dat kunstmatige skelet een beperkte levensduur. Misschien moeten die verbeterde ogen iedere dag met een speciaal zalfje worden onderhouden. En als je nu al regelmatig je bril kwijt bent, waarom zou je in de toekomst ineens wél al je technische hulpmiddelen kunnen terugvinden? Het is precies het soort gedachte-experiment waar Jango Mathijsen en Anaïd Haen plezier in hebben. ‘Het begint wel heel vaak met: wat als?’, zegt Jango. ‘Ja, maar dat is nog niet erg genoeg’, vult Anaïd aan. ‘En dan denken we alsmaar door. Totdat we echt een groot probleem hebben.’ Die manier van denken vormt de basis van veel van hun sciencefiction. In de verhalenbundels Er Zal Eens verkennen ze verschillende mogelijke toekomsten, terwijl hun Ruimtebrekers-serie zich afspeelt in een universum waarin de mensheid zich ver door het Melkwegstelsel heeft verspreid. Hun toekomst is zelden probleemloos, maar ook lang niet altijd de duistere dystopie die sciencefiction soms van ons maakt. Liever naar de toekomst Anaïd weet in ieder geval welke kant ze op zou gaan als tijdreizen ooit mogelijk wordt. Niet terug naar een romantisch verleden, maar vooruit. ‘Ik zou altijd naar de toekomst willen. Ik zou altijd willen weten wat er komt.’ Ook Jango kijkt betrekkelijk optimistisch naar wat daar op ons wacht. Technologische vooruitgang heeft volgens hem in het verleden veel bijgedragen aan onze levensstandaard en ons welzijn. Hij ziet geen reden waarom die ontwikkeling zou moeten stoppen. Alleen verandert technologie één ding niet: de mens zelf. ‘De mens blijft de mens. We hebben heel veel positieve eigenschappen als mensheid, maar er zijn ook een aantal slechte eigenschappen.’ Daarmee is meteen het probleem van een tè perfecte toekomst opgelost. Nieuwe uitvindingen kunnen ons leven aangenamer maken, maar ze geven ons ook nieuwe mogelijkheden om fouten te maken. Hoe krachtiger de technologie, hoe groter bovendien de mogelijke gevolgen als iemand haar verkeerd gebruikt. Voor een sciencefictionschrijver is dat vruchtbare grond. In Er Zal Eens spelen Jango en Anaïd bijvoorbeeld met een technologie waarmee iemand zijn behoefte aan slaap kan uitschakelen en met een vorm van tijdreizen waarbij je terugkeert in je eigen leven. Ze beginnen daarbij niet met de vraag welke spectaculaire technologie ze kunnen verzinnen, maar wat zo’n uitvinding met een mens zou doen. Met de camper door het heelal Sommige toekomstideeën hebben verrassend alledaagse wortels. Anaïds eerste sciencefictionverhaal, Lieve Liefde, ontstond mede vanuit haar liefde voor reizen met een camper. Op camperplaatsen ontstaan tijdelijke gemeenschappen. Mensen komen aan, helpen elkaar wanneer dat nodig is en trekken daarna weer verder. Anaïd stelde zich voor dat reizen door de ruimte ooit op een vergelijkbare manier zou kunnen werken: het heelal als een enorm vrij gebied waarin mensen elkaar onderweg ontmoeten en vervolgens weer hun eigen richting kiezen. Iets van dat idee kwam later terug in het Ruimtebrekers-universum. Daar heeft de mensheid zich over een groot deel van het Melkwegstelsel verspreid en reizen ruimteschepen via ‘geulen’ door de ruimte. Jango vergelijkt ze met de vaarwegen die een ijsbreker door het poolijs maakt. Alleen worden deze geulen door het continuüm van de ruimte gebroken. Ze moeten worden aangelegd en onderhouden, wat vanzelf weer allerlei mogelijkheden voor nieuwe verhalen oplevert. Anaïd ziet zichzelf er al doorheen reizen in een soort ruimtecamper. Het aardige is alleen dat die van binnen waarschijnlijk een stuk minder futuristisch zou zijn dan je bij een sciencefictionschrijver verwacht. Een koekoeksklok in de ruimtecamper Thuis loopt Anaïd namelijk bepaald niet voorop met de nieuwste snufjes. ‘Ik ben heel erg van de oude meuk.’ Ze houdt spullen het liefst zo lang mogelijk en repareert ze wanneer dat kan. De vanzelfsprekendheid waarmee een telefoon na een paar jaar wordt vervangen, verbaast haar. Niet omdat nieuwe technologie haar niet interesseert, maar omdat ze weinig reden ziet om iets weg te doen dat nog prima functioneert. Een robotstofzuiger heeft ze dus niet. Ze kookt zelfs nog op gas, met het praktische argument dat ze bij een stroomstoring tenminste nog thee kan zetten. In haar denkbeeldige ruimtecamper zou daarom best een ouderwetse klok kunnen hangen die je met de hand moet opwinden. ‘Dan weet je in ieder geval hoe laat het is op Mars.’ Het klinkt bijna tegenstrijdig: gefascineerd zijn door de technologie van morgen en tegelijkertijd gehecht zijn aan de spullen van gisteren. Maar misschien is juist dat een interessante houding voor iemand die sciencefiction schrijft. Niet iedere nieuwe uitvinding maakt het leven automatisch beter en niet alles wat oud is, hoeft vervangen te worden. Sciencefiction als ideeënliteratuur Jango groeide op met de klassiekers van het genre. Hij begon als kind met Jules Verne en kwam vervolgens terecht bij H.G. Wells, Isaac Asimov, Arthur C. Clarke en Philip K. Dick. Anaïd ontdekte Nederlandse sciencefiction juist via een schrijver op KorteVerhalen.nl. Tot dat moment had ze, zoals ze zelf zegt, om de een of andere reden gedacht dat sciencefiction ‘iets Amerikaans’ was. De ontdekking dat een Nederlandse schrijver het ook gewoon kon doen, bracht haar op een simpele gedachte: misschien kon zij dat zelf ook. Die liefde voor korte verhalen is gebleven. Jango noemt sciencefiction zelfs ‘ideeënliteratuur’. Een roman geeft ruimte om een complete wereld uit te bouwen, maar soms is één sterk idee genoeg voor een kort verhaal. Wat gebeurt er als we niet meer hoeven te slapen? Wat doet tijdreizen met ons als we niet naar een historische periode reizen, maar terug ons eigen leven in? Welke problemen ontstaan als we steeds meer onderdelen van ons lichaam kunnen vervangen? Sciencefiction hoeft daarbij voor Jango en Anaïd niet te voorspellen hoe de toekomst werkelijk zal worden. Veel interessanter is de mogelijkheid om ermee te spelen. Om vanuit de wereld van vandaag vooruit te kijken en je af te vragen wat nieuwe ontdekkingen en technologie met ons leven zouden kunnen doen. Misschien hoeven we daarbij ook helemaal niet te weten welke voorspellingen uiteindelijk uitkomen. De mens blijft de mens, zoals Jango zegt. We zullen nieuwe problemen oplossen en er ongetwijfeld weer andere voor in de plaats krijgen. Maar ergens tussen al die mogelijke toekomsten liggen verhalen te wachten. Over mensen die niet meer hoeven te slapen. Over tijdreizigers, vervangbare lichaamsdelen en ruimtecampers die door het Melkwegstelsel trekken. Er zal eens... Voor een sciencefictionschrijver zijn die drie woorden misschien al genoeg om die toekomst in te stappen. Dit artikel is gebaseerd op mijn gesprek met Jango Mathijsen en Anaïd Haen over hun sciencefiction in ‘Er Zal Eens’ en ‘Ruimtebrekers’. Je kunt het beluisteren via de audiospeler bovenaan het bericht of als podcast in je favoriete luisterapp. Zoek naar ‘Fantasyfans.nl’. Links: Bestel de boeken van Django en AnaïdDjango Mathijsen: Website | Facebook | YouTubeAnaïd Haen: Website | Facebook | InstagramGezamenlijke Facebookpagina Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe


















