Skip to content
Artwork for Fantasyfans
ArtsLeisureHobbies

Fantasyfans

De plek voor fans van fantasy, sciencefiction en andere fictie.

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig.

fatherroderick.substack.com
Play
  • 22 episodes
  • daily
  • Avg 22 min
  • Dutch
Counted on this page — what you have heard stays on this device, so it is not something the list can be paged by.
  • Thursday · 19 min

    Sciencefiction is ideeënliteratuur

    Stel dat we over een paar eeuwen versleten lichaamsdelen gewoon kunnen vervangen. Een nieuw skelet als het oude niet meer meewerkt, verbeterde ogen wanneer je zicht achteruitgaat en technische hulpmiddelen voor alles waar ons lichaam ons in de steek laat. Een aantrekkelijk vooruitzicht, totdat je bedenkt dat al die nieuwe onderdelen waarschijnlijk hun eigen gebruiksaanwijzing hebben. Misschien heeft dat kunstmatige skelet een beperkte levensduur. Misschien moeten die verbeterde ogen iedere dag met een speciaal zalfje worden onderhouden. En als je nu al regelmatig je bril kwijt bent, waarom zou je in de toekomst ineens wél al je technische hulpmiddelen kunnen terugvinden? Het is precies het soort gedachte-experiment waar Jango Mathijsen en Anaïd Haen plezier in hebben. ‘Het begint wel heel vaak met: wat als?’, zegt Jango. ‘Ja, maar dat is nog niet erg genoeg’, vult Anaïd aan. ‘En dan denken we alsmaar door. Totdat we echt een groot probleem hebben.’ Die manier van denken vormt de basis van veel van hun sciencefiction. In de verhalenbundels Er Zal Eens verkennen ze verschillende mogelijke toekomsten, terwijl hun Ruimtebrekers-serie zich afspeelt in een universum waarin de mensheid zich ver door het Melkwegstelsel heeft verspreid. Hun toekomst is zelden probleemloos, maar ook lang niet altijd de duistere dystopie die sciencefiction soms van ons maakt. Liever naar de toekomst Anaïd weet in ieder geval welke kant ze op zou gaan als tijdreizen ooit mogelijk wordt. Niet terug naar een romantisch verleden, maar vooruit. ‘Ik zou altijd naar de toekomst willen. Ik zou altijd willen weten wat er komt.’ Ook Jango kijkt betrekkelijk optimistisch naar wat daar op ons wacht. Technologische vooruitgang heeft volgens hem in het verleden veel bijgedragen aan onze levensstandaard en ons welzijn. Hij ziet geen reden waarom die ontwikkeling zou moeten stoppen. Alleen verandert technologie één ding niet: de mens zelf. ‘De mens blijft de mens. We hebben heel veel positieve eigenschappen als mensheid, maar er zijn ook een aantal slechte eigenschappen.’ Daarmee is meteen het probleem van een tè perfecte toekomst opgelost. Nieuwe uitvindingen kunnen ons leven aangenamer maken, maar ze geven ons ook nieuwe mogelijkheden om fouten te maken. Hoe krachtiger de technologie, hoe groter bovendien de mogelijke gevolgen als iemand haar verkeerd gebruikt. Voor een sciencefictionschrijver is dat vruchtbare grond. In Er Zal Eens spelen Jango en Anaïd bijvoorbeeld met een technologie waarmee iemand zijn behoefte aan slaap kan uitschakelen en met een vorm van tijdreizen waarbij je terugkeert in je eigen leven. Ze beginnen daarbij niet met de vraag welke spectaculaire technologie ze kunnen verzinnen, maar wat zo’n uitvinding met een mens zou doen. Met de camper door het heelal Sommige toekomstideeën hebben verrassend alledaagse wortels. Anaïds eerste sciencefictionverhaal, Lieve Liefde, ontstond mede vanuit haar liefde voor reizen met een camper. Op camperplaatsen ontstaan tijdelijke gemeenschappen. Mensen komen aan, helpen elkaar wanneer dat nodig is en trekken daarna weer verder. Anaïd stelde zich voor dat reizen door de ruimte ooit op een vergelijkbare manier zou kunnen werken: het heelal als een enorm vrij gebied waarin mensen elkaar onderweg ontmoeten en vervolgens weer hun eigen richting kiezen. Iets van dat idee kwam later terug in het Ruimtebrekers-universum. Daar heeft de mensheid zich over een groot deel van het Melkwegstelsel verspreid en reizen ruimteschepen via ‘geulen’ door de ruimte. Jango vergelijkt ze met de vaarwegen die een ijsbreker door het poolijs maakt. Alleen worden deze geulen door het continuüm van de ruimte gebroken. Ze moeten worden aangelegd en onderhouden, wat vanzelf weer allerlei mogelijkheden voor nieuwe verhalen oplevert. Anaïd ziet zichzelf er al doorheen reizen in een soort ruimtecamper. Het aardige is alleen dat die van binnen waarschijnlijk een stuk minder futuristisch zou zijn dan je bij een sciencefictionschrijver verwacht. Een koekoeksklok in de ruimtecamper Thuis loopt Anaïd namelijk bepaald niet voorop met de nieuwste snufjes. ‘Ik ben heel erg van de oude meuk.’ Ze houdt spullen het liefst zo lang mogelijk en repareert ze wanneer dat kan. De vanzelfsprekendheid waarmee een telefoon na een paar jaar wordt vervangen, verbaast haar. Niet omdat nieuwe technologie haar niet interesseert, maar omdat ze weinig reden ziet om iets weg te doen dat nog prima functioneert. Een robotstofzuiger heeft ze dus niet. Ze kookt zelfs nog op gas, met het praktische argument dat ze bij een stroomstoring tenminste nog thee kan zetten. In haar denkbeeldige ruimtecamper zou daarom best een ouderwetse klok kunnen hangen die je met de hand moet opwinden. ‘Dan weet je in ieder geval hoe laat het is op Mars.’ Het klinkt bijna tegenstrijdig: gefascineerd zijn door de technologie van morgen en tegelijkertijd gehecht zijn aan de spullen van gisteren. Maar misschien is juist dat een interessante houding voor iemand die sciencefiction schrijft. Niet iedere nieuwe uitvinding maakt het leven automatisch beter en niet alles wat oud is, hoeft vervangen te worden. Sciencefiction als ideeënliteratuur Jango groeide op met de klassiekers van het genre. Hij begon als kind met Jules Verne en kwam vervolgens terecht bij H.G. Wells, Isaac Asimov, Arthur C. Clarke en Philip K. Dick. Anaïd ontdekte Nederlandse sciencefiction juist via een schrijver op KorteVerhalen.nl. Tot dat moment had ze, zoals ze zelf zegt, om de een of andere reden gedacht dat sciencefiction ‘iets Amerikaans’ was. De ontdekking dat een Nederlandse schrijver het ook gewoon kon doen, bracht haar op een simpele gedachte: misschien kon zij dat zelf ook. Die liefde voor korte verhalen is gebleven. Jango noemt sciencefiction zelfs ‘ideeënliteratuur’. Een roman geeft ruimte om een complete wereld uit te bouwen, maar soms is één sterk idee genoeg voor een kort verhaal. Wat gebeurt er als we niet meer hoeven te slapen? Wat doet tijdreizen met ons als we niet naar een historische periode reizen, maar terug ons eigen leven in? Welke problemen ontstaan als we steeds meer onderdelen van ons lichaam kunnen vervangen? Sciencefiction hoeft daarbij voor Jango en Anaïd niet te voorspellen hoe de toekomst werkelijk zal worden. Veel interessanter is de mogelijkheid om ermee te spelen. Om vanuit de wereld van vandaag vooruit te kijken en je af te vragen wat nieuwe ontdekkingen en technologie met ons leven zouden kunnen doen. Misschien hoeven we daarbij ook helemaal niet te weten welke voorspellingen uiteindelijk uitkomen. De mens blijft de mens, zoals Jango zegt. We zullen nieuwe problemen oplossen en er ongetwijfeld weer andere voor in de plaats krijgen. Maar ergens tussen al die mogelijke toekomsten liggen verhalen te wachten. Over mensen die niet meer hoeven te slapen. Over tijdreizigers, vervangbare lichaamsdelen en ruimtecampers die door het Melkwegstelsel trekken. Er zal eens... Voor een sciencefictionschrijver zijn die drie woorden misschien al genoeg om die toekomst in te stappen. Dit artikel is gebaseerd op mijn gesprek met Jango Mathijsen en Anaïd Haen over hun sciencefiction in ‘Er Zal Eens’ en ‘Ruimtebrekers’. Je kunt het beluisteren via de audiospeler bovenaan het bericht of als podcast in je favoriete luisterapp. Zoek naar ‘Fantasyfans.nl’. Links: Bestel de boeken van Django en AnaïdDjango Mathijsen: Website | Facebook | YouTubeAnaïd Haen: Website | Facebook | InstagramGezamenlijke Facebookpagina Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • Wednesday · 26 min

    Heilige koeien, steampunktheologie en 3D-Pokémon op de Tavern’s Market

    In het laatste deel van mijn wandeling door Nijmegen ontmoet ik opnieuw fantasyfans die de vreemdste ideeën omtoveren tot kunst, spellen en verhalen. Hoe verder ik over de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark wandel, hoe duidelijker het wordt dat je op zo’n markt eigenlijk nooit weet wat je bij het volgende kraampje aantreft. Een heilige koe met engelenogen? Een steampunkwereld waarin relieken tot leven komen? Pokémonkaarten met echte diepte? Een koffiemok voor een storm cleric? Het staat er allemaal. Ghost of Yarn Bij Ghost of Yarn kom ik een combinatie tegen van sieraden, lino-art, stickers en werk waarin dode dieren een onverwacht tweede leven krijgen. Juist het extravagante karakter van dat werk trekt veel aandacht. Tegelijkertijd wil Yarn zich steeds meer richten op visuele kunst en wordt er gewerkt aan een portfolio met als doel een tattoo-apprenticeship. Zelf maken is daarbij belangrijk. Zo blijft niet alleen het creatieve proces in eigen handen, maar is ook duidelijk onder welke omstandigheden iets geproduceerd is. En voordat ik vertrek krijg ik nog een sticker mee van een wel heel bijzondere creatie: een koe omringd door de vele ogen van een serafijn. Een letterlijke heilige koe. Links:Ghost of Yarn: Instagram | website | webshop Steampunktheologie en levende relieken Een oude bekende op fantasy-evenementen is Bonsart Bokel, de maker van het steeds verder uitdijende steampunkuniversum rond The Association of Ishtar. Er wordt alweer gewerkt aan een volgende Kickstarter voor Cascade Girls 2, terwijl ook het derde deel in ontwikkeling is. Daarin krijgt een priester een belangrijke rol en wordt religie een groter onderdeel van de wereld. Dat leidt tot een fascinerend stukje worldbuilding. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer de rijk versierde skeletten van katholieke heiligen ineens daadwerkelijk tot leven komen? Het idee begon bij de zogenaamde catacomb saints, maar roept vervolgens allerlei vragen op. Hoe zou de Kerk reageren? Hoe verhoudt zo’n levend skelet zich tot ideeën over de verrijzenis van het lichaam? En wat motiveert zo’n heilige eigenlijk? Steampunktheologie dus. Zelfs voor mij was dat een nieuw genre. Links:The Association of Ishtar: websiteKickstarterInstagram | Facebook | YouTube Role Initiative: meer dan alleen een markt Ook de organisatie zelf heeft een kraam op het terrein, met spellen, dobbelstenen en zelfs kleine flesjes waarin magische spreuken opgerold zitten. De Tavern’s Market wordt georganiseerd vanuit Role Initiative en vindt dit jaar voor de tweede keer plaats. Daarnaast organiseert het team een groter evenement in Ewijk, Role Initiative Con, kortweg RINCON. Daar draait het niet alleen om kraampjes, maar ook om spellen en andere activiteiten. De volgende editie staat gepland als Halloween-editie. Links:Role Initiative: website | Instagram | FacebookRINCON: meer informatie Kobold Trinkets: Pokémonkaarten krijgen diepte Bij Kobold Trinkets vind ik kleine Koroks uit The Legend of Zelda: Breath of the Wild, allemaal met de hand gemaakt. Wie het spel kent, weet dat je daarin overal Koroks kunt ontdekken. Deze exemplaren kun je gelukkig gewoon thuis tussen je planten verstoppen. Nog opvallender zijn de 3D-Pokémonkaarten. Daarvoor worden verschillende exemplaren van dezelfde kaart laag voor laag uitgesneden en weer op elkaar geplaatst. Het resultaat is een Pokémonkaart waarin de illustratie letterlijk diepte krijgt. Wat je daarvoor nodig hebt? Een stapeltje kaarten, een scherp mes en vooral heel veel geduld. Links:Etsy: Kobold TrinketsInstagram: Kobold Trinkets Het Spelslot: je eerste trol verslaan Bij Spelslot worden bezoekers ondertussen zelf het avontuur ingetrokken. Tijdens de markt geven ze korte TTRPG-demo’s, en eerder die dag heb ik er zelf al een trol verslagen. Juist beginners zijn welkom. De sessies zijn bewust kort en de personages zijn eenvoudig gehouden, zodat je niet eerst een halve handleiding hoeft te bestuderen voordat je iets kunt doen. Daarmee krijg je wel meteen de essentie van een tabletop RPG mee: samen een personage spelen, keuzes maken en kijken wat er gebeurt. En voor je het weet heb je dus je eerste trol verslagen. Links:Spelslot: websiteFacebook | Instagram Van discohaaien tot digitale kunst Bij de stand van Magicraeft en Sonoscribs liggen kleurrijke prints, stickers en buttons, maar ook zelfgemaakte knuffels. De tekeningen worden digitaal gemaakt, waarbij de stijl steeds wordt aangepast aan het onderwerp. De ene illustratie neigt naar anime, de andere naar cartoons. Ook de knuffels lopen behoorlijk uiteen, van kikkertjes en walvissen tot een glitterende haai. Of beter gezegd: een discohaai. Links:Magicraeft: InstagramSonoscribs: Instagram Fantasykeramiek dat je gewoon kunt gebruiken Bij het laatste keramiekkraampje lijkt bijna ieder voorwerp uit een fantasywereld afkomstig. Naomi Petersen werkt met aardewerk en porselein en maakt bewust functionele kunst. Een beker moet er niet alleen bijzonder uitzien, je moet er ook daadwerkelijk koffie, thee of chocolademelk uit kunnen drinken. Zo ontdek ik een keramische reismok die eruitziet alsof hij voor een storm cleric is gemaakt, compleet met organische vormen en een stafachtig handvat. Andere werken zitten vol paddenstoelen en kleine dieren. Zelfs drainagegaatjes van plantenpotten worden slim in het ontwerp verstopt. Bijzonder is ook een beker die eruitziet alsof er een complete dwarsdoorsnede uit de aarde is gehaald. Helemaal onderaan zit, als een archeologische vondst, een kleine dinosaurus verborgen. Na enkele jaren als hobby is Naomi sinds kort fulltime met keramiek bezig. Juist het handgemaakte karakter moet het werk onderscheiden van massaproductie. Sommige vormen zijn zo ingewikkeld dat ze nauwelijks met een mal na te maken zouden zijn. Links:Naomi Petersen Ceramics: WebsiteInstagram Zelfgeschreven D&D avonturen Vlak voor het einde van mijn wandeling ontdek ik nog een kraam met zelfgeschreven avonturen voor Dungeons & Dragons. Niet alleen de verhalen zijn zelf bedacht, ook de werelden en het artwork eromheen zijn door de makers ontwikkeld. Opvallend is de aandacht voor queer D&D-avonturen, compleet met illustraties, locaties en eigen personages. Achter ieder kraampje zit een verhaal Na drie afleveringen op de Tavern’s Market blijft voor mij vooral dat laatste hangen. Natuurlijk kun je op zo’n markt dobbelstenen, kunst, boeken, sieraden, keramiek en knuffels kopen. Maar er gebeurt iets bijzonders wanneer je aan iemand vraagt: “Heb je dit zelf gemaakt?” Dan komt het verhaal. Over een hobby die uitgroeide tot een onderneming. Over een vreemde tekening die ineens een complete wereld werd. Over iemand die jarenlang oefende om een ambacht onder de knie te krijgen. Of over een fantasiewereld die steeds groter wordt omdat er telkens nieuwe verhalen ontstaan. Daarom zijn juist dit soort kleinere fantasymarkten zo leuk. Je hebt er nog de tijd om bij een kraampje te blijven hangen en een gesprek aan te knopen. En de kans is groot dat je diezelfde mensen een paar maanden later op een ander fantasyfestival opnieuw tegenkomt. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • Tuesday · 33 min

    Trollen, gehaakte draken en vreemde wezens op de Tavern’s Market

    In het tweede deel van mijn wandeling over de Tavern’s Market ontmoet ik de koning van het evenement, creatieve makers, schrijvers en een paar wezens die je waarschijnlijk nergens anders tegenkomt. Wat maakt een fantasymarkt leuker dan simpelweg een verzameling kraampjes? Op de Tavern’s Market in het Kronenburgerpark in Nijmegen blijkt het antwoord al snel: de mensen die er rondlopen en de verhalen die zij meenemen. In het tweede deel van mijn wandeling ontmoet ik opnieuw een bonte verzameling fantasyfans. En dit keer moet er zelfs een trol aan geloven. King Derran: een markt waar je zelf op avontuur gaat King Derran loopt niet voor niets met kroon en koninklijke wandelstok rond. Hij is de organisator van de Tavern’s Market en verzamelt de standhouders, activiteiten en bezoekers die samen zijn kleine koninkrijk vormen. Daarbij vindt hij het belangrijk dat bezoekers méér kunnen doen dan alleen spullen kopen. Miniaturen schilderen, dungeon tiles maken of samen een trol verslaan, het zijn juist die activiteiten waardoor onbekenden ineens samen op avontuur gaan. Dat sluit aan bij wat Derran zo mooi vindt aan TTRPG’s en bordspellen: je hoeft elkaar niet te kennen om samen een doel te hebben. Zet een trol voor een groep vreemden neer en je hebt meteen iets om over te praten. En er zijn alweer plannen voor de toekomst. Zo wil Derran TTRPG combineren met kunst in een project voor jongeren, waarbij deelnemers onder andere schrijven, schilderen, miniaturen maken en uiteindelijk hun eigen avontuur creëren. Links:Role Initiative Con: website | Facebook | Instagram Het Haakwerk van Lu: van oma’s haakles tot draken en octopussen Bij Het Haakwerk van Lu hangen draken, dino’s, bijtjes, kikkers, walvissen, kippen en zelfs een knuffelbare winterpeen. Luca leerde haken van haar oma, die vooral dekentjes en kleding maakte. Vijftien jaar geleden kwam Luca met een pakket voor een gehaakt aapje bij haar aanzetten. Het kostte naar eigen zeggen “bloed, zweet en tranen”, maar daarna is ze nooit meer gestopt. Inmiddels maakt ze niet alleen knuffels en sleutelhangers, maar ook babyspullen en werk op aanvraag. Haar handelsmerk is de octopus. Wat ooit begon met het uitdelen van gehaakte octopussen aan vrienden en familie, groeide uiteindelijk uit tot een complete marktkraam. Rijk wordt ze er niet van. Een klein figuurtje kost al snel een uur tot anderhalf uur werk. Maar juist het idee dat iemand jarenlang plezier kan hebben van iets dat zij heeft gemaakt, vindt Luca belangrijker. Links:Instagram | Facebook Even buurten bij bekende fantasyschrijvers Op de markt kom ik ook een aantal bekende gezichten tegen. Cocky van Dijk is er met haar handgemaakte sieraden en natuurlijk haar boeken. Het tweede deel van haar Doodschap-serie is inmiddels verschenen en ondertussen wordt er alweer hard gewerkt aan deel drie. Dat moet de trilogie afsluiten, maar afscheid nemen van de wereld lijkt er nog niet in te zitten. Tijdens het schrijven zijn alweer nieuwe verhalen en ideeën ontstaan. Even verderop staan Django Mathijsen en Anaïd Haen met een indrukwekkend breed assortiment aan verhalen, van sciencefiction en volwassen fictie tot kinderboeken. Nieuw is de verhalenbundel Fantascoop, gericht op jonge lezers vanaf ongeveer tien jaar. Ondertussen werkt Django aan iets heel anders: een western die zich grotendeels afspeelt in het Oklahoma van de late negentiende eeuw. Voor hem betekent dat vooral heel veel historisch onderzoek. Anaïd werkt intussen aan een verhaal in de Romeinse tijd. Links:Cocky van Dijk: website | Instagram | FacebookDjango Mathijsen: website | FacebookAnaïd Haen: website | Instagram | Facebook Art Mantonio: een ramenmonster met eetstokjes als horens Soms hoef je maar één tekening te zien om bij een kraam te blijven staan. Bij Art Mantonio is dat voor mij een uit de hand gelopen kom ramen. Uit de soep rijst een compleet monster omhoog, met onder andere een ei, een viscakeje en twee eetstokjes als horens. Het wordt een food token voor Magic: The Gathering. Dat vreemde, enigszins duistere en tegelijkertijd grappige typeert zijn tekenwerk. Inspiratie komt uit games, films, boeken en TTRPG’s. Antonio houdt van groteske vormen en probeert in iedere tekening iets te stoppen waardoor je als voorbijganger nog een tweede keer kijkt. Hoewel hij games en game art heeft gestudeerd en voor zijn werk veel digitaal maakt, tekent hij in zijn vrije tijd juist graag met potlood. Geen Photoshop of tablet, gewoon een schetsboek op de bank of in de trein. En verkopen is niet eens het belangrijkste. Hij neemt zijn werk vooral mee omdat hij het leuk vindt wanneer mensen blijven staan, kijken en vragen stellen. Links:Instagram: @artmantonio Een tweede leven voor Alice in Wonderland en Mary Poppins Een paar meter verder lijkt een kraam bijna op een kleurrijk theekransje. Alice in Wonderland, Mary Poppins, pompoenen en andere figuren duiken op tussen beschilderde voorwerpen. Vrijwel alles wordt zelf gemaakt. Voor het beschilderde keramiek worden vaak tweedehands voorwerpen gebruikt, die zo een nieuw leven krijgen. Dat is arbeidsintensiever dan het misschien lijkt. Vooral tekenen op ronde vormen is lastig, omdat een illustratie vanuit verschillende hoeken moet blijven kloppen. Aan sommige stukken wordt maandenlang gewerkt. Adopteer een Snorf En dan ontmoet ik misschien wel de vreemdste bewoners van de Tavern’s Market: Snorfs. Deze kleine wezens komen voort uit een zelfbedachte wereld rond het fictieve Instituut Clovis. Volgens hun bedenker zijn Snorfs per ongeluk in een laboratorium ontstaan. Inmiddels zijn ze zo afhankelijk geworden van mensen dat ze niet meer in het wild kunnen leven. De oplossing is logisch: ze moeten geadopteerd worden. Gelukkig zijn ze gemakkelijk te voeden. Snorfs leven namelijk van de natuurlijke achtergrondstraling op aarde. Zelfs een banaan bevat genoeg om voor een Snorf interessant te zijn. En daar blijft de wereldbouw niet bij. Naast Snorfs zijn er personages als Scrumpy de paddenstoel, Blompy en Wimbit, waarvoor inmiddels ook aan een kleine comic wordt gewerkt. Zelfs beschilderde stenen krijgen een verhaal. De zogenaamde Pieper Rocks combineren het idee van een pet rock met het boze oog uit de folklore. Het oog kijkt niet boos naar jou, maar naar alles wat jou kwaad zou willen doen. Het is precies het soort fantasie waar ik van hou: niet alleen iets tekenen of maken, maar meteen bedenken waar het vandaan komt, hoe het leeft en welk verhaal erachter zit. Links:Website | Korwynze webshopInstagramBlompy’s Big Adventure Comic Fantasy draait uiteindelijk om mensen Na twee wandelingen over de Tavern’s Market valt vooral op hoeveel verschillende vormen creativiteit kan aannemen. De een schrijft een boek, de ander haakt een draak, tekent een ramenmonster of verzint een complete biologie voor een Snorf. Maar misschien had King Derran aan het begin van deze aflevering wel het belangrijkste punt te pakken. Een markt als deze wordt pas interessant wanneer mensen niet alleen komen om iets te kopen, maar om elkaar te ontmoeten en samen iets te beleven. Desnoods door gezamenlijk een trol te verslaan. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • Monday · 25 min

    Fantasy, dobbelstenen en drakenslijm op de Tavern’s Market in Nijmegen (deel 1)

    Van schattige weerwolven en D&D-accessoires tot fantasykleding voor kinderen en een heuse Boekendraak: tijdens de Tavern’s Market in Nijmegen blijkt hoeveel verschillende vormen de liefde voor fantasy kan aannemen. Een stralende zon, een fontein in de vijver bij de Kruittoren en langs het water een rij kraampjes vol boeken, bordspellen, dobbelstenen en fantasykunst. De Tavern’s Market in Nijmegen is niet enorm groot, maar bijna ieder kraampje vertelt zijn eigen verhaal. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Voor de Fantasyfans podcast liep ik langs de markt en sprak ik met kunstenaars, verkopers en liefhebbers van fantasy spellen. Dit zijn de mensen die ik tijdens het eerste deel van mijn wandeling tegenkwam: Aquafox en Netherwoods: weerwolven kunnen ook schattig zijn Bij een kraampje vol pins, buttons en stickers tref ik een kunstenaar die ondertussen alweer op een iPad zit te tekenen. Veel van de illustraties zijn uitgevoerd in chibi-stijl: kleine, schattige figuurtjes met relatief grote hoofden en eenvoudige vormen. Tussen de ontwerpen zit bijvoorbeeld een kleine weerwolf op een halve maan. Geen angstaanjagend monster, maar een houtbewerker met de tekst I love wood. Daarnaast is er fanart geïnspireerd door onder andere Critical Role en Baldur’s Gate. De liefde voor die werelden komt niet uit de lucht vallen. Zelf speelt ze Dungeons & Dragons. De art wordt uitgebracht onder de naam Aquafox, terwijl Netherwoods een gezamenlijk artcollectief van een aantal vrienden is. De Tavern’s Market is inmiddels het derde evenement waar haar werk wordt verkocht. Links:Aquafox: Instagram @aquafoxarts | WebsiteNetherwoods: Instagram @netherwoodscraft Een tweede leven voor bordspellen Een stukje verderop ligt een tafel vol tweedehands spellen. Hier geen eigen webshop of groot bedrijf, maar een bordspellenliefhebber die spellen waar ze zelf niet meer aan toekomt graag een tweede kans wil geven. Dat past goed bij de opzet van de markt, waar bezoekers ook zelf een kleedje of kraampje kunnen gebruiken om spullen te verkopen. Tussen de spellen liggen onder andere titels rond In de Ban van de Ring en Moord in het Maanlicht. Het favoriete spel van de verkoopster? Zombie Dice. En dat de liefde voor fantasy verder gaat dan alleen bordspellen blijkt uit haar oorbellen: aan de ene kant een paddenstoel, aan de andere een heksenhoed, gekocht op Castlefest. Fearhoodie: van pixels naar glas-in-lood Bij Fearhoodie stralen de kleuren je tegemoet. Franca tekent al haar hele leven en staat inmiddels ongeveer vier jaar op markten. Haar illustraties worden digitaal gemaakt op de iPad, maar vervolgens verwerkt tot allerlei fysieke producten, waaronder stickers, sleutelhangers en prints. Een belangrijke inspiratiebron is Deltarune. Juist de relatief eenvoudige pixelstijl van de game geeft Franca de vrijheid om haar eigen interpretaties van de personages te maken. Bijzonder zijn haar illustraties die eruitzien als glas-in-loodramen. Die stijl wil ze verder ontwikkelen in een nieuwe serie rond tarotkaarten. De eerste schetsen zijn inmiddels gemaakt. Zelfs de inrichting van de kraam is in de loop der jaren gegroeid. Als bezoeker zag Franca hoe andere kunstenaars hun stands met grids en verhogingen opbouwden. Inmiddels staat ze zelf midden tussen haar kleurrijke creaties. Links:Fearhoodie Instagram @fearhoodie Webshop Fantasy voor de allerkleinsten Soms zie je op een fantasyfestival een baby voorbijkomen die al volledig in stijl is aangekleed. Op de Tavern’s Market ontdek ik waar een deel van die kleding vandaan zou kunnen komen. Astrea.kids specialiseert zich in kleding voor kinderen tot veertien jaar, met veel ontwerpen die aansluiten bij fantasy, D&D en andere geeky thema’s. Een van de populairste ontwerpen is een babyromper met een knipoog naar Thor: Only those worthy may pick me up. Het idee voor de winkel ontstond uit eigen ervaring. Tijdens een middeleeuws festival kreeg het kind van de eigenaresse het koud, maar nergens was passende kinderkleding te vinden. Daar bleek een gat in de markt te zitten. In oktober werd het bedrijf gestart en inmiddels staat ze onder andere op Castlefest en Elfia. De kleding wordt thuis bedrukt en persoonlijke verzoeken zijn welkom. Dat levert niet alleen unieke kleding op, maar ook nieuwe ideeën. Kinderen weten immers vaak uitstekend wat ze wel en niet leuk vinden. Links:Instagram: @Astrea.kids Website D&D wordt nóg leuker met een kasteel op tafel Een paar kramen verder herken ik een stand die ik eerder op Runeheim zag. Bij Mythic Loot draait alles om accessoires voor bordspelavonden, en dan vooral voor Dungeons & Dragons. Dobbelstenen liggen in boten, kastelen en boomstronken. Er zijn dice towers in allerlei fantasievormen en natuurlijk zijn er ook sieraden met dobbelstenen. Want hoewel je voor D&D theoretisch maar één set dobbelstenen nodig hebt, weet iedere speler hoe dat in de praktijk afloopt. Vraag een D&D-speler hoeveel sets hij bezit en het antwoord is zelden “één”. De fantasyliefde wordt ondertussen doorgegeven aan de volgende generatie. Bij de kraam loopt ook een jonge bezoeker rond met een drakenmuts. Gelukkig blijkt ze desgevraagd geen gevaarlijke draak, maar een vriendelijke. Links:Website: Mythic lootInstagram @mythic_loot Questenco: dobbelstenen rollen met een draak of eenhoorn Ook voor jonge D&D-spelers is er genoeg te vinden op de Tavern’s Market. Bij Questenco ontdek ik kleurrijke dice towers in de vorm van onder andere een draak en een eenhoorn. Voor wie nog nooit een dice tower heeft gebruikt: je gooit je dobbelstenen bovenin en laat ze door de toren naar beneden rollen. Deze exemplaren zijn speciaal voor kinderen gemaakt. Niet alleen leuk om naar te kijken, maar ook handig voor ouders die liever niet na iedere spelavond dobbelstenen onder de bank vandaan hoeven te vissen. En zo blijkt zelfs iets simpels als het gooien van een dobbelsteen weer een excuus om wat extra fantasy aan tafel te brengen. Kort: Questenco maakt kleurrijke dice towers voor kinderen, waaronder uitvoeringen in de vorm van draken en eenhoorns. Een speelse manier om jonge fantasy- en D&D-fans kennis te laten maken met dobbelspellen. Links:Instagram: @questencoWebsite De Boekendraak: op zoek naar dat ene fantasyboek En dan kom ik bij een kraam waar ik eigenlijk uit zelfbescherming snel voorbij zou moeten lopen: planken vol boeken. Boekendraak.nl verkoopt voornamelijk tweedehands boeken, met veel fantasy, historische fictie, dystopische verhalen en kinderboeken. Daarnaast verkopen ze ook nieuwe titels van Nederlandse en Belgische auteurs. De liefde voor boeken is duidelijk geen verkooppraatje. Zodra ik naar favoriete fantasyboeken vraag, vliegen de titels in het rond. De Wetten van de Magie, Noorderwind, Raymond E. Feists Magiër, Robin Hobbs boeken en werk van V.E. Schwab worden genoemd. Ook Hollandos van de Nijmeegse auteur Pepijn Hamer staat prominent op tafel. Opvallend is dat de eigenaren helemaal niet herkennen dat jongeren nauwelijks meer zouden lezen. Integendeel, ze zien juist veel jonge klanten gericht zoeken naar fantasy en dystopische verhalen. Ook kinderboeken lopen volgens hen goed. Met tweedehands boeken proberen ze lezen bovendien betaalbaar te houden. En wie een specifiek boek zoekt dat niet in de webshop staat, kan een boekzoekverzoek indienen. De Boekendraak gaat dan op zoek naar de gewenste titel. Een fantasyquest dus, maar dan door het digitale bos. Hopelijk zonder al te veel trollen onderweg. En als het boek uiteindelijk uit een grot tevoorschijn komt, wordt eerst het drakenslijm eraf gepoetst. Links:Website: boekendraak.nlInstagram: @de.boekendraak Klein van formaat, groot in fantasie Met ongeveer dertig kraampjes is de Tavern’s Market geen enorm evenement. Misschien is dat juist een deel van de charme. Je loopt niet anoniem door eindeloze rijen verkoopstands, maar raakt voortdurend aan de praat met mensen die zelf tekenen, spellen spelen, kleding ontwerpen of boeken verzamelen. En overal duikt dezelfde rode draad op: het enthousiasme voor verhalen met verbeeldingskracht. En die passie wordt zichtbaar in allerlei creatieve uitingen. Aan het einde van mijn eerste rondje kom ik zelfs nog een oude bekende tegen: een mimic, een schatkist met tanden die menig D&D-avonturier liever gesloten laat. Tegelijkertijd klinkt de aankondiging dat over vijf minuten een D&D-sessie begint. Genoeg reden dus om nog even in Nijmegen te blijven. Morgen, in het tweede deel, wandelen we verder langs de kraampjes en ontmoeten we nog meer fantasyfans! Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 22 · 45 min

    Hoe word je eigenlijk een fantasyfan?

    Van Hamelen en Tolkien tot Robin Hobb, Nederlandse fantasyauteurs en zelfgebakken schoorsteenbrood: dit kwam deze week voorbij in de live podcast van Fantasyfans.nl. Waarom houden sommige mensen zielsveel van fantasy en sciencefiction, terwijl anderen er werkelijk helemaal niets mee hebben? Voor veel fantasyfans begon die liefde ooit met één boek, film, televisieserie of misschien wel een bezoek aan een fantasyfestival. In de wekelijkse live podcast van Fantasyfans.nl ging ik deze week terug naar mijn eigen eerste kennismaking met fantastische werelden, maar natuurlijk waren er ook nieuwe boekentips, interviews en fantasyfood. Hoe ben jij van fantasy gaan houden? Fantasyfans vormen eigenlijk een bijzondere groep. Voor ons is het de normaalste zaak van de wereld om enthousiast te worden van draken, magie, elfen, ruimteschepen en verzonnen werelden. Maar een groot deel van de Nederlanders en Vlamingen loopt in de boekhandel schouderophalend langs de fantasyafdeling. Hoe komt het dan dat wij wél gegrepen zijn door dit soort verhalen? Voor mij begon het verrassend vroeg, met televisie. Als kind keek ik naar Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, meestal kortweg Hamelen genoemd. Het was een Nederlandse televisieserie vol liedjes, kastelen, magie, vreemde wezens en bizarre avonturen. Iedere aflevering eindigde bovendien met een cliffhanger. Dat laatste was in een tijd zonder streaming, internet of zelfs een videorecorder behoorlijk effectief. Een aflevering missen betekende dat je simpelweg niet wist hoe het verhaal verderging. Een groot deel van Hamelen is later verloren gegaan doordat oude videobanden werden gewist en opnieuw gebruikt. Daardoor is één jeugdherinnering me altijd bijgebleven: een betoverd kasteel waarin kamers op onmogelijke manieren met elkaar verbonden waren en iemand met zijn hoofd en lichaam op verschillende plekken terechtkwam. Hoe dat afliep? Geen idee. Ik miste de volgende aflevering. Maar Hamelen had zijn werk al gedaan. Ik wist al op jonge leeftijd dat er blijkbaar werelden bestonden waarin alles mogelijk was. Van Oz naar Midden-aarde Niet veel later ontdekte ik The Wizard of Oz. Ik wist niets over de geschiedenis van het boek en kende de beroemde film niet. Voor mij was het gewoon een fantastisch avontuur dat ik steeds opnieuw wilde lezen. Rond mijn twaalfde vond ik vervolgens iets onverwachts in de boekenkast van mijn vader: een beduimeld exemplaar van The Hobbit. Nog verrassender was dat mijn vader het daadwerkelijk had gelezen. Hij vertelde me dat er een vervolg bestond, The Lord of the Rings. Daarvoor moest ik alleen naar de volwassenenafdeling van de bibliotheek, en daar vonden ze mij eigenlijk nog te jong voor. Na flink aandringen kreeg ik uiteindelijk toestemming, met als voorwaarde dat de bibliothecaresse mijn boeken eerst mocht controleren. Zo liep ik uiteindelijk als twaalfjarige met The Lord of the Rings naar huis. Vanaf dat moment wist ik het zeker: dit waren werelden waarin ik de rest van mijn leven wilde blijven rondreizen. The Dark Crystal, Star Wars en een droom om films te maken Later kwam The Dark Crystal. Ik zag op de Duitse televisie een reportage over de film van Jim Henson en was onmiddellijk gefascineerd door de wezens, de wereld en de muziek. Toen de film in de bioscoop verscheen, moest ik hem zien. Het wakkerde zelfs een nieuwe droom aan: misschien wilde ik later wel filmmaker worden en zelf zulke werelden creëren. En natuurlijk was er Star Wars. Via mijn enthousiasme daarvoor begon ik jaren later, toen het internet nog jong was, een Star Wars-website. Die groeide uit tot een site met tienduizenden bezoekers per dag en bracht me uiteindelijk zelfs naar Amerika voor de première van The Phantom Menace en een bezoek aan Skywalker Ranch. Opvallend genoeg hield ik die liefde voor fantasy en sciencefiction lange tijd behoorlijk gescheiden van de rest van mijn leven. Pas via podcasts begon ik uitgebreid te vertellen over de symboliek, mythologie, filosofie en religieuze symboliek in verhalen als Star Wars, The Lord of the Rings, Harry Potter en Narnia. De ontdekking van de fantasycommunity Een volgende grote verandering kwam toen ik voor televisie een programma wilde maken over de Efteling. Tijdens mijn voorbereidingen hoorde ik over een fantasyfestival bij Kasteel de Haar en besloot ik er te gaan filmen. Dat werd mijn eerste Elfia. Ik wist niet wat ik zag. Overal liepen cosplayers, er was muziek, het kasteel vormde een perfecte achtergrond en vooral: er waren duizenden andere mensen die kennelijk net zo enthousiast waren over fantastische werelden als ik. Dat was misschien nog wel de grootste ontdekking. Fantasy was helemaal geen eenzame hobby. Vanaf dat moment begon ik steeds vaker fantasyfestivals te bezoeken. Daar ontmoette ik ook Nederlandse en Vlaamse auteurs. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk en uiteindelijk ontstond het idee om zelf fantasy te gaan schrijven. Waarom blijft fantasy dan toch zo klein? Maar als zoveel mensen eenmaal gegrepen worden door fantasy, waarom blijft het genre in Nederland en Vlaanderen dan relatief onzichtbaar? Nederlandse en Vlaamse fantasyauteurs schrijven complete series die je in veel reguliere boekhandels nauwelijks tegenkomt. Ook televisieseries blijken kwetsbaar. Een kostbare fantasyproductie kan na enkele seizoenen alweer verdwijnen wanneer het niet genoeg kijkers trekt. Misschien ligt daar ook een opdracht voor fantasyfans zelf. Vertel anderen over de boeken die je goed vindt. Neem iemand mee naar een festival. Deel een interview met een auteur. Laat zien dat fantasy veel breder is dan alleen draken, tovenaars en mensen met puntoren. Deze week op Fantasyfans.nl: drie auteurs De afgelopen week verschenen op Fantasyfans.nl weer verschillende auteursinterviews. Denyse Landman-Bouw, die haar boeken publiceert als Denyse L.B., vertelde hoe het schrijven ooit begon als ontsnapping uit de dagelijkse hectiek van een jong gezin. Tussen de luiers, papjes en drie kleine kinderen vond ze in fantasy een wereld die helemaal van haarzelf was. Inmiddels heeft ze drie fantasyboeken gepubliceerd. Ook sprak ik Adrian Stone, bekend van onder andere de Duivel-trilogie. In zijn nieuwe boek Het Labyrint speelt een jongen met autistische kenmerken een belangrijke rol. Hij kan magische spreuken die hij hoort reproduceren, en vormt daarmee een bedreiging voor de bestaande machtsstructuren rond magie. Stone putte voor bepaalde aspecten van het personage uit zijn eigen ervaringen. Het derde gesprek was met Kirsten Groot, auteur van de Shirareta Sekai-serie. Haar fantasywereld werd sterk beïnvloed door Japanse taal, cultuur en mythologie. Wat ooit begon met het zoeken naar bijzondere woorden in een Japans woordenboekje groeide uit tot een veel grotere fascinatie, die uiteindelijk haar hele wereldbouw beïnvloedde. Alle interviews zijn te vinden op Fantasyfans.nl. Boekentip: Guard in the Garden Tijd voor cozy fantasy. Deze week begon ik aan Guard in the Garden van Z.S. Diamanti. De hoofdpersoon is Felton Holden, een dwergenkrijger die na een zware verwonding zijn oude leven achter zich moet laten. Hij trekt in bij zijn excentrieke tantes in een rustig district en ontdekt langzaam dat er meer in het leven bestaat dan oorlog. Het is een verhaal over herstel, nieuwe vriendschappen, gemeenschap en een vleugje romantiek. Precies het soort boek waarbij je graag een tijdje in die wereld blijft hangen. Audio boekentip: Robin Hobb in de herkansing Mijn tweede boek van deze week was eigenlijk een herkansing. Ongeveer een jaar geleden luisterde ik naar Assassin’s Apprentice van Robin Hobb. Iedereen vertelde me hoe geweldig Hobb was, maar ik kwam nauwelijks door het boek heen. Een belangrijke reden was de audioboekversie die ik beluisterde. De Engelstalig voorlezer klonk vlak en ongeïnteresseerd, waardoor ik na boek 1 niet meer verder heb gelezen. Nu is er een nieuwe Engelstalige audioversie verschenen met een andere voorlezer. Ik ben opnieuw begonnen en de ervaring is totaal anders. Het is laat zien hoeveel invloed een verteller heeft op onze ervaring van een verhaal. Stemgebruik, ritme, timing en karakterisering kunnen een verhaal echt tot leven brengen, of juist het tegenovergestelde bewerkstelligen. Fantasyfood: zelf schoorsteenbrood maken Tot slot natuurlijk de belangrijkste culinaire vraag van deze week: kun je dat heerlijke schoorsteenbrood van fantasyfestivals ook thuis maken? Het antwoord is gelukkig: ja. Schoorsteenbrood, bekend als kürtőskalács, komt oorspronkelijk uit Hongarije en omringende regio’s. Het bestaat uit zacht gistdeeg dat in lange repen rond een cilindervorm wordt gewikkeld. Het deeg wordt met boter bestreken, door suiker gerold en vervolgens gebakken totdat de buitenkant goudbruin en krokant is. Voor thuisgebruik kun je een hittebestendige cilindervorm gebruiken. In de podcast bespreek ik ook de mogelijkheid om een schoon blikje, zorgvuldig omwikkeld met aluminiumfolie, als vorm te gebruiken. Het deeg moet eerst ongeveer een uur rijzen. Daarna rol je het uit, snijd je er lange stroken van en wikkel je die rond de ingevette vorm. Bestrijk het deeg met boter, rol het door fijne suiker en bak het rondom goudbruin. Dit staat bij mij in ieder geval op de lijst om binnenkort zelf uit te proberen. Hier vind je een recept. Wat was jouw toegangspoort tot fantasy? Was het The Lord of the Rings, Harry Potter of Star Wars? Een boek dat een leraar je ooit gaf? Een tekenfilm, anime of game? Of liep je ooit nietsvermoedend een fantasyfestival binnen en dacht je: wacht eens even, dit zijn mijn mensen? Laat het vooral weten in de reacties! Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 21 · 17 min

    Kimono’s, kitsune en draken

    Elke keer als Kirsten Groot in een Chinees restaurant een vijver met grote witte vissen ziet, moet ze tegenwoordig aan draken denken. Dat heeft alles te maken met een oud Oost-Aziatisch verhaal over een karper die tegen de stroom in zwemt. Als hij erin slaagt een waterval te overwinnen, verandert hij in een draak. Het is een beeld van volharding en toewijding dat nogal verschilt van de manier waarop draken vaak in westerse fantasy verschijnen. ‘Heel vaak zijn het meer een soort godenachtige wezens’, vertelt Kirsten over draken in Oost-Aziatische mythologie. ‘Het zijn hele wijze wezens, hele sterke wezens. Sommige zijn regengoden. Ze worden ook meer geassocieerd met water. Wij associëren draken heel erg met vuur.’ Dus wanneer ze die vissen ziet, denkt ze: ‘Dat zijn eigenlijk potentieel allemaal draken.’ Het is een klein voorbeeld van hoe diep Japanse en Oost-Aziatische invloeden inmiddels verweven zijn geraakt met Kirstens eigen verbeelding. Haar fantasytrilogie Shirareta Sekai, Japans voor ‘de bekende wereld’, is geïnspireerd door het vroegmoderne Japan. Haar personages dragen kimono en hakama, huizen hebben tatami op de vloer en tussen de fantastische wezens duiken kitsune en een Oosterse draak op. Maar toen Kirsten haar wereld als veertienjarige begon te bedenken, wist ze nog nauwelijks iets van Japan. Het begon allemaal met een woordenboekje. Een fantasywereld die steeds Japanser werd Kirstens oudere zus was fan van anime en had bij de bibliotheek een Japans-Nederlands woordenboekje geleend. Kirsten was op dat moment al bezig met een vroege versie van haar verhaal en zocht namen, vooral voor de landen in haar wereld. Waarom geen Japanse woorden gebruiken? ‘We dachten: een andere taal is wel leuker. Nederlands klinkt misschien een beetje droog. Dus daarom had ik Japans gebruikt. En dat was echt met dat woordenboekje en Google Translate van die tijd. Grammaticaal klopte er niks van.’ Het had daarbij kunnen blijven. Een paar Japanse namen als versiering voor een verder traditionele fantasywereld. Maar Kirsten werd nieuwsgierig. Ze begon zich verder in Japan te verdiepen, raakte geïnteresseerd in Japanse muziek en leerde zelf Japans. Uiteindelijk ging ze zelfs Japanstudies studeren. En naarmate haar eigen kennis toenam, veranderde ook haar verhaal. ‘Er is steeds meer Japan in de boeken gekomen. Totdat ik echt dacht: weet je, ik ga er gewoon helemaal voor. Ik ga die hele wereld omgooien en ik ga er zoveel mogelijk invloeden in stoppen als ik kan.’ Daarmee veranderde niet alleen het decor. De Japanse inspiratie ging steeds dieper in de wereld zitten. ‘Het is door en door een fantasywereld’, zegt Kirsten. ‘Maar ik heb inderdaad als inspiratiebron vroegmodern Japan gebruikt.’ Die periode, grofweg van 1600 tot 1868, bepaalt veel van de sfeer. Geen middeleeuws-Europese huizen, laarzen en capes, maar kimono, hakama en tatami. Je trekt je schoenen uit wanneer je een huis binnengaat en slaapt op een mat op de grond. Ook folklore vond een weg naar het verhaal. Op de boekomslagen zijn kitsune-maskers te zien en in de trilogie komen meerdere van deze bovennatuurlijke vossen voor, compleet met de bijzondere krachten die Kirsten uit Japanse volksverhalen kende. En natuurlijk zijn er draken. Een andere kijk op draken De draak in Shirareta Sekai lijkt niet erg op Smaug. Geen grote vleugels waarmee hij door de lucht klapwiekt, en vuur is al helemaal niet het eerste waar Kirsten bij zo’n wezen aan denkt. De inspiratie komt uit Oost-Aziatische verhalen, waarin draken veel sterker verbonden kunnen zijn met water, wijsheid en goddelijke macht. ‘Ik denk dat er wat meer ontzag voor die draak is, bewondering en respect.’ De draak in Kirstens verhaal kan praten en vliegen, maar heeft daarvoor geen vleugels nodig. Magie is voldoende. Juist zulke details maken Shirareta Sekai herkenbaar als fantasy en tegelijkertijd anders dan de Europese traditie waarmee veel Nederlandse lezers zijn opgegroeid. Kirsten gebruikt bekende elementen zoals elfen en dwergen, maar plaatst ze in een wereld met een heel andere culturele achtergrond. Een elf op de vlucht Midden in die wereld leeft Ai. Ze is tien jaar oud wanneer ze haar dorp moet ontvluchten. De koning heeft besloten dat magische wezens niet langer welkom zijn in zijn land. Elfen, dwergen en nimfen worden vervolgd. Ai weet zich jarenlang verborgen te houden in een bos, maar wanneer er een elfenjacht begint, moet ze opnieuw vluchten. Ze trekt naar het zuiden en raakt steeds dieper verwikkeld in conflicten die veel groter zijn dan zijzelf. Uiteindelijk ontdekt ze dat een wereldwijde ramp die haar ouders vijfhonderd jaar geleden meemaakten opnieuw dreigt plaats te vinden. Daarnaast spelen burgeroorlogen en een terroristische groepering een rol en volgt Kirsten verschillende personages wier verhaallijnen uiteindelijk samenkomen. Dat klinkt alsof er ergens een enorme stapel aantekeningen moet liggen waarop alles vooraf nauwkeurig is uitgedacht. De werkelijkheid was een stuk rommeliger. ‘Ik begon met een plan en dat plan heb ik al vrij snel heel erg veranderd.’ Zelfs toen het eerste deel al bij de redacteur lag, twijfelde Kirsten nog over de richting waarin de trilogie moest gaan. Uiteindelijk haalde ze een personage dat ze voor een heel andere serie had bedacht naar Shirareta Sekai en maakte hem tot antagonist. Het verhaal werd er beter van. Alleen was er één probleem: deel twee was al geschreven. ‘Dat betekende dus wel dat het tweede deel dat ik toen had geschreven meteen helemaal de prullenbak in kon.’ Ze begon opnieuw. ‘Het duurde daardoor wel iets langer. Maar ik ben er wel heel blij mee dat ik het gedaan heb. Het is uiteindelijk een beter verhaal daardoor geworden.’ Even door je eigen wereld lopen Intussen bleef ook Kirstens fascinatie voor het echte Japan groeien. Ze heeft het land inmiddels drie keer bezocht. Tijdens haar meest recente reis bezocht ze met een vriendin onder meer het Fukagawa Edo Museum in Tokio. Daar is op ware grootte een stukje van het oude Edo nagebouwd uit precies de historische periode die als inspiratie diende voor haar boeken. Opeens kon ze letterlijk door straten lopen die iets weg hadden van de wereld die ze jarenlang in haar hoofd had gezien. ‘Dan loop je daar en denk je: dit is inderdaad een beetje de sfeer waarin mijn personages zouden rondlopen.’ In Kyoto bezocht ze Jidai Matsuri, een historisch festival waarbij een lange stoet in kostuums verschillende periodes uit de Japanse geschiedenis verbeeldt. ‘Iedereen loopt zo langzaam. En je gaat zo langzaam terug in de tijd. Dat is echt heel gaaf gedaan.’ Voor iemand die zelf een complete wereld op historische Japanse invloeden heeft gebouwd, is het meer dan alleen toerisme. Zo’n museumstraat, kledingstuk of historisch gebruik kan ineens bevestigen of verdiepen wat jarenlang alleen op papier bestond. Een Japanse ‘handtekening’ Tijdens ons gesprek op Heroes Dutch Comic Con blijkt hoezeer Kirstens wereld ook bij lezers aanslaat. Een bezoeker die de eerste twee delen al heeft gelezen, komt het slotdeel halen. Vooral de Japanse invloed is hem bijgebleven: ‘Ze heeft heel goed de Japanse cultuur meegenomen. De karakters zijn gewoon goed geschreven.’ Kirsten signeert het boek en zet er vervolgens een rode hanko bij, een persoonlijke naamstempel die in Japan als handtekening wordt gebruikt. Haar eigen exemplaar is in Japan gemaakt en draagt haar naam in tempelschrift. Daarmee is de cirkel bijna rond. Als veertienjarige gebruikte Kirsten het Japanse woordenboekje van haar zus om namen voor haar fantasywereld te zoeken. Nu zet ze een Japanse naamstempel in het slotdeel van een complete trilogie die zonder dat woordenboekje waarschijnlijk heel anders was geworden. En haar zus? Die is al die tijd bij het verhaal betrokken gebleven. Ze werd een van Kirstens proeflezers en is nog altijd degene met wie ze over haar personages kan brainstormen. Vooral hoofdpersoon Ai blijkt soms lastig te doorgronden. ‘Als ik met zulke scènes vastzit, dan vraag ik aan mijn zus: wat vind jij ervan? Lees even. En dan gaan we erover praten.’ Vaak ziet haar zus precies waar het probleem zit. ‘Dan kan zij net aanwijzen: hier knelt het een beetje. En dan kan ik ook weer verder.’ Nog lang niet uitgekeken op haar wereld Shirareta Sekai is inmiddels voltooid. Het laatste deel telt maar liefst 609 pagina’s, zelfs nadat tijdens de redactie alles is geschrapt wat niet echt nodig was. ‘Wat er allemaal in deel drie staat, is wel echt broodnodig voor het verhaal.’ Maar voltooid betekent niet dat Kirsten afscheid neemt van haar wereld. Ze werkt alweer aan nieuwe projecten, waaronder een manga en een verhalenbundel die zich afspeelt in de wereld van Shirareta Sekai. Daarin wil ze verder ingaan op de ‘rode draad’, een belangrijk element uit de trilogie dat eveneens wortels heeft in Japanse en Chinese mythologie. Misschien is dat niet zo vreemd. Shirareta Sekai is inmiddels veel meer geworden dan het verhaal dat Kirsten op haar veertiende begon te schrijven. De wereld groeide mee met haar eigen nieuwsgierigheid. Een paar opgezochte Japanse woorden leidden naar zelfstudie, Japanstudies, reizen naar Japan en uiteindelijk een fantasywereld waarin die fascinatie overal terug te vinden is. En ergens onderweg veranderde ook de manier waarop Kirsten naar een vijver vol karpers kijkt. Want je weet maar nooit. Misschien zit er wel een draak tussen. Links: * Website van Kirsten Groot * Mastodon | YouTube | Goodreads * Bestel de boeken van Kirsten Groot Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 18 · 18 min

    Adrian Stone opent de deur naar een nieuwe wereld

    Wat gebeurt er als magie niet in handen is van tovenaars, maar van priesters en monniken? Of als een kleine groep magiërs alle magie in een wereld heeft gemonopoliseerd, totdat een twaalfjarige jongen ontdekt dat hij hun spreuken kan kopiëren door ze slechts één keer te horen? Het zijn precies dit soort ideeën waarmee Adrian Stone graag speelt. In ruim twintig jaar bouwde hij verschillende fantasywerelden waarin bekende ingrediënten uit het genre worden gecombineerd met onderwerpen die je er misschien minder snel verwacht: religie, economie, macht en autisme. Die aanpak leverde hem onder meer de Duivel-trilogie en Magycker op. Inmiddels zijn er zo’n 40.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. En binnenkort kunnen lezers opnieuw een andere wereld binnenstappen. Op 15 september verschijnt zijn nieuwe roman Het Labyrint. Deze keer begint het avontuur zelfs in onze eigen wereld. ‘Het begint in deze wereld en gaat vervolgens naar een parallel universum’, vertelt Stone. Veel meer wil hij er nog niet over kwijt. ‘Ik wil er niet te veel over vertellen, want het moet natuurlijk wel een verrassing blijven.’ Dat laatste past opvallend goed bij de manier waarop Stone zijn verhalen schrijft. Want ook hijzelf weet wanneer hij aan een nieuw boek begint liever niet precies wat hem onderweg te wachten staat. ‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’ Magie in handen van priesters Die behoefte om iets anders te doen dan wat hij al kent, zat vanaf zijn eerste fantasyboeken in zijn werk. Stone was zelf al lang voordat hij auteur werd een fanatieke fantasylezer. Rond zijn vijfentwintigste had hij naar schatting tussen de vijfhonderd en duizend boeken gelezen, voornamelijk fantasy en sciencefiction. Daarnaast speelde hij jarenlang Dungeons & Dragons. Toen hij ongeveer twintig jaar geleden zelf een fantasyverhaal begon te bedenken, koos hij daarom niet voor een klassiek systeem met tovenaars die spreuken uitspreken. Hij stelde zich een wereld voor waarin de magie bij priesters en monniken ligt. Zij kunnen de energie van hun goden kanaliseren. In die wereld bestaan vier verschillende religies, waarvoor Stone inspiratie vond in onder meer het christendom, hindoeïsme en boeddhisme. Dat idee groeide uiteindelijk uit tot de Duivel-trilogie. ‘Je ziet niet zoveel boeken waarin de magie bij priesters en monniken ligt’, zegt Stone. Juist die afwijkende invalshoek zoekt hij bewust op. ‘Ik denk dat mijn boeken buiten de gebaande paden gaan. Ze zijn origineel en toegankelijk. Volgens mij is die combinatie het sterkste punt van mijn boeken.’ Een jongen die de regels van de magie breekt Jaren later koos Stone in Magycker opnieuw voor een ongebruikelijke draai aan een bekend fantasygegeven. In deze wereld wordt magie beheerst door een kartel van magiërs. Zij hebben er feitelijk een monopolie op. Totdat een twaalfjarige autistische jongen ontdekt dat hij iets kan wat eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn: als hij een spreuk één keer hoort, kan hij hem daarna zelf herhalen. Daarmee vormt hij ineens een bedreiging voor het complete systeem. ‘Hij is heel intelligent en kan zich sterk concentreren, maar sociaal is hij niet zo sterk’, vertelt Stone. ‘Wanneer er op hem wordt gejaagd, levert dat interessante en soms ook komische situaties op. Hij wordt een heel belangrijk persoon in die wereld, omdat hij de enige is die het monopolie kan doorbreken. Maar voor hem is het ongemakkelijk om daarmee om te gaan, en voor de mensen om hem heen is het soms ook ongemakkelijk om met hem om te gaan.’ Het idee komt opnieuw voort uit iets wat Stone zelf goed kent. Hij omschrijft zichzelf als licht autistisch en herkent autisme ook binnen zijn familie. Maar er zit nóg een stuk van zijn eigen leven in die wereld verstopt. Stone studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte jarenlang als belegger. Voor Magycker combineerde hij die achtergrond met fantasy: wat gebeurt er wanneer je magie behandelt als een economisch goed waarover een kleine groep de controle heeft? Zo komen twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden bij elkaar. Een magisch systeem wordt ineens ook een economisch systeem, en een jongen die de regels van magie doorbreekt, verstoort daarmee tegelijkertijd de machtsverhoudingen van een complete samenleving. Macht heeft altijd een keerzijde Religie en economie lijken misschien ongebruikelijke inspiratiebronnen voor fantasy, maar voor Stone raken ze aan een thema dat in verschillende vormen in zijn boeken terugkeert: wat macht met mensen en systemen doet. ‘Te veel macht corrumpeert. Dat is een thema dat steeds terugkomt. En dat geldt zowel voor religie als voor economie.’ Toch schrijft Stone zijn verhalen niet om zijn lezers een bepaalde boodschap mee te geven. De ideeën mogen onder de oppervlakte aanwezig zijn, maar het avontuur staat voorop. ‘In de eerste plaats wil ik mensen vermaken. Als ik zelf lees, wil ik tenslotte ook vermaakt worden.’ Dat plezier van de lezer staat ook voorop in Stones schrijfstijl. Zijn romans mogen dan dik zijn en thema’s als religie, economie en macht bevatten, hij wil niet dat lezers zich erdoorheen moeten worstelen. ‘Mijn schrijfstijl is zo dat je eigenlijk al halverwege een boek bent voordat je het doorhebt.’ Die reactie krijgt hij ook terug van zijn publiek. Stone vertelt dat zelfs ouders van kinderen met dyslexie hem hebben laten weten dat hun zoon of dochter zijn boeken wel kan lezen als ze er rustig de tijd voor nemen, terwijl veel andere boeken te moeilijk zijn. ‘Dat betekent niet dat er geen diepgang in de boeken zit, want die is er wel. Maar mijn schrijfstijl is heel toegankelijk.’ Voor Stone zit de aantrekkingskracht van zijn fantasy juist in die combinatie: werelden die net even anders in elkaar zitten, maar verhalen waarin je gemakkelijk kunt verdwijnen. Eerst zichzelf verrassen Stone noemt zichzelf een organische schrijver. Hij weet doorgaans hoe een verhaal begint en eindigt, maar wat er tussen die twee punten gebeurt, ontdekt hij tijdens het schrijven. ‘Ik weet hoe het verhaal begint en ik weet hoe het eindigt, maar ik weet niet precies wat er tussenin gebeurt. Ik laat het boek zichzelf eigenlijk ontdekken.’ Die manier van werken past volgens hem ook goed bij hoe zijn eigen brein werkt. Een volledig uitgestippeld verhaal werkt voor Stone minder goed dan de vrijheid om tijdens het schrijven nieuwe richtingen te ontdekken. Soms moet hij daardoor terug naar een eerder hoofdstuk om iets aan te passen, maar echt grote problemen levert die aanpak hem zelden op. Voor Stone is het onbekende juist onderdeel van het plezier. Van belegger naar fulltime schrijver Lange tijd schreef Stone zijn fantasy naast een totaal andere carrière. Hij werkte als belegger en schreef zijn eerste romans grotendeels in zijn vrije tijd. In die periode lag zijn tempo hoog: ongeveer één boek per jaar. Maar uiteindelijk bleek die combinatie te veel. ‘Na een aantal jaren kreeg ik een burn-out en moest ik het wat rustiger aan doen. Daarna kreeg ik een tweede burn-out. Ik deed gewoon te veel.’ Stone stopte met zijn werk als belegger en ging relatief vroeg met pensioen. ‘Nu richt ik me alleen nog op schrijven, want dat is eigenlijk mijn grootste passie.’ Het tempo van vroeger probeert hij niet meer te halen. Hij schrijft vooral ‘s middags, soms ‘s avonds en niet iedere dag. Waar hij vroeger ongeveer één boek per jaar schreef, kan hij tegenwoordig een paar jaar over een boek doen. Stone ziet daarbij ook een verband met zijn autisme. Het vermogen om zich sterk te concentreren kan bij het schrijven een voordeel zijn, maar heeft volgens hem ook een keerzijde. ‘Als je autistisch bent, is het heel moeilijk om iets los te laten. Dat is eigenlijk waarom ik twee burn-outs heb gekregen. Je gaat verder dan je zou moeten. Elke medaille heeft twee kanten.’ ‘Blijf dicht bij jezelf’ Dat Stone zoveel uit zijn eigen interesses en ervaringen in zijn fantasy verwerkt, is geen toeval. Het is ook het belangrijkste advies dat hij geeft aan mensen die zelf willen schrijven. ‘Probeer niet iets te schrijven omdat een bepaald thema op dat moment commercieel succesvol is. Blijf dicht bij jezelf.’ Voor Stone betekende dat schrijven over onderwerpen die hem daadwerkelijk bezighouden. ‘Ik ben altijd dicht bij mezelf gebleven. Ik heb altijd veel interesse gehad in spiritualiteit en religie, daarom zit dat in mijn boeken. Autisme, daarom zit dat in mijn boeken. Economie, daarom zit dat in mijn boeken.’ En wie denkt dat je jong moet beginnen om nog schrijver te kunnen worden: Stone was zelf al begin veertig toen hij serieus romans begon te schrijven. ‘Het is nooit te laat.’ Het Labyrint Lang hoeven we niet meer te wachten om te ontdekken wat Stone deze keer heeft bedacht. Het Labyrint verschijnt op 15 september bij Luitingh-Sijthoff. Het boek verschijnt ook als luisterboek en krijgt daarbij twee verschillende Nederlandstalige versies. De Nederlandse versie wordt opnieuw ingesproken door Frank Rigter. Daarnaast komt er een Vlaamse uitvoering, ingesproken door Pieter-Jan de Smet, een geliefde en hoog gewaardeerde Vlaamse luisterboekstem. Over het verhaal zelf laat Stone voorlopig weinig los. Alleen het uitgangspunt wil hij verklappen: Het Labyrint begint in onze eigen wereld en voert de personages vervolgens naar een parallel universum. Wat ze daar aantreffen, zullen lezers straks zelf moeten ontdekken. Misschien is dat maar goed ook. Want zoals Stone zelf zegt: ‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’ Links: * De website van Adrian Stone * Adrian Stone op Facebook * Bestel ‘Het Labyrint’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 17 · 14 min

    Hoe een avondje uit haar fantasyroman veranderde

    De meeste schrijvers dromen al van een boek lang voordat ze eraan beginnen. Voor Denise Landman Bouw liep het anders. Terwijl haar jonge gezin alle aandacht opeiste en televisie kijken of een boek lezen te veel concentratie kostte, ontdekte ze een onverwachte manier om tot rust te komen. Ze begon zelf te schrijven. “Dat was mijn escape,” vertelt ze. “Even weg uit de wereld van luiers en in mijn eigen wereld stappen.” Wat begon als een manier om haar hoofd leeg te maken, groeide uit tot een debuutroman. Inmiddels staat ze op Castlefest met drie boeken op haar naam. Een historisch verhaal dat fantasy werd Schrijven deed Denise altijd al een beetje, maar nooit maakte ze iets af. Totdat die hectische periode met drie jonge dochters haar onverwacht achter de laptop bracht. Haar eerste verhaal begon zelfs helemaal niet als fantasy. “Het was eigenlijk een historische roman,” vertelt ze. “Maar ik liep vast.” Omdat fantasy al jaren een van haar favoriete genres is, besloot ze een magisch element aan het verhaal toe te voegen. Dat bleek precies wat het verhaal nodig had. Ze leest zelf graag romantische fantasy, met auteurs als Sarah J. Maas als grote inspiratiebron. Toch omschrijft ze haar eigen boeken liever als toegankelijke fantasy. “Ik schrijf boeken die lekker weglezen, met een fantasyjasje.” Dat lijkt aan te slaan. Op festivals ontmoet ze inmiddels vaste lezers, maar soms wordt ze ook verrast door wie haar boeken oppakt. Zo herinnert ze zich een oudere man in traditionele klederdracht op de Elspeetse boerenmarkt die haar roman kocht. “Ik dacht alleen maar: ik hoop dat u hem leuk vindt.” Later kwam hij terug om te vertellen hoeveel hij ervan had genoten. Een stad die gevangen zit in de mist Na een succesvolle duologie verscheen onlangs haar nieuwste roman: Duisternis in de Mist. Het verhaal speelt zich af in een stad waar vrijwel voortdurend mist hangt en nauwelijks zonlicht doordringt. De bewoners beseffen niet eens dat ze gevangen zitten binnen een vloek die hen verhindert de stad te verlaten. Hoofdpersoon Elin bezit bovendien een bijzondere gave. Wanneer ze een voorwerp aanraakt, ziet ze wat er als laatste mee is gebeurd. Die kracht zet haar op het spoor van een moord, waarna langzaam de geheimen van de stad aan het licht komen. De ontbrekende wolven Hoewel Denise haar verhalen vooraf globaal uitwerkt, laat ze veel ruimte voor nieuwe ideeën tijdens het schrijven. Soms komen die uit de meest onverwachte hoek. Tijdens een avondje uit hoorde ze achter zich een groep luidruchtige jongens. “Ze klonken net als wolven.” Ineens viel het kwartje. “Ik mis wolven in mijn verhaal.” Dat ene inzicht veranderde de roman ingrijpend. Vanaf hoofdstuk zeven herschreef ze grote delen van het boek, waarna de wolven uiteindelijk een centrale rol gingen spelen in het verhaal. Voor Denise is dat precies de magie van schrijven. Inspiratie laat zich niet plannen. Schrijven is één ding, verkopen iets heel anders Op Castlefest merkt Denise hoeveel lezers inmiddels naar haar terugkomen. Mensen die haar eerste boeken hebben gelezen, nemen haar nieuwste roman vaak meteen mee. Toch blijft zichtbaar worden een uitdaging. Fantasy groeit in Nederland, merkt ze, maar in de boekhandel belanden auteurs niet vanzelf op tafel. Daar moet je als schrijver zelf hard voor werken. Op festivals leert ze daarom minstens zoveel over mensen als over boeken. Niet iedere bezoeker wil direct worden aangesproken. Sommigen bladeren eerst rustig door een boek. Anderen willen juist meteen het verhaal achter de cover horen. “Je moet mensen leren aanvoelen.” Juist dat verkopen bleek een onverwacht onderdeel van het schrijverschap. Schrijven voor lezers die misschien nog geen lezers zijn Een van Denises drijfveren ligt dicht bij huis. Twee van haar dochters hebben dyslexie. Daardoor denkt ze tijdens het schrijven veel na over toegankelijk taalgebruik. Ze wil verhalen schrijven die uitnodigen om verder te lezen, ook voor mensen die normaal niet snel een dik fantasyboek zouden oppakken. Misschien verklaart dat ook waarom ze zoveel plezier beleeft aan evenementen als Castlefest. Niet alleen omdat ze boeken verkoopt, maar vooral omdat ze ziet hoe verhalen mensen met elkaar verbinden. Na zo’n festival is ze steevast uitgeput. “Maar de volgende dag heb ik juist weer ontzettend veel zin om te schrijven.” Voor Denise Landman Bouw blijken die ontmoetingen uiteindelijk dezelfde functie te hebben als schrijven ooit had: ze geven nieuwe energie om opnieuw een andere wereld binnen te stappen. Links: * Volg Denise op Instagram | Facebook * Bestel de boeken van Denyse: Herrijzen 1 - Schaduw van As | Herrijzen 2 - Verlicht uit Vuur | Duisternis in de Mist Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 15 · 59 min

    Fantasy maakte iets wakker dat ik jarenlang was vergeten

    Vorige week kwam ik thuis van Castlefest met een probleem: ik wilde ineens van alles maken. Een eigen fantasykostuum leek me geweldig. Ik wilde trinkets gaan kleien om op festivals te ruilen. En nadat ik op Castlefest een kunstenares had geïnterviewd over haar schilderijen, kreeg ik ook ineens ontzettend veel zin om weer te gaan schilderen. Weer, inderdaad. Want terwijl ik naar haar werk keek, herinnerde ik me iets dat ik eigenlijk jarenlang was vergeten. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Dat jongetje dat altijd zat te knutselen Als kind tekende en schilderde ik voortdurend. Ik bouwde bouwpakketten, tekende strips voor de schoolkrant en besloot op een gegeven moment dat ik wilde leren aquarelleren. Dus haalde ik een boek uit de bibliotheek waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe je een Ierse rotskust kon schilderen. Van mijn zakgeld kocht ik goedkoop papier, een paar kwasten en een doosje aquarelverf. Mijn eerste schilderij was natuurlijk weinig meer dan een kopie van het voorbeeld. Maar ik had het wel zelf gemaakt. En ondertussen ontdekte ik hoe verf en water zich op papier gedroegen, hoe je kleuren mengde en hoe je met een paar penseelstreken iets kon maken wat er daarvoor nog niet was. Later verdween die hobby langzaam uit mijn leven. Werk, studie en andere interesses namen het over. Ik bleef creatief bezig, maar vooral met woorden, audio, video en computers. Tot Castlefest. Waarom fantasy zo aanstekelijk creatief is Misschien herken je dat gevoel als je zelf weleens naar Castlefest, Elfia of een ander fantasyfestival gaat. Je bent er voortdurend omringd door mensen die dingen hebben gemaakt. Iemand heeft maanden gewerkt aan een kostuum. Een ander verkoopt zelfgemaakte sieraden of keramiek. Schrijvers hebben jarenlang aan een boek gewerkt. Illustratoren tonen hun tekeningen en schilderijen. Muzikanten spelen hun eigen muziek. En als je met die mensen praat, hoor je opvallend vaak hetzelfde verhaal. Ze konden het ooit ook niet. Ze zijn gewoon begonnen. Ik sprak ooit een cameraman die in zijn vrije tijd zijn eigen kleding bleek te maken. Hij had zichzelf leren naaien door tutorials op YouTube te bekijken en oude kleding van de kringloop uit elkaar te halen. Tijdens de Vierdaagse sprak ik met Mireille van Pixie Spirit Fest over mijn wens om ooit zelf een fantasykostuum te maken. Haar reactie kwam ongeveer neer op: dat kun je gewoon leren. En op Castlefest stond ik dus ineens naar schilderijen te kijken en dacht ik: wacht eens even. Dit heb ik vroeger ook gedaan. Waarom ben ik daar eigenlijk ooit mee gestopt? Drie uur later was het elf uur Dus bestelde ik een stapeltje kleine velletjes papier en een piepklein doosje waterverf. Klein beginnen, leek me verstandig. Niet meteen proberen de Nachtwacht te schilderen. Mijn eerste onderwerp wist ik ook meteen: een middeleeuwse kat. In middeleeuwse manuscripten vind je de vreemdste dieren in de kantlijnen. Katten hebben soms bijna menselijke gezichten, rare verhoudingen en doen dingen die een normale kat nooit zou doen. Mijn kat kreeg daarom een to-dolijst met daarop hoeveel muizen hij die dag nog moest vangen. Ik begon te tekenen. Daarna kwam de verf erbij. Toen ik uiteindelijk op de klok keek, was het elf uur. Ik had drie uur zitten schilderen. Geen telefoon. Geen televisie. Geen besef van tijd. Alleen een klein stukje papier, een paar kleuren en een behoorlijk vreemde kat. En ik had me kostelijk vermaakt. “Daar heb ik geen tijd voor” Dat zette me ook aan het denken over een zin die ik mezelf vaak hoor zeggen. Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb geen tijd om te schilderen. Geen tijd om trinkets te maken. Al helemaal geen tijd om te leren hoe je een fantasykostuum maakt. Maar als ik op een festival iemand ontmoet die drie maanden aan een kostuum heeft gewerkt, heeft die persoon meestal ook gewoon een baan, een huishouden en allerlei andere verplichtingen. Het verschil is dat hij of zij besloot er tijd voor te maken. Je kunt natuurlijk niet alles doen. Maar misschien is “geen tijd” soms ook een manier om te zeggen dat iets geen prioriteit heeft gekregen. Dat besef was voor mij misschien wel het mooiste souvenir dat ik van Castlefest mee naar huis nam. Niet iets wat ik bij een kraampje heb gekocht, maar de zin om zelf weer iets te maken. Van fantasyboek tot zeemeermingeit Het grappige is dat dit niet de eerste keer is dat een fantasyfestival dat met me doet. Anderhalf jaar geleden sprak ik op Elfia met een aantal schrijvers. Een van hen vroeg waarom ik eigenlijk niet zelf een fantasyboek schreef. Inmiddels ben ik dat boek aan het schrijven. Op Runeheim en Castlefest ontdekte ik trinket trading. Nu wil ik kleine monnikjes gaan kleien die ik bij een volgend festival kan meenemen om te ruilen. En die ene middeleeuwse kat heeft inmiddels ook alweer gevolgen. Nadat ik hem op Instagram zette, stelde iemand voor dat ik een hele verzameling middeleeuwse fantasiedieren zou maken. Mijn volgende opdracht is een geit met een zeemeerminstaart. Ik heb geen idee hoe je die tekent. En misschien is dat juist het leuke. Wat heb jij altijd al willen maken? Fantasy draait voor mij steeds minder alleen om de werelden die anderen hebben bedacht. Het nodigt uit om zelf mee te doen. Je hoeft daarvoor geen boek te schrijven of maandenlang aan een spectaculair cosplaykostuum te werken. Je kunt beginnen met een velletje papier. Een stukje klei. Een naald en draad. Een verhaal van één pagina. En je hoeft er ook nog niet goed in te zijn. Misschien is dat zelfs de belangrijkste les die ik opnieuw moet leren. Als kind vroeg ik me helemaal niet af of mijn aquarel goed genoeg was. Ik wilde gewoon ontdekken wat er gebeurde als ik die kwast op het papier zette. Deze week gaat de Fantasyfans-podcast daarom over fantasy en creativiteit. Daarnaast vertel ik over de schrijvers en verhalenvertellers die deze week in de podcast voorbijkwamen, begin ik aan een nieuwe kookrubriek met festivalfoodrecepten en heb ik een boekentip voor iedereen die graag duizend pagina’s lang in de middeleeuwen wil verdwijnen. En ondertussen ligt er hier nog een leeg velletje papier. Te wachten op die zeemeermingeit. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 14 · 15 min

    Zijn D&D-campagne werd een complete fantasywereld

    Het begon zoals zoveel avonturen in Dungeons & Dragons beginnen: een paar vrienden rond een tafel en een dungeon master die een wereld voor ze verzint. Alleen bleef het daar voor Jarl Versavel niet bij. “Er is een grote grap onder dungeon masters: we moeten ons eigen boek schrijven. We zeggen dat al vaker.” Zijn medespelers vonden zijn campagne goed genoeg om daadwerkelijk op papier te zetten. Jarl nam hun advies iets serieuzer dan ze hadden verwacht. “Ze geloofden niet dat ik het gedaan had tot ik drie boeken in mijn handen had.” Inmiddels is de Vlaamse auteur alweer een paar stappen verder. De wereld die ooit ontstond voor zijn D&D-campagne vormt het decor voor steeds nieuwe verhalen. In oktober verschijnt bij uitgeverij Read More zijn nieuwe boek De Premiejagers van Barbon Lane, waarin hij een heel andere kant van die wereld laat zien: komische fantasy. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Een klassieke fantasywereld Voor zijn oorspronkelijke trilogie koos Jarl bewust voor herkenbare high fantasy. Mensen, elfen en dwergen bevolken zijn wereld Thaxadar. De dwergen wonen onder de grond en in de bergen, de elfen in de bossen. Daar voegde hij één zelfbedacht volk aan toe: de Outcasts, of verstotelingen. Ooit waren zij dienaren van de Duistere Heer, maar ze hebben zich aan zijn invloed ontworsteld en leven nu voornamelijk als zeevaarders. Daarbij liet Jarl zich onder meer inspireren door de Vikingen. Heel toevallig is dat niet. Zijn eigen voornaam is Scandinavisch. Een jarl was een edelman of belangrijke bestuurder in de Vikingwereld. “In mijn hoofd is het zo dat mijn ouders dachten toen ze mijn naam kozen: die gaat vast fantasy schrijven.” Vijf tegen vijf Ook het conflict waarmee zijn boeken begonnen, klinkt op het eerste gezicht vertrouwd: licht tegenover duisternis. Maar in Jarls wereld draait het uiteindelijk om de balans tussen beide. De godin van het licht accepteert dat duisternis bestaat, zolang het evenwicht maar bewaard blijft. De god van het duister wil dat evenwicht juist doorbreken. Hun strijd wordt uiteindelijk niet langer alleen door de goden zelf uitgevochten. Ook de bewoners van de wereld raken erbij betrokken. Centraal staat Talina, een jonge vrouw die door de godin van het licht wordt uitgekozen om haar krachten te dragen. Ze moet vier andere uitverkorenen vinden en de wereld verenigen tegen het oprukkende duister. Maar als er vijf uitverkorenen van het licht zijn, vereist de balans ook een tegenhanger. Vijf tegen vijf. Het kleine gezelschap groeit uiteindelijk uit tot een conflict van leger tegen leger. De oorsprong in Dungeons & Dragons is daarin nog goed zichtbaar. Talina heeft bijvoorbeeld eigenschappen die doen denken aan een paladin. Een elf in het gezelschap gebruikt natuurkrachten zoals een druïde. Bovendien verschijnt magie voor het eerst in de wereld dankzij deze uitverkorenen. Wat als je spelers iets totaal anders doen? Toch is het niet alleen aan de personages en hun vaardigheden te merken dat Jarls schrijverschap bij D&D begon. Misschien belangrijker is wat hij achter het scherm als dungeon master leerde: je verhaal loopt bijna nooit zoals je had bedacht. Stel dat je urenlang een avontuur in een duister bos hebt voorbereid. En vervolgens zeggen je spelers: “Ik wil eigenlijk liever naar de hoofdstad.” Daar zit je dan met je donkere bos. Als dungeon master moet je razendsnel kunnen schakelen. Jarl geeft een voorbeeld: misschien wordt de duistere invloed die oorspronkelijk in het bos zat ineens een sekte in de hoofdstad, met connecties in de hoogste kringen van de adel. “Je pakt elementen die je al hebt en je steekt ze gewoon in een ander jasje.” Die manier van denken nam hij mee naar zijn boeken. Hij plant zijn verhalen niet van begin tot eind uit, maar kijkt tijdens het schrijven waar ze hem brengen. Dungeons & Dragons noemt hij dan ook een goede leerschool voor improviseren binnen een verhaal. Als je personages geesteskinderen worden Er bleek wel een belangrijk verschil tussen een spel leiden en een roman schrijven. Hoe langer Jarl met zijn personages bezig was, hoe moeilijker het soms werd om ze iets aan te doen. Een hoofdpersoon moet nu eenmaal tegenslagen krijgen. Personages worden gevangengenomen, verslagen of raken op andere manieren in de problemen. Maar als schrijver weet je precies wie daarvoor verantwoordelijk is. “Dan merk je dat je daar soms wel moeite mee hebt. Ik denk dan: ah, het doet wel pijn. Ik wil ook rap door dit hoofdstuk zijn, want hoe rapper het gedaan is, hoe beter.” Zijn personages werden een soort geesteskinderen. En uiteindelijk kwam het moment waarop hij afscheid van ze moest nemen. “Je typt ‘einde’ en dat is ook eventjes van: en nu?” Een wereld hoeft niet te eindigen Het antwoord bleek eenvoudig: Thaxadar bestond nog. De oorspronkelijke strijd was voorbij, maar waarom zou daarmee ieder verhaal in die wereld verteld zijn? Jarl schreef inmiddels Het ontwakende vuur, dat zich vierhonderd jaar later afspeelt. Geen nieuwe epische strijd om het lot van de wereld, maar een persoonlijker wraakverhaal. Voor De Premiejagers van Barbon Lane maakt hij een nog veel grotere sprong. Meer dan duizend jaar na zijn oorspronkelijke trilogie keert hij opnieuw terug naar Thaxadar, maar dit keer met een totaal ander soort verhaal. “In een wereld kunnen niet alleen maar de grote dingen gebeuren, maar er gebeuren ook kleine dingen in de wereld, zoals de bakker die zijn brood bakt.” Dat besef gaf Jarl de vrijheid om zich af te vragen hoe het gewone leven in zo’n fantasywereld eruitziet. Want ook als er geen oorlog tussen licht en duisternis woedt, moeten mensen nog steeds hun brood verdienen, hun problemen oplossen en zich blijkbaar verzekeren tegen de risico’s van het dagelijks leven. Daar komt Jarls liefde voor Britse humor goed van pas. Voor De Premiejagers van Barbon Lane liet hij zich inspireren door Monty Python, ‘Allo ‘Allo!, Fawlty Towers, Douglas Adams en Terry Pratchett. Die droge en soms absurdistische humor probeert hij te vertalen naar een Nederlandstalige fantasywereld. Een van de vondsten in het boek is een verzekeringsmaatschappij. Want hoe werkt een verzekering eigenlijk in een wereld waarin draken en goblins echt bestaan? “Hoe werkt dat met een brandverzekering? Heb je een drakenclausule? Of tegen goblinplunderingen, ben je daar wel tegen verzekerd?” Het is een heel andere manier om naar Thaxadar te kijken. Niet langer vanuit uitverkorenen die de wereld moeten redden, maar vanuit mensen die in die wereld gewoon hun werk proberen te doen. Juist daardoor kan Jarl een wereld die ooit voor een epische D&D-campagne ontstond telkens opnieuw gebruiken voor een ander soort verhaal. De Premiejagers van Barbon Lane verschijnt in oktober bij uitgeverij Read More. Van dungeon master naar auteur Die stap naar een uitgever betekent ook een nieuwe fase in Jarls schrijverschap. Zijn eerdere boeken gaf hij zelf uit, zowel in het Nederlands als in het Engels. Daarbij moest hij niet alleen schrijven, maar ook zelf mensen zoeken voor de cover, de vormgeving verzorgen, boeken laten produceren en vervolgens proberen ze te verkopen. Voor een beginnende selfpublisher zijn fantasybeurzen en comic cons belangrijk, maar een stand kost geld. Je moet dus voldoende boeken meenemen en verkopen om zo’n weekend rendabel te maken. Tegelijkertijd ontstond juist daar een kleine groep lezers die hij regelmatig opnieuw tegenkwam. Bij een uitgever wordt een deel van dat werk overgenomen. Vormgeving, covers, distributie en aanwezigheid op evenementen hoeven niet langer allemaal op zijn eigen schouders terecht te komen. Voor Jarl is het nog nieuw terrein. “Ik heb nog geen ervaring met een uitgeverij, dus we zien dan wel wat dat geeft.” Geen Netflix-serie nodig Aan het einde van ons gesprek vraag ik Jarl wie hij over tien jaar hoopt te zijn. Het is een vraag waarop fantasyauteurs gemakkelijk kunnen beginnen over internationale bestsellers, Netflix-series en Hollywoodverfilmingen. Jarl niet. “Ik hoop iemand te zijn zoals ik nu nog altijd ben.” Natuurlijk zou succes leuk zijn. Maar zijn ideale toekomstbeeld blijkt verrassend bescheiden. Een stapel boeken. Goede recensies. Mensen die langskomen om een praatje te maken en zeggen dat ze van zijn verhalen hebben genoten. “Dan ben ik zeker tevreden.” Misschien past juist die bescheiden ambitie goed bij een schrijver die ooit helemaal niet van plan was om auteur te worden. Het begon met een Dungeons & Dragons-campagne voor een paar vrienden. Daaruit groeide een trilogie, en uit die trilogie een fantasywereld waarin Jarl steeds weer nieuwe verhalen blijkt te kunnen ontdekken. Soms zijn dat grote verhalen over licht en duisternis en het lot van de wereld. Soms over verzekeringen tegen drakenschade. En ondertussen blijft Jarl eigenlijk doen wat hij ooit als dungeon master al deed: kijken waar zijn fantasie hem deze keer naartoe brengt. Links: * Website en webwinkel van Jarl Versavel * Facebook | TikTok * Uitgeverij ReadMore Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 13 · 13 min

    'Ik had nooit verwacht dat mijn fantasyverhaal me zoveel zou doen'

    Matt Falcon beschouwt zichzelf niet als een bijzonder emotioneel persoon. Toch gebeurde er tijdens het schrijven van zijn eerste fantasyroman iets wat hij niet had zien aankomen. “Ik ben bijna te trots om te vertellen dat ik meermalen zelf in huilen ben uitgebarsten om dingen die ik geschreven heb.” Tijdens het schrijven van Tethered to Darkness raakte hij steeds sterker betrokken bij zijn personages en hun wereld. Het verhaal dat hij zelf bedacht had, begon iets met hem te doen. Eind 2025 verscheen het boek, het eerste deel van de fantasyserie Veil of Sands. Tijdens Novio Magica sprak ik met Matt Falcon, het schrijverspseudoniem van Thijs de Valk, over de wereld die hij creëerde, de invloed van zijn eigen ervaringen daarop en de onverwacht lange weg naar zijn debuut. Een wereld achter de woestijn In Tethered to Darkness maken we kennis met Shen, een jongen die opgroeit in een wereld waarvan het grootste gedeelte bestaat uit onleefbare woestijn. Shen woont in een van de gebieden waar mensen nog wèl kunnen overleven. Zijn vader is er de heerser, maar bepaald geen welwillende. “Zijn vader is de tiran in dat gebied. En die houdt iedereen weg van ontwikkeling en van kennis.” Shen groeit op met de verhalen en overtuigingen die zijn vader en diens omgeving hem meegeven. Gaandeweg ontdekt hij dat veel daarvan helemaal niet waar is. Met hulp van zijn moeder besluit hij uiteindelijk buiten de grenzen van de bewoonde wereld op zoek te gaan. “En daar begint het verhaal eigenlijk pas echt.” Er gaat letterlijk een nieuwe wereld voor hem open. Shen ontmoet andere wezens en ontdekt dat magie bestaat. Wat hij altijd als de werkelijkheid heeft beschouwd, blijkt slechts een klein deel van een veel grotere wereld te zijn. Van Egypte naar een fantasywereld Een deel van de sfeer van die wereld komt voort uit Matts eigen ervaringen. “Ik ben in Egypte geweest en het speelt zich af in een woestijn natuurlijk. Dus vandaar dat er bij mij automatisch, denk ik, dat soort beelden op de cover zijn gekomen.” Die uitstraling is meteen zichtbaar op de omslag van Tethered to Darkness. Daarop staat Shen met een gloeiend zwaard dat reageert op magie, tegen een achtergrond die de woestijnwereld van het verhaal oproept. Voor Matt was het belangrijk dat er een personage op de cover kwam, maar het bleek nog behoorlijk lastig om te bepalen hoeveel je daarop laat zien. “Er moet genoeg informatie op staan, maar niet te veel.” Gelukkig kreeg hij hulp van een illustrator. Die vroeg hem eerst zelf een voorbeeldtekening te maken. “Ik kan absoluut niet tekenen, dus dat dit eruit is gekomen is nog steeds voor mij een wonder.” Een verhaal dat zijn schrijver veranderde Hoe langer Matt in die wereld doorbracht, hoe meer hij merkte dat het schrijven niet alleen gevolgen had voor zijn personages. “Hoe meer ik schreef, hoe meer ik merkte dat het ook iets met mij deed.” Zijn eigen ontwikkeling begon volgens hem zelfs invloed te krijgen op de ontwikkeling van het verhaal. “Het kan bijna een soort van therapeutische werking op jezelf hebben.” Dat hij vervolgens emotioneel werd door scènes die hij zelf had bedacht, was voor hem een verrassende ervaring. Hij schreef tenslotte zijn eerste roman en had nog nooit meegemaakt hoe sterk een band met zelfbedachte personages kon worden. “Dat laat ook wel zien dat je dus echt een band opbouwt met de personen en met het verhaal.” Het boek veranderde terwijl hij eraan werkte. Maar hetzelfde gold blijkbaar voor de schrijver. Zeven keer hetzelfde boek Tethered to Darkness ontstond dan ook niet in één keer. Na zijn eerste versie kwam voor Matt misschien wel het moeilijkste moment van het hele proces: teruglezen wat hij had geschreven. “Ik had een eerste draft geschreven. En wat ik toen heel lastig vond was daarna de draft teruglezen en denken: dit is totaal niet het niveau dat ik wil dat het heeft.” De structuur van het verhaal klopte volgens hem wel. De uitvoering nog niet. “Toen kwam ik er pas echt achter van: oké, hier begint het eigenlijk pas.” Dus begon hij te herschrijven. En daarna nog een keer. En nog een keer. “Ik zeg ook altijd tegen vrienden en familie: ik denk dat ik hem zeven keer geschreven heb.” Daarmee werd de totstandkoming van zijn eerste fantasyroman ook een leerschool. Bij iedere versie zag hij nieuwe dingen die anders of beter konden. Alles zelf leren Daar kwam nog bij dat Matt ervoor koos zijn boek zelf uit te geven. Als selfpublisher moest hij zich daardoor niet alleen bezighouden met schrijven en redigeren, maar ook met de vormgeving, productie en promotie van zijn boek. “Er zit een hele grote leercurve in die twee jaar. Ik heb allemaal dingen geleerd die ik daarvoor nog nooit heb gedaan.” Toch zou hij die ervaring niet willen missen. “Het is echt een geweldig proces geweest.” Ook tijd vinden om te blijven schrijven hoort daarbij. Daar heeft Matt een opvallend nuchtere kijk op. Op de vraag hoe hij dat combineert met de rest van zijn leven, antwoordt hij met één woord: “Discipline.” Voor hem werkt schrijven daarin niet anders dan sporten of een andere hobby waar je graag tijd aan besteedt. “Er is gewoon tijd voor vrijmaken.” Als anderen jouw wereld binnenstappen Na twee jaar kwam uiteindelijk het moment waarop Tethered to Darkness daadwerkelijk werd gedrukt. Toen veranderde er opnieuw iets. De wereld die tot dan toe vooral in Matts hoofd en op zijn computer had bestaan, werd ineens toegankelijk voor andere mensen. En die gingen er iets van vinden. “Het was zenuwslopend.” Vooral bekenden vond hij spannend. “Je wilt heel graag dat zij het leuk vinden.” Tot nu toe zijn de reacties volgens Matt overwegend positief. Al voegt hij er lachend aan toe dat bekenden misschien gewoon niet negatief hebben durven zijn. Ook recensies van andere lezers volgt hij. “Alle feedback die ik krijg wil ik graag in ieder geval kunnen lezen. Of ik er dan iets mee doe is een tweede.” Een verhaal waarvan zelfs de schrijver het einde nog niet kent Tethered to Darkness is Book One of the Veil of Sands. Hoeveel delen er uiteindelijk nodig zullen zijn om het volledige verhaal te vertellen, weet Matt zelf nog niet. Er bestaat wel een grotere verhaallijn in zijn hoofd, maar tijdens het schrijven laat hij ruimte om daarvan af te wijken. “Ik heb van tevoren altijd een beeld en dan, al schrijvende, verandert dat.” Dat is geen probleem. Integendeel, Matt heeft die onzekerheid nodig om zelf nieuwsgierig te blijven naar zijn verhaal. “Als ik van tevoren al weet wat ik ga schrijven, dan is het niet meer leuk.” Daarmee staat ook na twee jaar schrijven, herschrijven en publiceren nog lang niet alles vast. Shen heeft pas een eerste stap gezet buiten de wereld die hij dacht te kennen. Matt Falcon heeft met Tethered to Darkness zijn eerste stap als romanschrijver gezet. Waar hun reis precies eindigt, moet zelfs de schrijver nog ontdekken. Links: * Matt Falcon’s website * Instagram | TikTok | Threads | Bluesky * Bestel ‘Tethered to Darkness’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 12 · 11 min

    Een goed verhaal is nooit hetzelfde

    In een klein, schemerig huisje op een fantasyfair in Archeon zit het publiek muisstil te luisteren. Uit een draagbaar luidsprekertje klinkt muziek. Geen podium, geen schijnwerpers of projectieschermen. Alleen twee verhalenvertellers, een paar eenvoudige attributen en een oud volksverhaal dat al eeuwen wordt doorgegeven. Aan het einde van de voorstelling spreek ik met Erik Maassen, beter bekend als De Sprookspreker, en zijn dochter Merlijn, die optreedt als De Kletsprater. Samen brengen zij middeleeuwse ridderverhalen, sprookjes en oude volksvertellingen opnieuw tot leven, precies zoals verhalenvertellers dat eeuwen geleden deden op jaarmarkten en in herbergen. Van geschiedenisles naar kampvuur Voor Erik begon het ruim vijftien jaar geleden. Hij werkte jarenlang als docent geschiedenis, maar miste het vertellen van verhalen. Tegelijk raakte hij betrokken bij middeleeuwse re-enactment. “Die twee dingen heb ik eigenlijk bij elkaar gebracht.” Zo ontstond De Sprookspreker. Wat begon met middeleeuwse ridderverhalen groeide uit tot optredens op fantasyfestivals, historische evenementen en vertelvoorstellingen door heel Nederland. Zijn repertoire bestaat uit oude volksverhalen, ridderromans en sprookjes die hij telkens opnieuw vertelt, zonder dat ze ooit precies hetzelfde klinken. Opgegroeid tussen de verhalen Toen Erik begon, was Merlijn nog een kleuter. Nu staat ze als negentienjarige naast hem op evenementen. Verhalen vertellen zat er al vroeg in. “Altijd,” zegt Erik als ik vraag of er thuis veel werd voorgelezen. “Ook met de hele familie erbij.” Merlijn herinnert zich nog goed welke verhalen haar het meest bijbleven. “Hoe Roeland ridder werd vond ik altijd heel leuk.” En ook De Zes Zwanen, het sprookje over een meisje dat haar betoverde broers probeert te redden. Zelf ontdekte ze later een eigen manier van vertellen. Ze speelde al van jongs af aan toneel en musicals. Uiteindelijk ontstond het idee om verhalen te combineren met poppenspel. “Waarom zou ik die verhalen niet met een pop vertellen?” Zo ontstond haar eigen alter ego: De Kletsprater, met onder meer een jonge draak die het onmogelijke wil: ridder worden. Een kostuum helpt je een verhaal binnen te stappen Opvallend is dat vader en dochter niet alleen verhalen vertellen, maar er ook uitzien alsof ze rechtstreeks uit de Middeleeuwen zijn gestapt. Alle kostuums worden door Merlijn zelf gemaakt. “Ik maak bijna alles.” Zodra ze de kleding aantrekt, verandert er iets. “Ik merk dat ik er heel anders van ga staan. Anders lopen, anders praten.” En het doet ook wat met het publiek: het helpt het publiek om in een nieuwe wereld te stappen. “Je doet dat met je stem, met je bewegingen, maar ook met je kleding.” De film die in je hoofd ontstaat Wat maakt iemand eigenlijk een goede verhalenverteller? Volgens Erik draait het niet om grote gebaren of een luide stem. Juist afwisseling is belangrijk. “Hard praten, zacht praten, langzaam praten, snel praten.” En vooral: toewerken naar het juiste moment. “Je moet naar een climax opbouwen.” Maar het mooiste moment komt pas daarna. “Als je in de ogen van de mensen kunt zien dat ze in een hele andere wereld zitten.” Hij glimlacht. “Dat kan je echt zien.” Voor hem is dat het bewijs dat een verhaal zijn werk doet. “Dan heb ik altijd het gevoel: het lukt vandaag.” Oude verhalen blijven leven Hoewel hun verhalen gebaseerd zijn op eeuwenoude volksvertellingen, liggen ze nooit helemaal vast. Erik combineert soms verschillende bronnen tot één nieuw verhaal. Merlijn schrijft juist ook volledig nieuwe vertellingen, zoals het verhaal over een jonge draak die ridder wil worden. Toch blijft improvisatie een belangrijk onderdeel van hun optredens. Zelfs wanneer er muziek meespeelt. “Dan moet je soms ineens een paar zinnen improviseren omdat je merkt dat je tien seconden voorloopt op de muziek.” Juist daardoor blijft ieder optreden uniek: een verhaal leeft. En verandert met iedere verteller én met ieder publiek. Waarom verhalen nooit af zijn Erik bracht ooit een bundel met zijn verhalen uit. Toch ontdekte hij al snel dat papier ook een nadeel heeft. “Als je de verhalen eenmaal hebt opgeschreven, dan veranderen ze niet meer.” En dat vindt hij jammer, want juist het mondeling vertellen houdt verhalen levend. “Je kunt tien of vijftien jaar lang hetzelfde verhaal in je repertoire hebben. En in de loop van de tijd verandert het.” Volgens hem is dat geen probleem, integendeel. “Dat is eigenlijk prima.” Een traditie die doorgaat Aan ideeën voor nieuwe verhalen ontbreekt het niet. Merlijn droomt ervan om ooit een sprookje te vertellen waarin het handwerk uit het verhaal letterlijk tot leven komt. Ze noemt het Grimm-sprookje De schietspoel, het klosje en de naald, over een meisje dat uitblinkt in handwerken. “Aangezien ik ook de kostuums maak en veel handwerkvormen doe, lijkt het me leuk om dat verhaal te vertellen én die handwerkvormen tegelijkertijd te doen.” Erik ziet zichzelf juist al staan in een van de historische huizen van Archeon, omringd door de muurschilderingen van de middeleeuwse ridderroman Walewein. “Die roman zou ik op die plek nog wel eens willen vertellen. Dan heb je helemaal met illustraties eromheen. Dan komt het verhaal echt tot leven.” Het typeert hoe zij naar verhalen kijken: als levende vertellingen die met iedere nieuwe verteller en elk nieuw publiek een beetje veranderen. Misschien is dat wel waarom sprookjes en volksverhalen de eeuwen hebben overleefd. Niet omdat ze altijd hetzelfde bleven, maar omdat iedere generatie ze opnieuw vertelt. Soms is daar alleen iemand voor nodig die begint met de woorden: “Er was eens...” Links: * De Sprookspreker website * Facebook | Instagram | YouTube | Spotify * De sprookspreker vertelt - Middeleeuwse voorleesverhalen door Erik Maassen Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 11 · 16 min

    "Een oorlog dwingt je te kiezen"

    Wat doe je als de wereld waarin je leeft uit elkaar dreigt te vallen? En hoe bepaal je wat juist is wanneer geen enkele keuze zonder gevolgen blijft? Dat zijn de vragen die centraal staan in de Revolutie-serie van Larissa Klein Bennink. Met het verschijnen van Herovering in februari 2026 kwam een einde aan een fantasyreeks waaraan ze bijna acht jaar werkte. Ik kijk met haar terug op die reis, van een kinderdroom tot een afgeronde vierdelige serie. Een steampunkwereld met luchtschepen en magie De wereld van Revolutie voelt vertrouwd en vreemd tegelijk. “Het is een fantasywereld in een steampunksetting,” vertelt Larissa. “Denk qua sfeer een beetje aan Victoriaans Engeland. Er zijn luchtschepen, veel stoom en koper.” Buskruit bestaat wel, maar is zeldzaam. Wie een pistool draagt, is volgens haar wereld “heel rijk, heel gevaarlijk of allebei.” In die wereld volgen we verschillende personen: Naria is de erfgename van de Koperen Troon, maar draagt een gevaarlijk geheim met zich mee: ze bezit magie, terwijl die in haar koninkrijk al generaties verboden is. Daarnaast zijn er Elias, de kapitein van een luchtpiratenschip, Alan, die een persoonlijke afrekening heeft met de koninklijke familie, en Adelard, de raadsheer die achter de schermen een eigen agenda volgt. Hun verhalen kruisen elkaar voortdurend, terwijl een burgeroorlog onafwendbaar dichterbij komt. Een slechterik die zichzelf gelijk geeft Van alle personages blijkt juist de antagonist het leukst om te schrijven. “Adelard is een verschrikkelijk persoon,” zegt Larissa lachend. “Maar hij is zó leuk om te schrijven.” Dat komt doordat hij zichzelf nooit als schurk ziet. Hij is ervan overtuigd dat alles wat hij doet uiteindelijk het rijk dient. Zelfs als daarvoor onschuldigen moeten sterven of complete gebouwen worden opgeblazen. “Wat ik doe is voor het grotere goed.” Juist die interne logica maakt hem geloofwaardig. “Het leuke was om hem door de serie heen steeds verder te laten afglijden. Eerst snap je hem nog. Maar op een gegeven moment denk je: nu ben je echt veel te ver gegaan.” Personages die veranderen Niet alleen Adelard ontwikkelt zich. Ook Alan maakt een van de grootste veranderingen door. Na een beslissing in het eerste boek sloeg de stemming onder haar lezers volledig om. “Eerst kreeg ik berichten: Alan is mijn favoriete personage. En dan dacht ik alleen maar: wacht maar tot je verder bent.” Niet veel later volgden nieuwe reacties. “Verdorie, ik haat hem.” Voor Larissa was dat stiekem precies de reactie waarop ze hoopte. Want Alan is geen slechterik. Hij is iemand die verkeerde keuzes maakt, verblind door zijn verleden, en pas later beseft welke schade hij heeft aangericht. Zijn grootste strijd is niet tegen een vijand, maar tegen zichzelf. Een wereld die bleef groeien Aan de wereld van Revolutie werkte Larissa al sinds 2017. Ze begon met beelden in haar hoofd, verzamelde inspiratie op Pinterest en liet haar wereld langzaam groeien. “Ik ben heel erg een beelddenker.” Maar veel details ontstonden pas doordat anderen vragen stelden. “Dan moest ik ineens nadenken: hoe werkt dit eigenlijk? En dan ontdekte ik tijdens het beantwoorden zelf hoe mijn wereld in elkaar zat.” Zo groeide die wereld langzaam uit tot een plek met een eigen geschiedenis, technologie en maatschappelijke verhoudingen. Groeien als schrijver Als ze haar eerste boek nu terugleest, ziet Larissa meteen hoeveel ze heeft geleerd. “Ik had sommige dingen echt anders kunnen doen.” Het is een bewijs dat ze als schrijver is gegroeid. Die groei verliep niet altijd vanzelf. Er waren periodes waarin het mentaal minder goed ging. Dan voelde iedere redactieopmerking zwaarder dan normaal en kostte schrijven veel meer energie. Toch werkte juist dat ook door in haar verhalen. “Je groeit mee met je personages.” Soms ontdekte ze zelfs dat een scène die ze jaren eerder had geschreven niet meer klopte. “Het gevoel was nog hetzelfde. Maar het personage niet meer.” Toen wist ze dat niet alleen haar personages waren veranderd. Zijzelf was dat ook. Keuzes zonder goede antwoorden Onder alle magie, luchtschepen en politieke intriges ligt een vraag die de hele serie verbindt. Hoe maak je de juiste keuze als er geen perfecte oplossing bestaat? Een burgeroorlog dwingt ieder personage om partij te kiezen. Niet iedereen hanteert daarbij dezelfde moraal. “Hoe bepaal je wie jij wilt zijn, waar jij voor wilt staan en waar jij voor wilt vechten?” Die vraag krijgt extra lading doordat Larissa ook actuele thema’s verwerkt. Discriminatie speelt een belangrijke rol in haar wereld. Niet op basis van huidskleur, maar van afkomst en uiterlijk. Artificiali, mensen met mechanische ledematen worden bijvoorbeeld als tweederangs burgers behandeld, omdat oude vooroordelen nog altijd voortleven. “Het zijn ook gewoon personen. Met een verhaal, een mening en een visie.” En juist daardoor nodigt haar fantasywereld uit om ook anders naar onze eigen wereld te kijken. Het einde van een tijdperk Voor Larissa was het verschijnen van Herovering meer dan alleen de publicatie van een nieuw boek. Het betekende afscheid nemen. “Je bent supertrots, want je kunt zeggen: mijn serie is af.” Maar tegelijk voelde het vreemd. “Ik ben niet klaar met schrijven. Ik ben ook niet klaar met deze wereld. Maar ik ben wel klaar met deze personages.” Jarenlang groeide ze samen met hen op. Hun verhaal is nu verteld. En juist daarom voelt het einde dubbel. Niet omdat de wereld nu ophoudt te bestaan, maar omdat de mensen die haar al die jaren bevolkten eindelijk hun bestemming hebben bereikt. Links: * De website van Larissa Klein Bennink * Facebook | Instagram | TikTok * Bestel de Revolutie-serie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 10 · 16 min

    "Ik wilde, net als Tolkien, een hele wereld bouwen"

    Wat als Atlantis niet alleen een legende was, maar een beschaving die miljoenen jaren geleden werkelijk bestond? Die vraag liet Tycho Scholten al op zijn twaalfde niet meer los. Het idee groeide uit tot de Pangaea-trilogie, een fantasyreeks waaraan hij meer dan tien jaar werkte. Op Castlefest ontmoeten we een schrijver die inmiddels de volledige trilogie achter zich heeft liggen. Acht jaar nadat hij hier als jonge debutant zijn eerste roman presenteerde, staat hij nu achter dezelfde tafel met een afgerond verhaal. Een fantasywereld op een oercontinent Het idee ontstond al op de basisschool. “In groep acht hoorde ik voor het eerst over Pangaea,” vertelt Tycho. “Dat oerkontinent van tweehonderd miljoen jaar geleden fascineerde me meteen.” Daar kwamen nog andere inspiratiebronnen bij, zoals de Nicolas Flamel-serie van Michael Scott en De kinderen van Húrin van Tolkien. Langzaam begonnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen. “Ik wilde, net als Tolkien, een eigen wereld bouwen. Een trilogie. Een complete geschiedenis.” In plaats van een volledig nieuwe wereld te bedenken, gebruikte hij Pangaea als uitgangspunt. “Het was eigenlijk een blanco canvas waarop ik mijn eigen beschavingen en culturen kon plaatsen.” Waar Atlantis vandaan komt In Tycho’s versie van de geschiedenis bestaat Atlantis echt. Niet als een verzonken eiland uit de Griekse mythologie, maar als een machtige stad op het oercontinent. “Ik zie een stad met drie ringen voor me, witte muren, een citadel in het midden, tempels en pilaren. Een beetje in de sfeer van het oude Griekenland.” Daar arriveert ook een van zijn hoofdpersonen. Xugan is de enige overlevende van een aanval op zijn thuisstad. Zijn reis brengt hem naar Atlantis, waar hij hulp hoopt te vinden tegen een naderende invasie. Maar al snel blijkt dat zijn band met de stad veel dieper gaat dan hij zelf beseft. “Het verhaal is eigenlijk ook een zoektocht naar wie hij werkelijk is en waar hij vandaan komt.” Personages die met je meegroeien Tycho begon aan de trilogie toen hij twaalf was. Het eerste boek verscheen rond zijn achttiende. De twee vervolgdelen volgden steeds ongeveer drie jaar later. In die jaren veranderde niet alleen het verhaal. Hijzelf veranderde ook. “Toen ik jong was, draaide alles om avontuur en spanning. Later kreeg ik veel meer oog voor karakterontwikkeling.” Daardoor kregen ook zijn personages steeds meer diepgang. “Op een gegeven moment dacht ik niet meer alleen: jij doet dit. Maar: daarom doe jij dit.” Sommige personages verrasten hem zelfs. “Ik zette ze bewust op een kruispunt. Links of rechts. En toen namen ze een andere afslag dan ik oorspronkelijk had bedacht.” Achteraf verbaasde hem dat niet. Terwijl hij aan de trilogie werkte, leerde hij zijn personages steeds beter kennen. Daardoor begonnen hun keuzes steeds vanzelfsprekender te voelen. Een wereld die steeds dieper werd Vanaf het begin wist Tycho hoe de trilogie ongeveer zou eindigen. Toch veranderde onderweg bijna alles. “Ik had een grote lijn. Maar eerdere versies van boek twee en drie zagen er heel anders uit.” In plaats van het eerste boek achteraf te herschrijven, koos hij een andere aanpak: hij bouwde verder op wat er al lag. “Ik zie het een beetje als lagen metaal die over elkaar worden gevouwen.” De wereld, de personages en de geschiedenis waren er al. Met ieder nieuw boek legde hij nieuwe verbanden, totdat alle verhaallijnen samenkwamen in de ontknoping. “Het voelde uiteindelijk alsof het allemaal al in potentie in het eerste boek aanwezig was.” Afscheid nemen van een wereld Toen het derde deel eindelijk verscheen, voelde Tycho vooral opluchting. Na jaren schrijven was de trilogie voltooid. Maar tijdens het schrijven van de laatste scène gebeurde er iets onverwachts. “Toen besefte ik ineens dat ik afscheid aan het nemen was.” Dat bleek emotioneler dan hij had verwacht. “Ik dacht eerst: nu ben ik ervan af. Maar later merkte ik dat die wereld toch nog steeds een beetje bij me blijft.” Voorlopig keert hij er niet naar terug. Zijn aandacht gaat nu uit naar poëzie, essays en theaterteksten. Er ligt al een idee voor een nieuw groot verhaal, maar dat wil hij rustig laten groeien. “Ik wil het de tijd geven om te ontstaan voordat ik me weer aan zo’n groot project verbind.” Een trilogie die met zijn schrijver meegroeit Terugkijkend vraagt Tycho zich weleens af of hij niet té jong debuteerde. “Je groeit als schrijver zo enorm. Dan zie je ook de kinderziektes van je eerste boek.” Toch overheerst de dankbaarheid. Juist doordat hij al jong begon, kon hij groeien terwijl hij aan dezelfde trilogie bleef werken. De boeken groeiden met hem mee. Pangaea was voor Tycho ooit een blanco canvas waarop alles nog mogelijk was. Inmiddels heeft hij het continent gevuld met steden, mythen, helden en een geschiedenis die tientallen miljoenen jaren omspant. De trilogie is voltooid, maar de wereld leeft voort. Je hoeft alleen het eerste boek open te slaan om er binnen te stappen. Links: * Tycho’s website en Substack * Facebook | Instagram | About Books * Bestel de Pangaeatrilogie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 8 · 39 min

    Castlefest is meer dan een fantasyfestival

    Van Castlefest en trinket trading tot draken, AI en een stapel nieuwe boeken: in de eerste live-aflevering van de Fantasyfans-podcast ontdekte ik opnieuw waarom ik zo graag deel uitmaak van deze wereld. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Zodra je het terrein rond Kasteel Keukenhof oploopt, verandert er iets. Natuurlijk zijn er de podia, kraampjes en prachtige kostuums, maar wat me vooral trekt is dat zoveel bezoekers zelf iets toevoegen aan die wereld. Dat zie je bijvoorbeeld aan de cosplay en kostuums. Op een comic cons kom je veel bekende personages tegen. Op Castlefest zie je daarnaast opvallend veel mensen die zelf iets hebben bedacht en gemaakt. Soms spectaculair, soms juist eenvoudig. Ik liep er zelf gewoon rond met mijn priesterboordje. Mijn vaste grap is inmiddels dat ik eigenlijk iedere dag aan het cosplayen ben. Dit jaar ging ik ook weer als verslaggever op pad. Daardoor kon ik eindelijk doen wat ik op zo’n festival het allerleukste vind: op mensen afstappen en vragen wat hun verhaal is. Zo interviewde ik een indrukwekkende Saruman met een Witch-king op de achtergrond. Ik sprak iemand in een prachtig zelfgemaakt bijenkostuum. Ik dook de bordspellentent in om te ontdekken wat daar allemaal gebeurde. En bijna iedere keer bleek achter iets wat er van buitenaf vooral mooi, grappig of vreemd uitzag een veel interessanter verhaal te zitten. Een opvallend goed boekenjaar Voor boekenliefhebbers viel er dit jaar ook behoorlijk wat te ontdekken. Op Castlefest stonden opvallend veel Nederlandse auteurs met een nieuw boek, een nieuw deel van een serie of zelfs hun debuut. Robin Rozendal presenteerde bijvoorbeeld Het Elfde Vuur, het derde deel van haar Levende Steden-serie. Het uitgangspunt alleen al vind ik geweldig: steden die daadwerkelijk leven, een bewustzijn hebben en zelfs trauma’s met zich meedragen. Cocky van Dijk stond er met De Zilverbinder, het tweede deel van haar Doodschap-serie. Mathijs Hulster had na zeven jaar zijn Portaaltrilogie afgerond. Charlotte de Winter had een nieuw verhaal dat teruggrijpt op de geschiedenis van haar Sleuteldrager-serie. Ook sprak ik Mirjam Kerrar-Mol, die op Castlefest debuteerde met Dochter van de Hel, en Sandy Butchers over Schild van Zilver, haar uitgebreide Nederlandstalige versie van Bonds of Blood and Silver. Sandy combineert schrijven bovendien met illustreren en voorzag haar boek van haar eigen artwork. Ook Ariadne Zwaan en Pepijn Hamer waren er met hun debuutromans De prijs van orde en Hollandos - Ogen van de Prins. Een aantal van deze gesprekken staat inmiddels als losse aflevering in de Fantasyfans-podcast. De rest komt eraan. Mijn leeslijst is er in ieder geval niet korter op geworden. En toen ontdekte ik trinket trading Een van mijn favoriete ontdekkingen van de afgelopen tijd heeft eigenlijk niets met boeken te maken. Trinket trading. Ik zag het voor het eerst op Runeheim. Mensen stonden bij elkaar met kleine zakjes en doosjes vol zelfgemaakte voorwerpen, sleutelhangers, boekenleggers en andere miniatuurschatten. Die ruilden ze met elkaar. Mijn innerlijke tienjarige werd onmiddellijk wakker. Als kind verzamelde ik van alles: postzegels, stickers, knikkers, beeldjes en allerlei kleine dingetjes waarvan waarschijnlijk niemand behalve ik begreep waarom ze zo belangrijk waren. Trinket trading combineert dat verzamelen met iets wat ik nog veel leuker vind: zelf iets maken en daarmee contact leggen met iemand anders. Op Castlefest kwam ik de trinket traders opnieuw tegen en ditmaal ben ik er gewoon op afgestapt. Een fragment van dat gesprek zette ik later online en daar kwamen meteen reacties van andere traders op. Nu wil ik natuurlijk zelf trinkets maken. Mijn huidige plan? Kleine monnikjes, gebaseerd op personages uit de fantasywereld waarover ik zelf schrijf. Dit kan gevaarlijk uit de hand lopen. Wat als de supercomputer alles weet? Fantasy gaat gelukkig niet alleen over ontsnappen naar andere werelden. Soms helpt fictie ons juist om beter naar onze eigen wereld te kijken. Dat kwam mooi naar voren in de grote Sciencefiction & Fantasyboekenclub op Facebook die John van Hal een aantal jaren geleden begon. Iedere maand staat daar een ander thema centraal. Deze maand gaat het over kunstmatige intelligentie in fantasy en sciencefiction. Niet alleen over de huidige discussie rond generatieve AI, maar vooral over de vraag hoe schrijvers in het verleden al nadachten over intelligente machines en hun invloed op mensen en samenlevingen. Een voorbeeld dat mijn aandacht trok is Anne McCaffreys beroemde serie De Drakenrijders van Pern. Die boeken lijken op het eerste gezicht klassieke fantasy met draken en drakenrijders, maar gaandeweg blijken sciencefictionelementen een belangrijke rol te spelen. Daar hoort ook AIVAS bij, een geavanceerd computersysteem dat grote invloed krijgt op de wereld van Pern. Het is precies het soort verhaal waar sciencefiction goed in kan zijn. Je haalt een ontwikkeling uit onze eigen wereld, vergroot die uit en vraagt vervolgens: wat zou dit met ons doen? Ik heb ooit een deel van het eerste Pern-boek gelezen. Nu staat de serie opnieuw op mijn lijst. Verbeelding is geen vlucht Daarmee kwam ik tijdens de podcast uiteindelijk bij iets wat voor mij veel groter is dan alleen boeken lezen. Op Castlefest zie je duizenden mensen die voor een paar dagen samen een andere wereld maken. Ze naaien kostuums, schrijven verhalen, tekenen, spelen muziek, verzinnen personages en geven elkaar kleine zelfgemaakte voorwerpen. Je zou dat escapisme kunnen noemen. Ik denk dat er meer gebeurt. Fantasy geeft ons de mogelijkheid om ons voor te stellen dat de wereld anders kan zijn. Dat betekent niet dat we onze ogen sluiten voor alles wat er misgaat. Verbeelding kan ons juist helpen om alternatieven te zien. Misschien is dat wel een van de redenen waarom ik me zo thuis voel in deze community. We wachten niet tot iemand anders een fantastische wereld voor ons maakt. We beginnen er zelf aan. Wat ligt er op mijn nachtkastje? Aan het einde van de podcast deel ik ook wat ik zelf lees, kijk of ontdek. Deze week liggen er drie heel verschillende boeken op mijn stapel. Ik ben eindelijk begonnen aan The Name of the Wind van Patrick Rothfuss. Een beroemd boek dat jarenlang aan me voorbij is gegaan, totdat ik een beduimeld exemplaar vond in het tweedehands boekenkastje bij mijn plaatselijke supermarkt. De eerste hoofdstukken hebben me in ieder geval nieuwsgierig gemaakt naar de rest. Daarnaast ben ik begonnen aan Dungeon Crawler Carl van Matt Dinniman. LitRPG, gaming, bizarre humor en een kat genaamd Donut. Vooral de audioboekversie is een belevenis op zichzelf. En dan is er nog Het Lied van Alchemie, de verhalenbundel die verscheen rond het vijftienjarig bestaan van FantasyWereld. Verschillende Nederlandse auteurs schreven verhalen die zich afspelen in dezelfde cozy fantasywereld. Een mooie manier om in één boek verschillende schrijvers te ontdekken. Mijn leeslijst groeit sneller dan mijn beschikbare leestijd. Dat zal voor veel fantasyfans waarschijnlijk herkenbaar zijn. Maar misschien hoort dat er gewoon bij. Volg Fantasyfans.nl op Facebook en Instagram! Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 7 · 15 min

    Wakker worden in de wereld van de doden

    Wat als een oud-Egyptisch masker de toegang blijkt te zijn tot de wereld van de doden? Dat is het intrigerende uitgangspunt van de Portaaltrilogie van Mathijs Hulster. Op Castlefest sprak ik met hem over zijn driedelige fantasyreeks, de zeven jaar die hij nodig had om het slotdeel af te ronden en de bijzondere werelden die zijn lezers onderweg ontdekken. “Een maand geleden is mijn derde boek uitgekomen. De afsluiter van de serie. Daar heb ik zeven jaar over gedaan.” Mathijs Hulster staat zichtbaar trots achter de tafel van uitgeverij Zilverspoor op Castlefest. Na drie boeken en jaren van schrijven, herschrijven en schaven is de Portaaltrilogie eindelijk compleet. Wat ooit begon als één verhaal, groeide onderweg uit tot een ambitieus fantasy-epos waarin de grenzen tussen leven en dood langzaam vervagen. “Ik dacht eigenlijk dat het één boek zou worden,” grinnikt hij. “Maar inmiddels zijn het er drie.” Een masker naar de wereld van de doden De titel verraadt het al: de Portaaltrilogie draait om werelden die met elkaar verbonden zijn. Maar het eerste portaal blijkt geen magische deur of mysterieuze poort te zijn. “Het eerste portaal is eigenlijk een masker,” legt Mathijs uit. “De hoofdpersoon zet een oud-Egyptisch masker op en wordt wakker in de wereld van de doden.” Hoofdpersoon Jessy ontdekt al snel dat ze daar eigenlijk niet hoort. Zij leeft nog, terwijl vrijwel iedereen om haar heen gestorven is. Terwijl ze probeert terug te keren naar haar eigen wereld, raakt ze verwikkeld in een drieduizend jaar oude vloek en ontdekt ze dat verschillende werelden veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan ze ooit had kunnen vermoeden. Naast de wereld van de levenden en de wereld van de doden speelt ook een tussenrijk, geïnspireerd door de Egyptische mythologie, een belangrijke rol. Verder zijn er legendarische plaatsen als de Dwaaldomeinen en het mythische Rijk der Hemelen, waarvan niemand zeker weet of ze werkelijk bestaan. “Langzaam wordt steeds meer duidelijk over al die werelden,” zegt Mathijs. “Maar ik ga natuurlijk niet verklappen hoe.” Zeven jaar voor één boek Waarom liet het laatste deel eigenlijk zeven jaar op zich wachten? Mathijs hoeft niet lang na te denken. “Eigenlijk alles wat lang kon duren, duurde ook lang.” Het manuscript groeide uit tot een dikker boek dan gepland. Er werd intensief geredigeerd, complete perspectieven gingen op de schop en ondertussen moest hij alle verhaallijnen uit de eerste twee delen op een bevredigende manier samenbrengen. “Een laatste boek schrijven is echt anders. In eerdere delen kun je nog nieuwe lijnen uitzetten. Nu moest alles bij elkaar komen.” Juist dat maakte het schrijven ingewikkelder dan hij had verwacht. Een fysiotherapeut die liggend schrijft Naast schrijver is Mathijs fysiotherapeut. Dat blijkt verrassend goed samen te gaan. Tenminste... zolang hij niet achter een bureau hoeft te zitten. “Ik lig meestal op de bank,” bekent hij lachend. “Met een kussen onder mijn laptop, een kop koffie of thee ernaast en muziek zonder zang.” Hans Zimmer komt regelmatig voorbij. Net als epische fantasymuziek, melodische trance of simpelweg vogelgeluiden. “Tijdens de eerste versie van een hoofdstuk beleef ik het verhaal echt. Dan kom ik in een soort diepe extase.” Zijn medische achtergrond helpt hem ondertussen om lichamelijke klachten te voorkomen. “Blijf vooral bewegen. En zorg voor voldoende afwisseling. Dat is uiteindelijk veel belangrijker dan de perfecte schrijfhouding.” Van zelf uitgeven naar een uitgever De Portaaltrilogie is niet zijn eerste boek; al op zijn zeventiende gaf Mathijs in eigen beheer een fantasyroman uit. “Dat was heel kleinschalig,” vertelt hij. “Gewoon laten drukken en verkopen aan vrienden en kennissen.” Inmiddels werkt hij samen met uitgeverij Zilverspoor, waar zijn serie onder het Zilverbron‑label wordt uitgegeven. Dat bevalt hem goed. “Bij selfpublishing komt zó veel kijken. Marketing, vormgeving, productie. Ik ben blij dat ik me nu vooral op het schrijven kan richten.” Dat is ook nodig. Naast zijn werk als fysiotherapeut moet iedere vrije avond zorgvuldig worden verdeeld. “Als ik geen baan had gehad, had ik waarschijnlijk geen zeven jaar over dit boek gedaan.” Op naar sciencefiction Nu de Portaaltrilogie is afgerond, ligt er alweer een nieuw project te wachten. Het eerste idee daarvoor dateert al uit 2014. Het wordt geen fantasy, maar een sciencefictionthriller. De hoofdpersoon is een jonge vrouw die al twee jaar een relatie heeft, maar vrijwel niets weet over haar vriend. Ze kent zijn familie niet, weet niet wat hij doet en krijgt op al haar vragen ontwijkende antwoorden. Uiteindelijk stelt ze hem een ultimatum. “Als ik voor middernacht niet weet wie je bent, maak ik het uit.” Wie die mysterieuze man werkelijk is? Mathijs moet lachen. “Ik weet een groot deel al. Maar ik weet nog steeds niet precies wie hij is.” Dat is precies hoe hij graag schrijft. Met een duidelijke rode draad en een bestemming voor ogen, maar ook met genoeg ruimte om zich onderweg nog te laten verrassen door zijn eigen verhaal. Misschien is dat wel de mooiste belofte voor zijn volgende boek. Links: * De website van Mathijs Hulster * Facebook | Instagram * Bestel de Portaaltrilogie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 6 · 21 min

    “Maak het boek van je dromen”

    Wat gebeurt er als mensen besluiten dat ze de goden niet langer nodig hebben? Dat is het uitgangspunt van Schild van Zilver, de Nederlandse editie van Sandy Butchers' fantasydebuut. Op Castlefest vertelde ze over de laatste god, gevaarlijke alchemisten en de vragen over goed en kwaad die onder het avontuur schuilgaan. Een Engelstalig fantasydebuut dat de oversteek maakt naar Nederland, krijgt meestal alleen een nieuwe omslag en een vertaling. Niet bij Sandy Butchers. Voor de Nederlandse uitgave van Bonds of Blood & Silver, die tijdens Castlefest verscheen onder de titel Schild van Zilver, greep ze de kans aan om opnieuw door haar verhaal te gaan. Niet om het te veranderen, maar om het dichter te brengen bij de versie die ze altijd al voor ogen had. "Maak het boek van je dromen," moedigde haar uitgeefster Cocky van Dijk haar aan. “De Nederlandse versie is gewoon twintigduizend woorden langer,” vertelt ze met een glimlach. “Ik mocht eindelijk alle scènes terugzetten die ik eerder had moeten schrappen.” Een tweede kans voor hetzelfde verhaal Het verschil tussen beide edities is groter dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Toen Sandy haar Engelstalige manuscript aanbood aan een Amerikaanse literair agent, kreeg ze het advies om het korter te maken. Voor een debuterende auteur is een compacte roman nu eenmaal minder risicovol om uit te geven. “Het werd uiteindelijk een heel sterk verhaal,” vertelt ze. “Maar wel een gecondenseerde versie.” Voor de Nederlandse uitgave kreeg ze van uitgeverij Zilverspoor juist het tegenovergestelde advies. “Ze zeiden: je hebt alle ruimte die je nodig hebt, dus gebruik die ook.” Samen met redacteur Kelly van der Laan dook ze opnieuw het manuscript in. “Waar kunnen we de personages meer ruimte geven? Welke oude scènes kunnen terug? Waar kunnen we weer dichter bij de oorspronkelijke versie van het verhaal komen?” Schrijven is schaven Opvallend genoeg ziet Sandy zo’n ingrijpende redactieronde niet als een noodzakelijk kwaad. Integendeel. "Ik vind het juist heerlijk als iemand het mes erin zet," zegt ze. "Dat hoort gewoon bij het schrijfproces." Die houding herken je ook in haar werk als illustrator. Op YouTube laat ze regelmatig zien hoe een schilderij laag voor laag ontstaat. Het begint als een eenvoudige schets, en groeit langzaam uit tot een gedetailleerd kunstwerk. “Het werk vormt zichzelf,” zegt ze. “Dat is met een boek eigenlijk niet anders dan met een schilderij. Je begint ergens en op een gegeven moment vertelt het verhaal zelf wat het nodig heeft.” Volgens haar is dat misschien wel de belangrijkste eigenschap van een schrijver. “Je moet leren luisteren naar wat het verhaal nodig heeft.” Van Tolkien naar een eigen wereld Verhalen vertellen doet Sandy al bijna haar hele leven. Toen ze twaalf was, zag ze voor het eerst The Lord of the Rings. “Ik dacht: dit wil ik ook.” Twee jaar later verscheen haar eerste boek via een print-on-demand-uitgever. Ze kan er inmiddels met een glimlach op terugkijken. “Ik was ooit de jongste schrijfster van Nederland,” zegt ze. “Maar als ik dat boek nu terugzie, denk ik vooral: o jee...” Na die vroege start verdwenen schrijven en illustreren een tijd naar de achtergrond. Pas rond 2019 besloot ze beide passies opnieuw samen te brengen. Dat leidde eerst tot haar interactieve cyberpunkproject The Singularian en uiteindelijk tot Bonds of Blood & Silver, dat inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar is als Schild van Zilver. De laatste god In Schild van Zilver zijn alle goden dood. Op één na. Skjall, de laatste overlevende, leeft ondergedoken in een wereld waarin de alchemisten de goden hebben uitgeroeid. Ze zijn ervan overtuigd dat ze met hun wetenschap kunnen nabootsen wat de goden ooit uniek maakte. Wanneer een jachtpartij onverwacht misloopt en Skjall per ongeluk de dochter van de koning verwondt, raakt hij ongewild betrokken bij een conflict dat veel groter is dan hijzelf. Al snel wordt duidelijk dat niet alleen zijn eigen leven op het spel staat, maar misschien wel het voortbestaan van de hele wereld. Goed en kwaad zijn zelden zwart-wit Achter de strijd tussen goden en alchemisten schuilt een vraag die Sandy veel interessanter vindt dan de vraag wie uiteindelijk zal winnen. “Ik vind dualiteit altijd heel interessant,” vertelt ze. “Goede dingen doen om de verkeerde redenen. En slechte dingen doen om de juiste redenen.” Die morele grijstinten vormen het hart van Schild van Zilver. De alchemisten zijn niet simpelweg schurken die de wereld willen vernietigen. Ze geloven dat ze iets beters kunnen creëren dan de oude goden ooit deden. Tegelijk is ook de laatste god allesbehalve een onfeilbare held. Zijn keuzes hebben gevolgen en dwingen hem voortdurend om af te wegen wat het juiste is om te doen. Daar komt nog een tweede thema bij dat Sandy fascineert: de verhouding tussen religie en wetenschap. “Ik vind die tegenstelling tussen geloof en wetenschap ontzettend interessant,” zegt ze. “En eigenlijk ben ik die twee werelden gaan mengen.” Daardoor draait Schild van Zilver niet alleen om magie, monsters en veldslagen, maar ook om vragen die verrassend actueel aanvoelen. Hoever mag je gaan om de wereld te verbeteren? En wat gebeurt er als de mens denkt de plaats van de goden te kunnen innemen? Meer dan alleen een schrijver Wie Sandy alleen kent van haar boeken, mist een groot deel van haar creatieve wereld. Ze ontwerpt haar eigen covers, maakt de illustraties bij haar verhalen en deelt vrijwel dagelijks nieuwe schilderijen, schetsen en work in progress-video’s op sociale media. Ook Schild van Zilver draagt haar eigen stempel. De cover lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: een donkere achtergrond, zilveren letters en subtiele ornamenten. Maar wie beter kijkt, ontdekt steeds meer verwijzingen naar het verhaal. De zilveren bloemen op de omslag spelen een rol in het verhaal, op de achtergrond is een mysterieus symbool verwerkt dat vooruitwijst naar het plot, en zelfs de subtiele bloedspetters zijn geen toeval. “Hoe langer je naar die cover kijkt, hoe meer je gaat herkennen.” Speciaal voor de Nederlandse editie maakte ze bovendien twaalf nieuwe illustraties die in het boek zijn opgenomen. Het volgende verhaal Hoewel een vervolg op Schild van Zilver zeker tot de mogelijkheden behoort, kiest Sandy voorlopig voor een nieuwe wereld. Ze werkt momenteel aan een gothic dark academia-roman, die ontstond uit de vraag: “Wat als het monster van Frankenstein een aartsengel was?” Waar Schild van Zilver vooral wordt voortgestuwd door actie en grote gebeurtenissen, wil ze in haar nieuwe boek veel dieper in het hoofd van haar hoofdpersoon kruipen. “Ik ga jullie laten huilen,” zegt ze lachend. Vroeger droomde Sandy Butchers ervan dat Peter Jackson ooit een van haar boeken zou verfilmen. Die droom is niet verdwenen, zegt ze. Maar wat haar tegenwoordig misschien nog wel meer raakt, is iets veel kleiners. Dat iemand haar boek oppakt, glimlacht en zegt: “Ik heb zó veel zin om dit te gaan lezen.” Voor een schrijver is er misschien geen mooier compliment. Links: * De website van Sandy Butchers * Facebook | Instagram | YouTube * Bestel ‘Schild van Zilver’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 5 · 14 min

    Hollandos: een fantasywereld van eigen bodem

    Hoe zou een fantasywereld eruitzien als die niet gebaseerd was op Engeland of Scandinavië, maar op Nederland? Pepijn Hamer geeft met Hollandos zijn eigen antwoord op die vraag. Ik sprak hem op Novio Magica over zijn debuut, zijn wereldbouw en zijn plannen voor de rest van de serie. “Ik hou van Nederland. Ik vind het het mooiste land ter wereld.” Wie Pepijn Hamer een paar minuten hoort praten, merkt al snel dat dit geen losse opmerking is. Het is de motor achter zijn debuutroman Hollandos. Op Novio Magica in Nijmegen staat hij achter een tafel met stapels boeken, een grote landkaart van zijn fictieve wereld en een aanstekelijk enthousiasme dat al maanden zichtbaar is op TikTok en Instagram. Daar nam hij zijn volgers stap voor stap mee in het ontstaan van zijn fantasywereld. Nu ligt het eerste boek eindelijk op tafel. “Ik besef het nog niet,” zegt hij lachend. “Ik heb er zo lang naartoe gewerkt en nu is het ineens hier. En ik kan het delen met mensen. Dat is zo mooi. Dat is magisch.” Een fantasyversie van Nederland Veel fantasywerelden zijn geïnspireerd door middeleeuws Engeland of Scandinavische mythologie. Pepijn koos bewust een andere richting. “Ik hou van Nederland,” vertelt hij. “En ik dacht: ik moet een fantasywereld maken die gebaseerd is op Nederland.” Wie naar de grote kaart naast zijn tafel kijkt, herkent meteen de contouren van ons land. Maar bij een tweede blik klopt er iets niet. Er rijzen besneeuwde bergen op waar die nooit hebben gelegen. Provincies dragen namen als Amstels, Poldos en Vulcos. Overal duiken draken, magie en ridders op. “Het is niet helemaal Nederland,” legt hij uit. “Maar het blijft wel Nederlands. Je hebt kaas, pannenkoeken en tulpen. Alles wat wij mooi vinden, maar ook de minder mooie kanten van onze geschiedenis. Ook die probeer ik een plek te geven.” Vier eeuwen geschiedenis Wat vooral opvalt, is hoeveel werk er achter die wereld schuilgaat. Pepijn begon niet alleen met een verhaal, maar met een complete geschiedenis. In zijn wereld splitst de tijdlijn zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf dat moment ontwikkelt Hollandos zich vier eeuwen lang los van Nederland. “Ik ben die 441 jaar gaan uittypen,” vertelt hij. “Per provincie, met leiders, oorlogen, cultuur, geloof en festivals. Daardoor leeft die wereld in mijn hoofd.” Dat merkt hij ook tijdens het schrijven. “Nu ik aan de volgende boeken werk, weet ik soms al waarom een bepaald gebouw er zo uitziet of waarom een land bepaalde gebruiken heeft. Dat komt doordat ik die geschiedenis al ken.” Opgroeien met de personages Hoewel Hollandos een avontuurlijke fantasyroman is, draait het uiteindelijk om mensen. Hoofdpersoon Bente is gebaseerd op iemand uit Pepijns eigen familie die worstelde met onzekerheid. “Ik wilde een held schrijven die op avontuur gaat.” Dat avontuur beperkt zich niet tot één boek. Pepijn heeft een serie van zeven delen gepland. Sterker nog, het einde van het laatste boek ligt al vast. “Ik weet precies waar ik naartoe werk.” Opvallend is dat niet alleen de personages ouder worden, maar ook de lezers. “Boek één is voor twaalf jaar en ouder. Daarna verschijnt ieder jaar een nieuw deel. De lezers groeien mee met de personages. De thema’s worden ook steeds volwassener.” Verlies, ziekte en rouw spelen in de eerste delen nog op de achtergrond, maar krijgen later een veel grotere rol. Samen schrijven Naast Pepijn staat zijn vrouw Sterre, die niet alleen helpt bij het bemensen van de stand, maar ook de eerste proeflezer van al zijn boeken is. “We hebben afgesproken dat ik van de volgende delen minder wil weten,” vertelt ze lachend. “Dan kan ik ze ook echt als lezer beleven.” Toch heeft ze haar sporen al ruimschoots verdiend. “Het hele concept van Victor en de ogen die opgloeien heeft Sterre bedacht,” vertelt Pepijn. Ook een van de hoofdpersonages is deels op haar gebaseerd. Zo groeit Hollandos ook in de gesprekken die ze samen voeren. Het avontuur gaat verder Begin juli verscheen de Nederlandse editie van Hollandos onder de titel Ogen van de prins. Ook het tweede deel is inmiddels voltooid. Volgens Pepijn wordt dat boek persoonlijker dan zijn debuut. Waar het eerste deel vooral draait om een strijd tegen een kwaadaardige prins, verschuift de aandacht naar thema’s als eenzaamheid, identiteit en verlies. Tegelijk heeft hij de feedback van zijn eerste lezers verwerkt. Personages krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen en de geheimen achter Hollandos worden verder ontrafeld. Voor Nederlandse lezers is nog even geduld nodig. De Engelstalige uitgave van Vessel of the Kazàncore verschijnt in november, de Nederlandse vertaling volgt begin 2027. Pepijn weet inmiddels precies waar de reis naartoe gaat. Alle zeven delen zijn uitgestippeld en het einde staat al jaren vast. “Ik ben geen George R.R. Martin,” zegt hij met een glimlach. Wie hem een paar minuten over Hollandos hoort vertellen, gelooft hem meteen. Zijn wereld leeft allang niet meer alleen in zijn hoofd. En als het aan hem ligt, zijn zijn lezers nog maar net aan hun reis door Hollandos begonnen. Links: * De website over de Hollandos serie * Facebook | Instagram | TikTok * Bestel Hollandos Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 5 · 10 min

    De kracht van nieuwsgierigheid

    “Waarom geloven mensen eigenlijk zomaar wat hun verteld wordt?”Geen vraag die je direct verwacht op een fantasyfestival tussen de cosplayers, kunstenaars en schrijvers. Maar precies daar begint het gesprek met fantasyauteur Ariadne Zwaan op Novio Magica in Nijmegen. Op de tafel van uitgeverij Nimisa in de Stevenskerk ligt haar debuutroman De prijs van orde. Op de cover: een zwaard, een rode doek en een weegschaal die zichtbaar uit balans hangt. Geen toeval, blijkt al snel. “Dat gaat eigenlijk over de verhouding tussen orde en chaos,” vertelt ze. “Die balans is verstoord geraakt. En de natuur probeert dat uiteindelijk te corrigeren.” Dat klinkt filosofisch, maar De prijs van orde begint verrassend herkenbaar. Niet bij magie of monsters, maar bij iets wat Ariadne steeds vaker om zich heen ziet gebeuren: mensen die stoppen met vragen stellen. “Nieuwsgierigheid verdwijnt” “Veel mensen scrollen gewoon eindeloos door social media,” zegt ze. “Ze controleren informatie niet meer, kijken niet verder, stellen geen vragen. En daardoor ontstaat steeds meer onbegrip.” Die observatie vormde uiteindelijk het fundament van haar fantasywereld. In De prijs van orde leven mensen in een strak gecontroleerde samenleving waarin de goden alles regelen. Huwelijken worden bepaald, de toekomst wordt voorspeld en chaos lijkt uitgebannen. Iedereen weet wat zijn plaats is. Tot het systeem plotseling faalt. Hoofdpersoon Lynnara ontdekt dat de perfecte wereld waarin ze altijd geloofde misschien helemaal niet perfect is. “De goden hebben voor haar een man uitgekozen,” vertelt Ariadne. “Daar is ze blij mee. Maar dan gaat het mis. En dat hoort eigenlijk niet te kunnen.” Juist dat kleine foutje zet alles in beweging. Drie mensen die beginnen te graven Naast Lynnara volgen we nog twee andere personages. Hanno is een elitekrijger die dankzij een gave van de goden een stukje van de toekomst kan zien. Dat maakt hem bijna onverslaanbaar. Maar ook hij begint langzaam te ontdekken dat het systeem waarin hij gelooft misschien niet klopt. De derde hoofdpersoon, Doran, werkt als wetenschapper voor een soort ministerie dat profetieën onderzoekt. Wanneer een voorspelling opduikt die al uitgekomen is, gaat hij op onderzoek uit, ondanks tegenwerking van zijn baas. “Hij heeft gewoon te veel nieuwsgierigheid om het te negeren,” zegt Ariadne lachend. Langzaam raken de drie verhaallijnen met elkaar verweven. Iedereen bezit een stukje van de waarheid, maar niemand ziet het complete plaatje. Fantasy met een natuurkundige kern Wat De prijs van orde extra bijzonder maakt, is dat Ariadne haar achtergrond in de natuurkunde rechtstreeks in het verhaal heeft verwerkt. Het magische systeem van haar wereld is gebaseerd op de tweede wet van de thermodynamica. Geen paniek, ook tijdens ons gesprek moest ze daar meteen bij uitleggen wat dat precies betekent. “Die wet zegt eigenlijk dat entropie alleen maar kan toenemen,” legt ze uit. “Oftewel: perfecte controle is misschien helemaal niet mogelijk.” Zelf vergelijkt ze het met oortjes die altijd in de knoop uit je broekzak komen. Dat idee heeft ze vervolgens doorgetrokken naar een complete samenleving die probeert chaos volledig uit te bannen. Met alle gevolgen van dien. De leukste persoon om te schrijven? Niet de hoofdpersoon Opvallend genoeg blijkt Ariadne zelf het meeste verwantschap te voelen met een bijpersonage. Niet met Lynnara, Hanno of Doran de wetenschapper, maar met de mysterieuze mentor van Hanno. “Toen ik klaar was met schrijven dacht ik ineens: verdorie, daar zit eigenlijk het meeste van mezelf in.” Waarom juist zij? “Omdat ze altijd net anders denkt dan mensen verwachten. Ze houdt ervan om over absurde dingen na te denken die stiekem toch logisch blijken. Ze durft anders te kijken.” Misschien is dat uiteindelijk wel de kern van goede fantasy. Dat het niet alleen een andere wereld laat zien, maar je ook opnieuw leert kijken naar je eigen wereld. Links: * Meer informatie over Ariadne Zwaan en haar werk is te vinden op haar website: Ariadne Zwaan * Facebook | Instagram | TikTok * Je kunt het boek bestellen op de website van uitgeverij Nimisa Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  • August 5 · 15 min

    'In Engeland gebeurt iets met je'

    Nu Charlotte de Winter tijdens Castlefest haar nieuwe roman De Dorsairean presenteert, is het een mooi moment om terug te blikken op een gesprek dat ik vorig jaar november met haar had tijdens Heroes Dutch Comic Con. We spraken over haar liefde voor Engeland en Schotland, de ontstaansgeschiedenis van de Sleuteldrager-trilogie en de bijzondere ervaringen die leidden tot de verhalen in haar boeken. Voor Charlotte de Winter zijn Engeland en Schotland veel meer dan het decor van haar verhalen. De ruige landschappen, eeuwenoude kastelen en Keltische legendes vormen het kloppende hart van haar fictie. “Je loopt door een oud kasteel en je voelt gewoon dat er meer is,” vertelt ze me op Heroes Dutch Comic Con. “Ik zeg niet dat ik in geesten geloof, ik ben ook gewoon een nuchtere Hollander. Maar er gebeurt iets met je.” Die fascinatie werd de voedingsbodem voor de boeken van de succesvolle Sleuteldrager-trilogie. Inmiddels is Charlotte een nieuwe richting ingeslagen. Tijdens Castlefest verscheen haar nieuwste historische fantasyroman De Dorsairean, waarin ze de lezer meeneemt naar Britannia in het jaar 122 na Christus. Maar ook daarin blijft Groot-Brittannië de voedingsbodem voor haar verbeelding. Een rechercheur die liever géén magie wil De Sleuteldrager-trilogie speelt zich juist af in het Engeland en Schotland van nu. De hoofdpersoon is Finlay Reid, een 33-jarige Schotse rechercheur moordzaken die van de ene op de andere dag een gave ontwikkelt waar hij helemaal niet op zit te wachten: hij ziet en hoort dingen die anderen niet waarnemen. Het liefst zou hij die bovennatuurlijke vermogens zo snel mogelijk weer kwijtraken. Maar terwijl hij een reeks mysterieuze moorden onderzoekt, ontdekt hij dat de dader over precies dezelfde gaven beschikt. Sterker nog: de moordenaar is al overleden maar laat zich daardoor niet tegenhouden. “Finlay krijgt te maken met een psychopathische, moordzuchtige geest met bovennatuurlijke gaven,” zegt Charlotte lachend. “Ga er maar aan staan.” Het meisje naast haar bed De oorsprong van dat verhaal ligt niet alleen in haar liefde voor Groot-Brittannië. Er was ook een vakantie die ze nooit meer vergat. Tijdens een verblijf in Engeland werd ze midden in de nacht wakker. Naast haar bed stond een meisje in een Victoriaanse jurk. “Ik kon dwars door haar heen kijken.” Charlotte is de eerste om toe te geven dat ze niet kan bewijzen wat ze zag. “Ik zal het wel gedroomd hebben.” Toch maakte de ervaring zoveel indruk dat ze de volgende ochtend voorzichtig informeerde bij de lokale bakker. Tot haar verbazing kreeg ze direct antwoord. “O, dan heb je Annabel ontmoet.” Charlotte wilde beslist niet nog een nacht op die plek slapen. “Ik heb mijn koffer gepakt en ben weggegaan.” Of het nu een droom was of niet, het moment bleef jaren door haar hoofd spoken. Een bankje in het bos Opvallend genoeg leidde die gebeurtenis niet meteen tot een boek. Pas ongeveer tien jaar later, na een periode waarin ze te hard had gewerkt, zat Charlotte uit te rusten op een bankje in een bos. Daar verscheen ineens een scène in haar hoofd. "Ik dacht: daar zou iemand eigenlijk een boek over moeten schrijven." Even later rende ze naar huis, klapte haar laptop open en begon aan De Sleuteldrager. Vertalen is veel meer dan woorden vervangen Na drie succesvolle delen besloot Charlotte haar boeken ook in het Engels uit te brengen. Dat leek vanzelfsprekend. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde in Engeland en haar verhalen spelen zich daar ook af. Toch ontdekte ze al snel dat goed vertalen veel ingewikkelder is dan simpelweg Nederlandse zinnen omzetten. “Mijn Engels is bloody brilliant,” zegt ze over haar eerste vertaling. “Maar niet goed genoeg.” Volgens haar zit het verschil juist in de nuance. Soms maakt één enkel woord het verschil tussen een goede scène en een scène die de lezer kippenvel bezorgt. Daarom werkte ze samen met een Engelse redacteur, net zolang totdat Engelse proeflezers niet meer konden horen dat het oorspronkelijk een Nederlandse roman was. “Als iemand in Engeland het leest en niet weet dat het een vertaling is... dan hebben we het goed gedaan.” Een nieuw verhaal Hoewel de Sleuteldrager-trilogie inmiddels is afgerond, blijft Charlotte schrijven. Met De Dorsairean slaat ze een nieuwe weg in. Dit keer geen hedendaagse thriller met bovennatuurlijke elementen, maar een historische fantasyroman die zich afspeelt in Britannia ten tijde van de Romeinse overheersing. Hoofdpersoon Fiona, een genezeres van de Keltische Dorsairean, ziet haar visioenen werkelijkheid worden wanneer haar volk wordt aangevallen. Wat volgt is een tocht door een door oorlog verscheurd land, waarin mythologie, geschiedenis en magie opnieuw nauw met elkaar verweven raken. De tijd is veranderd. De personages ook. Maar de bron van haar verhalen blijft dezelfde: de Britse eilanden, waar geschiedenis, mythologie en verbeelding al eeuwenlang moeiteloos in elkaar overlopen. Zolang Charlotte de Winter daar inspiratie blijft vinden, zijn haar lezers nog lang niet uitgereisd. Links: * Website van Charlotte de Winter * Facebook | Instagram * Bestel Charlotte’s boeken Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

Showing 1–20 of 22 episodes