Skip to content
Artwork for Evenwicht, je leven
Health & FitnessMental Health

Evenwicht, je leven

Paula Hijne

Evenwicht, je leven

De podcast over het zintuig evenwicht. 


Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht.

De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht. 

In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod.

Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord. 


'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'.


https://evenwichtinuitvoering.nl/

Play
  • 20 episodes
  • weekly
  • Avg 12 min
  • Dutch
  • S12 · E13
    Wednesday · 8 min

    13 Au mijn rug

    Af en toe heb ik, net als iedereen, rugpijn. Pijnlijk en vervelend, want dan kun je niet zo veel doen. Dat bewegen dan extra moeilijk is, als ook het evenwicht minder goed werkt, maakt het herstel des te lastiger. (afb Pixabay Anagret-Arlene) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht in uitvoering'. Dat gaat over ons evenwichtssysteem. En deze aflevering gaat ook weer over mijn evenwicht in dit geval. Dit is seizoen 12, aflevering 13: Au, mijn rug! Ik deed de was in de wasmachine. Een tijdje geleden al en opeens 'tok', gaat het zo in mijn rug. Dat heb ik wel een keer eerder gehad en dat is wel een hele tijd geleden. Dat betekende dat ik me voorzichtig moest bewegen. Maar het was al snel duidelijk; de was ophangen, dat ging me niet meer lukken. Dus ik heb mijn man geroepen: ‘Wil jij verder de was ophangen, het lukt mij niet, ik kan het niet.’ Ik kon namelijk nauwelijks rechtop staan. Dus het was ook voorzichtig lopen, voorzichtig gaan zitten en als je dan weer ging staan, dan ook weer met beleid opstaan. Ja ondertussen wat paracetamol slikken om niet te veel pijn te hebben. De volgende dag ging ik naar de fysiotherapeut. En zij zei daar al: ja, ik wil daar helemaal niets aan doen, want het is net gebeurd. Dus dan is het eigenlijk ontstoken. Dus ze heeft mijn gebruikelijke spanning in nek en schouders behandeld. Dat is altijd sowieso heel fijn, want ik ga nog echt om de week naar de fysiotherapeut, omdat én door de tinnitus en doordat het evenwicht niet goed werkt, dat het nodig is dat mijn nek en schouders af en toe los gemaakt moeten worden. Ik krijg dat niet zelf voor mekaar om het los te houden. Zij zei al: ‘Je moet eerst wachten tot de ontsteking minder is.’ En ik had het zo rechts, aan de rechterkant, ter hoogte van mijn bil. En daar zit dan precies een plekje -dat kan ik dan ook helemaal zelf voelen ook- dat zorgt voor de pijn. Wat belangrijk was dat ik wel in beweging bleef, maar ik mocht helemaal niets forceren. Dat betekende ook dat ik helemaal niets kon doen. Tenminste niet buiten de deur. Ik had allerlei afspraken en ik heb alles moeten afzeggen. Dat was daarvoor ook al, omdat ik zo ontzettend verkouden was. En nu was het ook nog een keer nodig vanwege dan die pijn in mijn rug. Na een paar dagen... die plek daar bij mijn bil, die werd wel minder, maar omdat ik toch wat moeizaam aan het bewegen was, en voorzichtig steeds, bleef er spanning in mijn hele onderrug. Zelfs mijn buikspieren aan de voorkant, m’n buik, die spande ik ook steeds extra aan. Maar dat deed dus ook pijn. Dat ging ook eigenlijk allemaal vastzitten. Na zo'n zes dagen ben ik buiten gaan wandelen, hmmm en dat was wel al lastig, want dat deed toch weer pijn. Niet per se onder in mijn rug, maar wel weer op dat plekje, rechts bij mijn bil. En wat mij opviel tijdens dat lopen, is dan de extra moeite die ik moest doen om goed rechtop te blijven lopen en ook rechtdoor te lopen. Nou heb ik sowieso dat rechtdoor lopen op de stoep, dat is altijd met aandacht lopen. Maar nu moest ik daar nóg meer moeite voor doen. En dat komt dus hoogstwaarschijnlijk omdat die evenwichtsorganen niet meer goed werken. En als dan ook je rug dan pijn doet, dan ga je, om dat te verminderen misschien een beetje scheeflopen. En dat is dan weer een extra aanslag op je hele mobiliteit. Want er zijn veel minder correcties vanuit dat evenwicht, vanuit die evenwichtsorganen dus, je moet dat allemaal met je spieren opvangen. En dat is écht niet fijn! Het was ook behoorlijk lastig om dus lekker te lopen, om soepel te lopen, om ..ehm.. een beetje ontspannen te lopen. Maar afijn, na een week ben ik dan toch weer naar de les gegaan, op de sportschool, de 60+ les. Ik had ook echt zoiets van, wie weet wat dat oplevert. En ik heb daar heel rustig aan gedaan. Ik heb geprobeerd het helemaal niet te forceren. Ik heb ook enkele oefeningen op een hele andere manier gedaan. Ik ging niet planken en niet springen. Juist om mijn rug toch een beetje te ontzien. En dat ging heel goed. Hoewel, bepaalde loopoefeningen, daar merkte ik een soort onzekerheid bij mezelf. Na de les, tijdens het koffiedrinken, voelde ik me best wel beter. Ik heb even gedoucht en daarna gaan we dan met elkaar koffiedrinken. En ik ben gaan zitten daar op een houten stoel. Toen had ik echt zo van: nou, ja, gaat wel goed! Ik heb helemaal geen pijn meer en ..ehm.. ik zit lekker. Maar ja, helaas, toen ik eenmaal buiten liep, heb ik ook de sporttas in mijn hand, schoot het er toch weer in. Au! En met heel veel moeite ben ik toen naar huis gelopen. Ik had wederom weer geen telefoon mee. En dat was nogal dom dit keer, want ik had het beter wel kunnen doen, want dan had ik even naar huis kunnen bellen. En dan kon ik opgehaald worden. Dus ik ben heel voorzichtig, stap voor stap, via de stoep zo naar huis gelopen. En ook nog extra oppassen met alle stoepjes op en af. Die middag had ik thuis zelfs moeite om goed op de stoel te zitten. Toen heb ik ook daar de houten stoel gepakt, een houten platte stoel, en daar ben ik op gaan zitten. Het bijzondere is dat ik dan veel minder pijn heb, dan wanneer ik op een zachte stoel ga zitten. Daar kwam ik achter! Ja, en dan is het gaan zitten en het opstaan, dat blijft elke keer dat je dat met heel veel aandacht moet doen. Het werd me ook duidelijk dat een lichamelijk defect, wat het dan ook is, dat dat een veel grotere impact heeft op het bewegen als de evenwichtsorganen dus niet meer zo goed functioneren. Ja en hopelijk herstelt mijn rug dan wel goed, zodat ik weer heerlijk kan bewegen. En nu zijn we ondertussen weer een week verder. En wat ik heb gemerkt na twee keer geen evenwichtsoefeningen te hebben gedaan in de kineses-les op de sportschool, hoe snel dat gevoel van een nou ja, redelijk goed evenwicht, hoe snel dat achteruitgaat! We doen altijd twee rondes in circuit-vorm. En die eerste ronde had ik écht moeite om me goed staande te houden op alle balansborden en de -ballen die er waren. We hebben altijd bij die kineses-les extra veel evenwichtsoefeningen. Maar ik had er moeite mee, alsof mijn lichaam even helemaal niet meer wist hoe het moest! En gelukkig ging dat in de tweede ronde alweer wat beter. Ondertussen hield ik natuurlijk ook mijn rug ook wel wat in de gaten. En ook allerlei ..ehm.. ja oefeningen waarbij ik echt zo had: nou hier belast ik veel te veel mijn rug mee, die heb ik niet uitgevoerd, heb ik iets anders gedaan. En dat is dus wel weer extra focus. Extra focus om me goed in evenwicht te houden en ook nog eens een keer dat ik niet ga forceren. Het is nu dus helemaal duidelijk geworden, dat het voor mij écht belangrijk is om dat evenwicht steeds weer te triggeren. Om elke keer weer evenwichtsoefeningen te blijven doen, zodat mijn evenwichtsgevoel toch sterk genoeg blijft. En nu, dat ik zo last had met mijn rug, was dat nóg duidelijker hoe belangrijk het is dat ik mijn evenwicht zo optimaal mogelijk houd. Dit was niet zo'n hele lange aflevering. En toch wilde ik dit graag vertellen, omdat het heel specifiek met dat evenwicht ook te maken heeft. Dit was seizoen 12, aflevering 13: ‘Au, mijn rug!’ van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer!

  • S12 · E12
    September 30 · 18 min

    12 Visuals

    Visuals zijn afbeeldingen die informatie, gegevens of een idee zichtbaar maken. We begrijpen beelden veel sneller dan lange teksten. Ik heb visuals, afbeeldingen, gebruikt om 100 dagen, elke dag, even te schrijven. (afb eigen foto van het schrift waar ik 100 verhalen in heb geschreven). Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van 3 verschillende boeken. En in die boeken heb ik gebruik gemaakt van allerlei afbeeldingen. Deze aflevering gaat over afbeeldingen. Dit is seizoen 12, aflevering 12: Visuals Visuals, dat is een Engels woord voor beelden. Een visual is een grafische weergave of een afbeelding die informatie, gegevens of en idee zichtbaar maakt, want het menselijk brein begrijpt beelden veel sneller dan lange teksten. Beeld blijft vaak veel langer hangen. En dat is wel gek om dit te gaan vertellen in deze podcast, waar geen beeld bij is. Ja, behalve het plaatje wat bij deze podcast staat, maar verder is er geen beeld. Ik ga het proberen om het zo goed mogelijk uit te leggen, zodat je het toch voor je kan zien. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik ga het proberen. Bij een coachingstraject worden visuals gebruikt voor zelfinzicht, voor een andere mindset, voor ..ehm.. verandering van leefstijl en zo. En in mijn re-integratietraject in 2008, kwam er zo'n doosje met kaarten op tafel, visuals. Volgens mij heette het ook zo. En daar mocht ik uit kiezen. Al die plaatjes werden neergelegd. Eén grote brij aan plaatjes en ik moest daar eentje uit kiezen, die stond voor 'vroeger'. Dan één plaatje voor 'in het nú staan' en één plaatje kiezen voor ‘de toekomst’. En ik vond dat een hele leuke opdracht om te doen. Ik heb die plaatjes gekozen en daar heb ik ook een verhaal bij gemaakt, bij die drie plaatjes. Vanaf dat moment ben ik begonnen met verzamelen van plaatjes om zelf visuals te maken. Plaatjes die ik had uitgekozen die plakte ik op een papier. Die knipte ik netjes uit. En die ging ik dan lamineren en zo heb ik allerlei verschillende groottes aan visuals in verschillende doosjes. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt om dat te maken, want ik heb er genoeg. Maar ik ben niet gestopt met het verzamelen van al die afbeeldingen! Plaatjes ..ehm.. foto's uit tijdschriften. En dan met name aansprekende kleurrijke afbeeldingen. Ook heel veel natuurfoto's, want in de natuur vind je heel veel metaforen. Ja, en wat doe ik dan met al die plaatjes? Ja, ik knip ze dus uit. En dan orden ik ze in hele kleine plaatjes en dan iets groter en nog groter. Tot A4 formaat, want dat is ongeveer de grootste afbeelding die prettig is om mee te werken. En die bewaar ik allemaal. Ik heb hier verschillende dozen staan. Een soort laatjes zijn dat waar allemaal verschillende plaatjes in zitten. En ik heb hier nog een hele bak waar een heleboel in ligt die ik nog moet ordenen. Met die plaatjes heb ik al heel wat collages gemaakt, op hele grote vellen papier. En hier in de praktijkruimte staan een paar kasten, een paar kledingkasten en daar zitten ja, totaal zo’n acht langwerpige collages op. Met allemaal een bepaald thema die ik daarvoor gekozen heb. Dat vond ik zó leuk om te maken. En ik heb hier ook één hele grote hangen met allerlei insecten en spinnen. Zo'n grote plaat heb ik ook gemaakt voor beide zoons, want die houden heel erg van het determineren van insecten en spinnen. Ook zo'n grote collage hebben ze van mij gekregen en die hangen in hun huis. Ik heb al heel veel plaatjes dus nu. Heel veel afbeeldingen die gebruikt kunnen worden als visuals of die je kunt gebruiken dus voor die collages maken. En ik heb er al heel veel en toch kan ik niet stoppen met dat verzamelen van die plaatjes! Want elke foto in een tijdschrift die iets vertelt of waar een boodschap in zit of waar een metafoor aan te hangen is, ja, die ik juist ook mooi vind of juist heel lelijk of misschien zelfs eng, ja, die vind ik de moeite waard om te bewaren. En dat bewaren doe ik dus al héél lang. In 2014 heb ik er op een andere manier gebruik van gemaakt. Ik ben namelijk toen begonnen met 100 dagen schrijven. Elke dag een stukje schrijven. Dat heb ik gedaan in een, in een schrift, ik heb eerst een schrift gekozen waarin ik dat wilde doen. Een A5-schrift met een vilten omslag, hele kleurrijke omslag. En dat schrift komt dan weer van een viltkunstenares uit Vlissingen. Die heb ik gekocht toen in de vakantie - 2014 hebben we het over. En mijn bedoeling was om elke dag daar een stukje in te schrijven. Het bijzondere is dat het hele schrift precies 100 dagen, heb ik daarin kunnen schrijven! Het zijn dus precies 100 bladzijden. Maar dat heb ik gedaan steeds naar aanleiding van plaatjes. Ik koos elke dag een plaatje, want toen had ik al een hele verzameling. En die plakte ik dan in aan de linkerkant en dan ging ik aan de rechterkant schrijven. Eén bladzijde lang. Niet langer. Als die bladzijde vol was dan stopte ik. En die afbeelding was dan de ingang waar ik over ging schrijven. En de ene keer was dat precies waar de tekst over ging. Dus de ene keer schreef ik over precies dat plaatje. En de andere keer ging mijn pen een hele andere kant op. En dat maakte niet uit, want het ging over het ja, het vrij schrijven. Creatief schrijven. Daar was ik dus toen al mee bezig. Als ik begon met kleine letters, dan kon ik heel veel tekst erop kwijt, op die bladzijde. Maar begon ik met grote letters, dan werd het een kortere tekst. En een paar van die dagen, die wil ik nu met je delen in deze podcast. Omdat het elke keer naar aanleiding van zo'n visual was. Nou, de schrijfgong… Dan begin ik met dag 2. Dit is geschreven in juli 2014. Ik had gekozen voor een afbeelding, dat zijn allemaal ..ehm.. knoesten in hout. En dat is helemaal blauw geschilderd of de fotograaf heeft het zo bewerkt dat het blauw werd, dat weet ik niet. Maar het zijn hele mooie vormen. Het zijn vormen zonder dat je direct ziet wat het is. En dat was de aanleiding waar ik dan over ging schrijven: Als kind van een jaar af 12 wilde ik alleen boeken lezen met dingen erin die echt kunnen gebeuren. De realiteit. De werkelijkheid. En tekenen deed ik nauwelijks, want dat leek dan nergens op, want ik kon de werkelijkheid niet op papier zetten. Pas veel later ging ik fantasy lezen. Hoewel, 'Kruistocht in spijkerbroek' was natuurlijk wel fantasy, maar waarschijnlijk vond ik dat verhaal realistisch genoeg om het te lezen. Ik heb het al een keer eerder verteld; 'Kruistocht in spijkerbroek' was één van mijn eerste boeken die ik kreeg die ik serieus ging lezen. Misschien is het gekomen door het lezen van fantasy dat ik nu ook durf te tekenen! Tekenen van vormen. Abstract, grillig. En eigenlijk stelt het niets voor en is het wel steeds één geheel. En vooral felle kleuren, vol op! Van tevoren weet ik wat het gaat worden. En steeds weer ben ik dan zelf verrast (ha) van het resultaat. Het gaat dan ook niet om esthetische vormen, om schoonheid, het gaat niet om werkelijkheid. Hoewel elke vorm en elke kleur al bestaat. En ook elke combinatie bestaat al. Dus hoe werkelijk wil je het hebben? En ik zou de hele dag wel willen tekenen, plakken, kleuren, kneden, vormen en af en toe schrijven. Net als een kunstenaar. Het is jammer dat ik tussendoor moet werken. En dan: dag 7. De afbeelding daarvan is een hele kast met allemaal kleine laatjes erin waar van alles in kan. En dan begin ik de tekst met: het schrijven zelf is al heerlijk. Vooral in een mooi, leeg schrift dat langzaam gevuld wordt én met een fijne pen. Schrijven is eigenlijk slow denken. Net zoals je nu slow cooking hebt en slow food. Als je de dingen wilt opschrijven, moet je denken niet te snel gaan, anders ben je het kwijt wat je wilde schrijven. Praten is veel sneller. Je kunt ook makkelijker iets opnieuw zeggen. Herhalen, verbeteren of toevoegen of ontkennen. Bij schrijven staan de woorden ineens zwart op wit op papier. Ja op wit, afhankelijk of je wit papier hebt of crème papier of gekleurd papier. Dat maakt natuurlijk niet uit. En ook, het kan zijn dat ik een hele andere kleur pen gebruik. Het staat er op dat papier en dat blijft er staan. Ja, behalve als je dan het uitscheurt en weggooit of als je het schrift weggooit. Dag 10. De afbeelding is een distel. Een hele mooie blauwe distel die je in de duinen tegenkomt. Wat is er mooier dan een uitgebloeide distel in de blauwe lucht? Ik zou het niet zo weten, want een bloeiende distel in de blauwe lucht valt nauwelijks op. Het is de stekeligheid en tegelijkertijd de breekbaarheid, als stro. De vergane glorie van een trotse bloem. Een stoere zee/duin bloem die bestand is tegen het zilte water en de harde zeewind. En ja, ik heb iets met uitgebloeide bloemen. De vergankelijkheid van het leven. De eindigheid. En de oneindigheid. Want in die uitgebloeide bloem, zie je de zaadknoppen al zitten. Klaar voor een hele rits nieuwe bloemen. Nu nog stevig ingepakt om een hele winter te kunnen overbruggen. Elk jaar weer opnieuw. Het is gewoon en tegelijk wonderschoon en wonderbaarlijk voor wie er oog voor heeft. En dan dag 12. De afbeelding is een plaatje met hele oude boeken op een ook heel verweerde oude tafel. En wat ik toen schreef: welke schrijfstijl spreekt mij aan, vind ik prettig in een boek? Bij een zelfhulpboek vind ik het fijn als ik als lezer rechtstreeks aangesproken wordt door de schrijver. Dat die als het ware met je meedenkt en voor mij denkt. Zodat ik het niet zelf hoef te bedenken. Bij een roman, een fictieboek, vind ik het fijn dat er beschreven wordt wat er gebeurt. Zonder al te veel zware beelden. Ik wil me niet volledig voor kunnen stellen hoe een situatie is. Want zonder dat beeld en die geluiden en de geuren kan ik afstand houden en toch helemaal op gaan in het verhaal. Kan ik wel helemaal meegenomen worden. Dat wil zeggen, dat ik kan meevoelen zonder de emotie zélf te ervar...

  • S12 · E11
    September 23 · 11 min

    11 Wie wil ik zijn?

    Een filosofische vraag waar ik het antwoord op probeer te vinden. (afbeelding in de studio gemaakt, door Han Koopman) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 12, aflevering 11: Wie wil ik zijn? Je zult het wel horen aan mijn stem; ik ben zwaar verkouden. En dat vind ik helemaal niet leuk! Het rare is sinds ik in 2006 uit gevallen ben, ben ik heel lang niet verkouden geweest. Ik werkte ook niet in het onderwijs, want in het onderwijs word je continu besmet door kinderen, dat je verkouden wordt. Dus dat had ik regelmatig. Maar toen dus járen niet! Tot 2021, kreeg ik corona, echte corona dus, de variant die er op dat moment was. En vanaf die tijd ben ik regelmatig weer verkouden. Alsof m'n hele weerstand weer anders is geworden. En dat je dan dus steeds vatbaarder bent. Erg balen, want dan kan ik gewoon een paar dagen heel weinig doen. Terwijl ik zo veel wil doen. Er zit nog zo veel in mijn hoofd en er zijn zoveel dingen waarvan ik vind dat ik die moet doen! Nou ja, 'moeten' zit niet echt in mijn vocabulaire. Die ik wíl doen, maar die ik op dit moment dus écht niet kan uitvoeren. Maar even terug weer naar de titel van deze aflevering. 'Wie wil ik zijn?' Dat komt naar aanleiding van de tekst, een korte regel: 'ik ben geworden wie ik wil zijn'. 'Ik ben geworden wie ik wil zijn', deze titel heb ik al weken in mijn hoofd. En daar wilde ik ook al eerder over vertellen, maar had dat nog niet gedaan. Dat doe ik dus bij deze. En dat komt ook naar aanleiding van de tekst die ik heb gelezen van Bert Sloots. Van Even Epibreren. En die wil ik even voorlezen. In retraite. Terug naar waar je vandaan komt terug naar je kern steeds rustiger in de stilte naar wie je écht bent. Terug in je binnenste. bij het buitenste vandaan kijk je in de spiegel wie daar nu eigenlijk staat. Even los van het bekende kom je jezelf tegemoet en ga je met wie je hebt gevonden weer ergens naartoe. Ja, en dan die titel, die ik net al noemde, ben ik geworden wie ik wil zijn? Het is zo'n filosofische vraag die niet zomaar is te beantwoorden. En ik vraag me af of ik er eerder wel eens over nagedacht heb, wie ik wil zijn. Ik kan daar niet eens direct antwoord op geven. Voor 2006 stond ik er sowieso nooit bij stil en na 2006 was ik wel zoekend, maar ik had helemaal geen doel voor ogen op dat moment. Hoe en wat ik wilde zijn. Bij mijn afscheid op school, dat was in de zomer 2008, gaf ik aan -naar aanleiding van een lied van Bløf- ik ben bijna waar ik zijn moet. En dan geen 'moeten', maar 'willen'! Ik ben bijna waar ik zijn wil. Alleen, ook toen wist ik niet precies waar dat was! En dat grote schilderij van de Vuurvogel, de man die op het vliegend tapijt ergens naartoe gaat en nog niet eens weet waar die gaat landen, hij is op weg. Ben ik dan nog steeds op weg!? Als je nieuwsgierig bent naar dat verhaal over dat schilderij, ik heb daar eerder over gesproken in deze podcast. Dat is seizoen 2, aflevering 2: ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’ Daar ga ik uitgebreid in op dat schilderij en wat dat allemaal met me heeft gedaan. Maar die man op dat tapijt is op weg. En ben ik dan nog steeds op weg? Ben ik nog niet geland? Ben ik nog niet degene die ik wil zijn? Want steeds weer komt dat natuurlijk weer naar boven hè! Wie ik wil zijn. Wat voor mens wil ik zijn? Leven met andere mensen in gelijkwaardigheid. Dat is een utopie. Want ik leef in een omgeving vol van luxe en mogelijkheden. Mijn levensstandaard is hoog. Zelfs als ik op de camping ben in zo'n hele kleine caravan. Ook dan blijft die levensstandaard hoog. En toch komt steeds de vraag naar boven of ik in gelijkwaardigheid leef met mijn medemensen. Maar even terug naar de kern dan: wie zie ik als ik in de spiegel kijk? Nou, dan zie ik een vrouw met kort haar, een bril, een kleine neus, hier en daar een rimpel, blauwe ogen. Maar dat is uiterlijk. Wat zie ik als ik mijzelf in de ogen kijk? Écht kijk! Nou ja, op dit moment als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een gezicht met een beetje waterige ogen en zo, door die verkoudheid. Maar meestal, als ik mezelf écht in de ogen kijk, dan zie ik iemand die tevreden is. Dan ben ik tevreden met wie ik ben. En is dat het doel van het leven?! Tevreden zijn met alles wat er op dit moment is? Omdat er geen pijn is. Weinig zorgen. En ook dat er geen zorgen zijn waar ik me op dit moment zorgen over zou moeten maken. Hoewel, er zijn meerdere mensen in mijn omgeving die ziek zijn. Zelfs een paar die ernstig ziek zijn. Daar kan ik me wel af en toe zorgen om maken. Maar deze mensen hebben allemaal ook hun eigen proces, net zoals ik mijn eigen proces ga. En wie ben ik? Wie wil ik zijn? Want dat is de titel van deze aflevering. Als ik niet meer op weg ben naar wie ik wil zijn, welke doelen kan ik dan stellen? En zijn er dan nog doelen nodig? Of zijn die doelen er alleen om de tijd te vullen? ..Ehm.. een zinvolle tijdsbesteding? Wat wordt er van mij verwacht? En dat is een beetje een verkeerde vraag, want ik ben op zoek naar wie ik ben en niet op zoek naar wat anderen van mij willen. Hoe wil ik mijn tijd besteden in relatie tot wie ik wil zijn. Misschien is dat wel de vraag. Wil ik van betekenis zijn voor andere mensen? Zonder ego? Als dat mogelijk is? Tot hoever wil ik iets voor anderen betekenen? Of mag ik volledig voor mezelf kiezen? En van daaruit, vanzelf naar boven laten komen wat dat voor anderen zou kunnen betekenen. Is dat wat het zo moeilijk voor mij maakt om groots te gaan creëren? Om ..ehm.. kunstwerken te gaan maken. Met papier en verf en kleur en lijm, naald en draad. Zonder verder doel dan alleen de creatie vanzelf te laten gebeuren. Durf ik dat niet te doen, omdat het voor niemand in mijn omgeving nodig is dat ik dat ga doen? Waarom durf ik dat dan nu wel hier uit te spreken? Ik heb het er wel vaker over gehad. En waarom ga ik het niet uitvoeren? Wat houdt me tegen? Ja, dan heb ik altijd nog weer de redenen van: eerst nog dit en nog dat... Zoals boeken verkopen. En dat is de opgave die Roel, die mijn man, mij steeds weer aan mij oplegt. En dat weet ik zelf ook wel, maar marketing is minder aan mij besteed. Terwijl ik weet dat het wel nodig is. En toch hoef ik er niet steeds op gewezen te worden. Maar kan het niet gewoon tegelijkertijd? En creëren én zorgen voor die PR? Afgelopen dagen heb ik door die zware verkoudheid best veel gelezen. Is dat lezen dan wel een zinvolle tijdsbesteding? De laatste jaren lees ik voornamelijk alleen in de zomervakantie. Terwijl ik vroeger altijd aan het lezen was. 's Morgens vroeg en 's avonds laat in bed. En ik stond zelfs wel eens vroeger op om lang te kunnen lezen! Ik weet nog als klein kind, dat vond ik geweldig! Heel vroeg opstaan of eigenlijk wel in bed blijven, maar wakker zijn, en dan meteen lezen en dan al een uur of zo helemaal in zo'n verhaal zitten en dan pas opstaan. Ook gewoon als ik naar school moest daarna. Maar waarom blijf ik niet lezen als ik dan thuis ben? Waarom is dat nu alleen maar voorbehouden aan vakantie? Tegenwoordig, 's avonds na het eten, dan ben ik aan het tekenen. Of aan het kleuren. En dan heb ik zelf een eigen tekening gemaakt, die ben ik dan weer zelf aan het inkleuren. Of ik ben aan het haken. Aan het puzzelen. Maar ik kan dat natuurlijk ook afwisselen met af en toe lezen. Wat gek dat ik dat dan helemaal niet doe! Of moet ik dan gewoon even een interessant boek hebben wat ik elke keer wil terugpakken. Dat zou het kunnen zijn ook. Maar ja, zo ben ik dus heel veel woorden weer verder en vind nog geen antwoord op de vraag of ik ben geworden wie ik wil zijn. Ik zou er zelfs wel een heel boek over kunnen schrijven (ha!). Dat wil ik dan ook wel gaan doen, maar hoe dan!? 'Eerst de andere boeken verkopen', zegt Roel. En dat trek ik me dan toch weer aan. Ga ik mijn eigen weg volgen? Wil ik blijven schrijven? Wil ik blijven creëren en dat met woorden doen? Omdat het schrijven zélf al zo zinvol is voor mij. Ook al geef ik nog steeds geen antwoord op mijn zelf gestelde vraag. Dat merk je wel (ha!). Is het een vraag die vraagt naar de essentie van het bestaan? De zin van het leven. Volgens mij heb ik daar wel eens eerder ook over verteld. Maar moet er een ‘zin van het leven’ zijn om zinvol en voluit te leven? En leef ik voluit? Of leef ik met de handrem erop? Daar lijkt het namelijk op, op dit moment. Wat beperkt mij dan? Wat houdt mij tegen om wat te doen?! De vraag of ik geworden ben wie ik wilde zijn, is bij deze dus nog steeds (ha) niet beantwoord, omdat ik nog helemaal niet precies weet wie ik wil zijn! En zolang ik daar de woorden niet voor heb gevonden, weet ik geen antwoord of ik het ook ben geworden! Ja, en dan zie ik dat schilderij weer voor me, van die man op dat vliegende tapijt en ik ben nog steeds op reis. Ik ben nog steeds op weg! En zal ik dan blijven reizen, omdat ik nog niet precies weet waar ik wil landen?! Ja, misschien is het dat wel. Ik denk dat ik hier nog uren over na kan denken, over wie ik wil zijn, maar misschien heb ik over een paar uur ook nog geen antwoord. Dus ik laat het bij deze. Dat is niet zo'n hele lange aflevering geworden. En als jij wél precies al weet wie jij bent, laat je het mij dan weten? Want dan kan ik daar misschien iets mee. Daar kan ik dan weer inspiratie uit halen van: oh ja, zo kun je dat ook zien. Dit was seizoen 12, aflevering 11: 'Wie wil ik zijn?' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne - ietwat met een verkouden stem en ik hoop dat dat volgende week gewoon weer helemaal over is. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

  • S12 · E10
    September 16 · 8 min

    10 Even niet meedoen

    Soms is het goed om te besluiten dat ik niet mee ga doen. (eigen afbeelding) Volledig transcript volgt nog: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik krijg wel eens de vraag: hoe kom je aan al die onderwerpen voor je podcast? Ja..., ik heb een hele tijd geleden al een lijst gemaakt met allerlei onderwerpen. En de meeste onderwerpen staan er nog op, want meestal maak ik een aflevering met een thema dat op dat moment voor mij heel actueel is of recent is gebeurd. En zo ook deze aflevering. Dit is vorige week gebeurd, het is nu dat ik deze aflevering maak, 15 september en vorige week liep ik hier tegenaan. Dit is seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Ja, beschadigde evenwichtsorganen, je kunt er écht wel last van hebben. Ik had last van een koortslip en een paar nachten had ik ook niet goed geslapen. Ik had ook veel hitte-buien. En die kwamen om de haverklap en de tinnitus, die was loeihard. Dat had ik in eerste instantie niet eens in de gaten. Maar in een van die doorwaakte en doorweekte nachten, viel het me op! De tinnitus, hield die mij weer uit de slaap? Want ik lag niet te malen of te piekeren. Dus dat kon het helemaal niet zijn! Zou het dan toch veel te luide geluid zijn dat mij zelf uit de slaap houdt? Op woensdagochtend had ik mijn sporttas ingepakt en de les begint dan, de sportles waar ik aan meedoe, begint om kwart over 10. Meestal ga ik dan om half 10 of zo naar de sportschool. En nu was het iets later. Want ik was ja, druk aan het opruimen in mijn praktijkruimte, dus ik was de hele ochtend al in touw. En ik vergat een beetje de tijd. En om kwart voor 10 ging ik pas weg en onderweg voelde ik al dat ik niet zo stevig liep. Het voelt dan alsof ik een beetje zweef. En de avond ervoor had ik al een ja, iets van een korte draaiduizeligheid gehad, gelukkig zat ik wel in de stoel dus er gebeurde verder niets, maar dat voelde ik wel heel even. Maar dat was kort dus ik heb er verder niet bij stil gestaan. Maar afijn, tijdens dat lopen ging het moeizaam. En ik moest goed opletten dat ik recht liep en dat ik niet tegen de lantaarnpaal op liep. Op de sportschool ben ik zoals gewoonlijk op de cross-trainer gaan staan. Daar begin ik altijd eerst mee, voordat de les begint. En toch voelde ik al dat het heel anders is dan andere dagen, anders was. Het was natuurlijk vorige week. Ik ben naar de trainer gegaan en hij keek me al ietwat bezorgd aan. En toen ik zei dat ik me niet helemaal prettig voelde, zei hij al: 'ja, dat zie ik aan je ogen.' En ik gaf aan dat ik wel mee ging doen met de les, maar dat ik misschien halverwege toch zou stoppen als het niet zou gaan. Terwijl we stonden te wachten, voordat de les begon, met de hele groep samen, vroeg een medesportgenoot aan mij: 'hoe gaat het met je?' En ik zei al: 'ja ..ehm.. niet zo goed.' 'Ja, ik zie het aan je ogen,' zei ze toen terug. En ik vertelde ook een beetje over de instabiliteit en toen vroeg zij van: 'kan dat dan door de verandering van de luchtdruk komen?' En dat zou wel eens kunnen kloppen. Sinds ik Ménière heb, ben ik extra gevoelig voor al die weersveranderingen. Vooral die weersveranderingen die ja, grote veranderingen. En waarom bedenk ik dat dan niet zelf?! Zo stonden we nog een tijdje te praten en toen zei ze ook: 'nou luister goed naar je lichaam'. En toen besloot ik: ik ga naar huis. Ik ga níet meedoen met de les. Dat heb ik tegen te trainer gezegd. En ik ben naar huis gegaan. Ik ben mij eerst gaan aankleden. Rustig de trap af. Ik kwam beneden en ze stonden al verbaasd bij de receptie dat ik al naar huis ging. Van 'hè, je hebt nu toch nog de les?' Dus ik vertelde dat ik me niet zo lekker voelde en dat ik dus naar huis ging. Toen wilden ze me niet zomaar laten gaan. Moest er niet iemand even meelopen? Of was het niet een idee om even te vragen of iemand mij naar huis kon brengen met de auto? Ja, misschien was dat toch wel een slim idee. Toen heb ik gevraagd... ik kan mijn man even bellen, maar ik heb nooit de mobiele telefoon mee, dus ik kreeg de telefoon van hun en ik heb gevraagd aan hem van: 'wil je mij tegemoet komen lopen?' Dan kom ik gewoon wel lopend naar huis en dan kon hij naar mij toe komen lopen. En eenmaal buiten in de koele lucht, toen voelde ik me gelukkig wel weer wat prettiger. En halverwege was mijn man dan bij me en zijn we hand in hand verder naar huis gelopen. Na een tijdje rustig zitten, ik heb even geen koffiegedronken, ik kon nog niet lezen, dat lukte niet echt. Maar na een tijdje rustig zitten, ben ik gaan douchen. Heel rustig aan. En na de lunch ben ik op de bank gaan liggen en vervolgens heb ik de héle middag liggen slapen. Na het avondeten ben ik niet zo laat naar bed gegaan en heb ik weer de hele nacht geslapen! En dat was dus hard nodig! Waarschijnlijk was ik zó vermoeid dat ik dat niet eens in de gaten had dat het moeheid was. En dat het slapen mij ontzettend geholpen heeft. Want de volgende dagen die gingen weer goed. Ik kon weer fietsen. Ik ben op vrijdagochtend naar de yogales geweest. Daar zijn allerlei balansoefeningen bij en zelfs dat ging goed! Want dat heb ik ook als ik zo'n wiebeldag heb gehad, dat dan even daarna, de dagen daarna, al die balansoefeningen best moeilijk zijn. En dat was in dit geval niet zo. Is zo'n wiebeldag, zo'n even-niet-dag, is dat nou het gevolg van de Ménière? En heeft dus dan toch echt die luchtdrukverandering daar invloed op? Of is er iets heel anders in mijn lijf aan de hand, wat ik helemaal niet weet? Maar in ieder geval is een van de functies van de evenwichtsorganen en van het hele evenwicht, dat is autonome beïnvloeding. Het reguleert de hartslagfrequentie. Het reguleert de bloeddruk en de ademhaling. In 'Evenwicht in uitvoering', in dat boek daar heb ik een heel hoofdstuk over geschreven, over die autonome beïnvloeding. Hoeveel invloed hebben de evenwichtsorganen hierop? Op die regulatie? De regulatie van die hartslag en bloeddruk en ademhaling? En welke gevolgen zijn er als die evenwichtsorganen dan niet meer helemaal goed werken? Wordt de hartslag en de bloeddruk en de ademhaling dan toch echt anders? Gaat dat niet meer helemaal zoals het bij gezonde evenwichtsorganen gaat? En zorgt dat ook voor die klachten van die hitte-buien? Dus de temperatuur in mijn lichaam, dat dat toch niet helemaal goed gereguleerd wordt. En zorgt dat dus ook voor die instabiliteit? Ik heb daar geen antwoord op gevonden. Toen niet en nu nog steeds niet! Volgens mij is er ook nauwelijks onderzoek naar gedaan, naar wat de gevolgen zijn als die evenwichtsorganen dus niet meer goed werken. Vooralsnog is het goed luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft, het serieus nemen heel belangrijk en dan ook af en toe de keuze maken: ik doe even niet mee! Dit was weer een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit was seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

  • S12 · E9
    September 9 · 9 min

    9 Praten, zeggen, vertellen

    Er zijn verschillende woorden voor praten. Ook in gebaren. Hoe zit dat met luisteren? (afb handvorm voor praten- website Nederlands Gebarencentrum) Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Vroeger had ik nooit gedacht dat ik spreker zou worden. Ik wist niet eens dat het woord spreker bestond en dat het een soort beroep zou kunnen zijn. Daar ben ik pas veel later achter gekomen. Deze aflevering gaat over dat ik aan het spreken ben, maar meer over de woorden die allemaal te vinden zijn rondom het woord 'praten'. En hoe ben ik daar dan aan gekomen om daar een hele aflevering over te maken? Tijdens de gebarenoefengroep was het thema: werkwoorden. Zo zocht ik de gebaren op voor praten, zeggen en spreken. En sindsdien is het online gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum gratis en daar staan de gebaren dan met een filmpje. Dan zie je hoe het gebaar en ook de beweging gemaakt moet worden. En onder dat filmpje staat de handvorm, de vorm van hoe je je hand moet houden. En daaronder vind je gebaren die een link hebben met het woord dat je hebt opgezocht. Bijvoorbeeld het woord praten. Het gebaar voor praten, dat is met de handvorm 'open snavel'. Nou, je kunt met je hand een open snavel maken en in het filmpje zie je dat de snavel een paar keer open en dicht gaat. En dat je dat doet ter hoogte ongeveer van je mond. Onder dat filmpje staan er gebaren voor: door elkaar praten, niet over willen praten en spreken. En dan kun je ook daar weer de filmpjes van vinden. En bij spreken staan de woorden erbij van: bespreken en overleggen. Daar zijn aparte gebaren voor. Als je dan verder gaat zoeken, dan zijn er ook gebaren voor: roepen, zeggen, schreeuwen en gillen, waarschuwen, vragen, antwoorden en zelfs de woorden uitleggen, verklaren, motiveren, vertellen, beargumenteren. Die hebben allemaal een eigen gebaar. En de meeste gebaren die worden dan vanaf mondhoogte gemaakt. Zo ook het gebaar voor toespraak, dat doe je ook vanaf je mond. Vergaderen is een gebaar op borsthoogte. Dat is wel weer een beetje gek, want vergaderen doe je toch vaak met gesproken woorden. Dus dan wordt juist heel veel gepraat. Tenzij natuurlijk alle deelnemers doof zijn en Nederlandse gebarentaal de voertaal is. Maar meestal is vergaderen toch met gesproken woorden! En opvallend is dat voor babbelen, kletsen en fluisteren, dat daar ook gebaren voor zijn. Maar er zijn zelfs twee gebaren voor! Ééntje voor als je babbelt in gebarentaal en hoe je babbelt in gesproken taal, daar is ook een gebaar voor. En zo is het ook voor kletsen en fluisteren. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, dat fluisteren dus ook echt twee verschillende gebaren heeft. Als je dat in gebarentaal doet is het een ander gebaar dan wanneer je met gesproken woorden aan het fluisteren bent en daar een gebaar over maakt. En verder is er een gebaar voor communiceren en communicatie. Dat is hetzelfde gebaar. En dat wordt ook vaak gebruikt. Communiceren is natuurlijk veel breder dan alleen praten, want communiceren is natuurlijk ook mailen, dat is bellen, dat is WhatsAppen, op allerlei manieren. Terwijl het gebaar van communiceren toch weer ook vanuit de mond gebeurt. Het is een grote open C-hand, 2 C-handen en daarmee beweeg je heen en weer. Dat is het gebaar voor communiceren. Maar in de Nederlandse taal hebben we nog meer woorden voor een manier van praten. Zoals ..ehm.. kwebbelen, ratelen, kakelen, klessebessen, murmelen. En daar zijn geen speciale gebaren voor. Laat maar praten, dan weer wel. En ook roddelen en liegen. Dat kun je in gebaren laten zien. En dat zijn allemaal woorden die ik net genoemd heb, die we kunnen uitspreken. En dat doen we met onze mond en met onze stem! En wat ik dan vreemd vind is dat er zo veel praat-woorden ook in gebaren zijn. En dat die gebaren dan ook zelfs vanuit de mond of ter hoogte van de mond worden uitgevoerd. Terwijl de gebaren er oorspronkelijk zijn voor mensen die doof zijn en voor wie de spraak niet logisch is. Zij horen zichzelf niet praten. Ze horen ook anderen niet praten. En ze weten niet eens hoe gesproken woorden klinken. En dan heb ik het over mensen die dan ook echt nou bijna volledig doof zijn. Die gebruiken de Nederlandse gebarentaal, NGT. In de periode dat kinderen doof geboren werden, en wél moesten leren praten, maar geen gebaren mochten maken, kregen ze heel veel logopedie. Zo leerden ze zich verstaanbaar maken. Zonder dat ze het zelf konden horen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave om dat te kunnen. En toch ken ik mensen die dat hebben geleerd en die ik goed kan verstaan. Andersom verstaan ze mij niet en zijn ze dus volledig aangewezen op spraakafzien. Dus ik moet ze altijd aankijken als ik iets zeg. Ik kan nooit iets tegen ze zeggen terwijl ze met hun rug naar me toe staan, want daar horen ze niks van. En gelukkig kan ik tegenwoordig mijn spraak ondersteunen met gebaren. Maar, kan het zijn dat die veelheid aan gebaren rondom dat woord 'praten' uit de tijd komt dat er wel weer gebaren gemaakt mochten worden, maar het doven-onderwijs nog erg onder invloed stond van het alleen leren praten met stem. Het is sowieso vreemd dat er een hele periode is geweest dat mensen die doof geboren waren, dat ze geen gebaren mochten maken en toch allemaal moesten leren praten. Dus dat praten was toch altijd nog heel belangrijk! Ook al konden ze er zelf niets van horen. En dan iets anders. Een tegenstelling eigenlijk van praten. Voor het luisteren zijn er weinig andere woorden in onze taal. Er zijn wel verschillende manieren van luisteren. Je kunt selectief luisteren, professioneel luisteren, begrijpend, technisch of actief luisteren, empathisch luisteren. Er zijn zelfs 3 niveaus van luisteren: Intern, gericht en globaal luisteren. En andere woorden voor luisteren zijn: horen, aanhoren, opletten, beluisteren of doen alsof je luistert. Doen alsof je luistert, dat is Oost-Indisch doof. Dat is echt wel een andere term, maar dat is eigenlijk een soort uitdrukking. En Oost-Indisch doof, dan doe je alsof je iemand niet hoort, omdat je geen zin hebt om te luisteren. Maar dat is een beetje een ouderwetse uitdrukking en die stamt vanuit het begin van de 19e eeuw. Dat is de tijd van Nederlands- Indië, volgens het Genootschap Onze Taal. Het zijn allemaal vormen van luisteren zonder dat er andere aparte woorden voor zijn gemaakt. Dat is toch gek! En in gebarentaal worden gebaren voor horen en luisteren vanaf het oor gedaan, ook wel heel logisch dan. En zo zijn er ook gebaren voor: niet-luisteren en het ene oor in en het andere uit. Maar meer heb ik niet kunnen vinden. Of ja, nog eentje dan. Erbij horen. Maar ja, dat heeft weer helemaal niets met horen met je oren te maken. En dat er weinig gebaren voor luisteren zijn, dat vind ik dan weer niet zo raar. Mensen die doof zijn kunnen niet horen, dus waarom zou je er verschillende gebaren voor moeten hebben?! Maar dat er dan in de Nederlandse taal ook weinig andere woorden zijn in plaats van luisteren en allerlei vormen van luisteren, ja, dat valt mij op! Alsof het luisteren veel minder belangrijk is dan praten! Voor praten zijn er héél veel andere woorden, heb ik net allemaal verteld. En voor luisteren is dat er helemaal niet! Tenminste, ik heb ze niet gevonden. Als jij ze wel weet? Laat het me dan weten. En dan podcast, ja dat is hét medium waar gepraat wordt. Waar iets gezegd wordt of verteld. Ik spreek, ik vraag iets aan je, ik roep iets, ik leg uit, ik verklaar, ik motiveer. En soms waarschuw ik voor iets. ..ehm.. ik ratel en kwebbel en klets erop los! En jij, jij hoort mij! En als het even kan, luister je ook en begrijp je wat ik zeg. Maar meer is er niet. Is toch opmerkelijk, vind je niet?! Dit was seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer.

  • S12 · E8
    September 2 · 15 min

    8 Opruimen

    Tijdens het opruimen van flink wat spullen, kwam ik erachter dat er verschillende manieren van opruimen zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om spullen weg te doen? (foto eigen afbeelding van spullen die ondertussen beter zijn opgeruimd) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De ene keer vertel ik over ons fysieke evenwicht en over hoe dat werkt, ons evenwicht. En de andere keer is het iets met het psychisch evenwicht waar ik zelf mee te maken heb. En de andere keer is het weer iets wat mij bezighoudt, waar ik mee bezig ben, wat ik doe. Waar ik iets bijzonders over te vertellen heb, of wat me is opgevallen. En dit is weer zo'n aflevering dat uiteindelijk zorgt het dat het mij wel weer in evenwicht brengt. Dit is seizoen 12, aflevering 8: Opruimen. We zijn aan het opruimen, hier in huis. En met name in de garage. De garage bij ons bestaat uit twee delen. Het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. En het achterste deel dat is ja, onze opbergruimte. Ik kan het eigenlijk niet anders noemen. Daar staan een heleboel spullen in, gereedschap. Daar staat de koelkast, een extra koelkast met ook allerlei voorraden die we hebben aan eten. En zo ook een heleboel andere spullen die ik wil bewaren. Maar we krijgen daar nu een thuisbatterij. Dus die hele ruimte die moest sowieso leeg. En toen hebben we bedacht, als we hem even helemaal leeg maken, dan kunnen we er een nieuwe vloer in leggen en ook behang. We hebben het plafond ook helemaal gewit. En alles is eruit! En ondertussen staan er nieuwe kasten in. Kasten met allemaal deurtjes, want we hadden allemaal planken staan, waar allemaal kratten op staan. Dat zie je dus de hele tijd. Dan zie je wel wat er is, want er staat op die kratten wat erin zit. Alleen, bij elkaar wordt het toch wel een rommeltje. Nou mag dat ook wel, want het is die garage. En toch wilden we dat opgeruimd hebben. Daar zijn we dus flink mee bezig. Een heleboel staat buiten bij ons onder de koof, dus het staat droog. Het is ook niet erg als het regent. En ondertussen staan de nieuwe kasten in dat deel van de garage. We wachten nog op de thuisbatterij. Als die eenmaal geplaatst is, dan kunnen we ook alles in de kasten weer netjes opruimen. Er moeten ook nog wat extra planken in de kasten. Daar wachten we nog op, op de plankdragers, die zijn nog nodig. Zodat we al die spullen die daar stonden op een losse manier, dat bij elkaar goed verzameld zijn en zo. En dat het netjes allemaal achter deuren zit. Dan zie je dat verder niet meer. Dat vinden we eigenlijk wel netjes. Het mag wel een keer! En ik heb ook hierboven in mijn praktijkruimte, waar ik nú bezig ben, waar ik nu deze podcast opneem, daar stonden een héleboel spulletjes die ik had gekregen van een vriendin van mij, knutselspullen en zo. Want ze weet dat ik van allerlei dingen wil gaan maken en dat heeft zij voor mij verzameld. Maar dat heeft hier allemaal gestaan. En ik had wel een deel opgeruimd, maar een heel deel nog niet. Dus ook dat opruimen was ook nodig! Dus ik ben ook hier flink aan de gang gegaan. In de ruimte waar ik nu sta. En nu is er weer allemaal ruimte naast mij. Ik kan nu ook weer normaal bij het raam komen. Kan het raam opendoen, zonder dat ik over tassen en zo heen hoef te hangen. En met dat opruimen, dacht ik ineens van: je hebt verschillende vormen van opruimen. Opruimen, bedacht ik zelf, dat is ook het ordenen. Het ordenen van dingen, voorwerpen. Bijvoorbeeld de puzzels, die wil ik dan netjes bij elkaar allemaal hebben. Ik wil de boeken netjes bij elkaar hebben. Tijdschriften, daar ligt een tijdschrift en daar en daar en dat dat weer bij elkaar komt. En dat dan ook de tijdschriften, dat ze bij elkaar horen. Dát is alles over het horen. Dát gaat ..ehm.. over een heel ander onderwerp. Dát gaat weer over een heel ander onderwerp. En daar dus, ja, nette stapeltjes van maken. Dan heb ik het ook weer goed geordend. Een andere vorm is het verplaatsen van die spullen. Dat doe je bij ordenen natuurlijk ook al, maar als ik bedenk dat sommige dingen die ergens liggen, dat het niet zo'n handige plek is, dan verplaats ik dat naar een andere plek. Ja, is dat dan opruimen? Er ligt bijvoorbeeld iets op tafel, nou een puzzel. Er ligt een puzzel op tafel, niet gemaakt, gewoon in een doos. En die ligt daar dan in de weg, want ik wil daar andere dingetjes neerzetten. Ik wil daar mijn kopje thee kunnen neerzetten. Dan is het handig dat ik die puzzel op een andere plek ga neerleggen! Dus dan ga ik verplaatsen. Dan nóg een andere vorm is het netjes leggen. Het kan wel eens zijn dat ik een stapel boeken heb, en dat gaat een beetje schots en scheef. Dat dat een nette stapel is. Dus het netjes leggen is ook een vorm van opruimen. Als ik bedenk wat ik dan nog meer heb... Het kan ook zijn, spullen in de kast. Dan zie ik dat allemaal dat het een beetje schots en scheef staat, dan ga ik dat toch weer netjes achter elkaar zetten. Bijvoorbeeld in de koelkast. In de koelkast heb ik verschillende potjes staan. Dat zoet bij zoet staat en dan mooi achter elkaar. En dan als het gaat om bijvoorbeeld de augurken en de uitjes dat die ook achter elkaar staan. En zo maak je het weer netjes! Een andere vorm weer van opruimen, is dat je het ergens gaat opbergen. Dus je hebt iets, bijvoorbeeld die puzzels weer, en die puzzels die liggen dan in de weg. Die ga ik ook niet op dat moment verplaatsen naar een ander plekje in dezelfde kamer. Maar ga ik ergens anders opbergen. In een kast of in een la. En soms doe ik spullen in een doos. En dan doe ik meerdere dingen in een doos, zodat het allemaal wel bij elkaar ligt. Het kan ook af en toe in een krat. Totdat ik dat weer nodig heb of dat ik het weer ergens anders naartoe kan brengen. We kunnen ook opbergen hier in huis, sowieso natuurlijk in de kasten. Maar ook achter schotten. We hebben verschillende schotten hier. Een beetje onder het schuine dak zit dat dan. We hebben hier een schot, daar zit al het speelgoed van de kinderen nog achter. En bij ons op de slaapkamer hebben we een schot, onder het schuine dak, en daar liggen alle kampeerspullen achter. En boven op zolder, daar hebben we een héle grote ruimte, achter het schot. Daar staan alle kerstspullen. Daar staan oude foto's die we nog willen bewaren. Daar liggen de kussens ook die we nodig hebben voor de... voor de meubels buiten, als we in de zomer lekker buiten willen zitten, die zitten allemaal daarachter het schot. En dan is die andere vorm ook van opruimen, spullen naar een andere ruimte brengen. Er zijn dus spullen in die garage, die we heel graag daar weer willen hebben of die ík daar graag weer wil hebben. Maar ik heb daar ook spullen uitgehaald die ik weer naar een andere plek hebt gebracht. Die óf naar zolder zijn gegaan óf hier naar mijn praktijkruimte, dus dan kan je ze ook naar een andere ruimte brengen, op die manier kan je ook opruimen. Nóg een hele andere manier van opruimen is het wegdoen van spullen. En dat wegdoen dat kan zijn dat er spullen zijn die we aan de kinderen geven. Of aan familie. Dat we aan familie vragen 'heeft iemand hier nog wat aan?' Er zijn ook spullen die kunnen naar de kringloopwinkel. En er zijn spullen die we naar de stort doen. Gewoon omdat het ouderwets is. We denken dat niemand daar iets meer aan heeft, dingen die stuk zijn. Dingen die al zo verkleurd zijn, daar kan een ander ook niet zo veel aan hebben. Dus dan gaan we dat weggooien. En dat wegdoen van spullen uit het huis, dat vind ik het allermoeilijkst. En ik heb me toen afgevraagd: waarom vind ik dat nou zo moeilijk? Mijn man zegt het ook altijd van 'de meeste spullen hier in huis die zijn van jou.' Hij is veel makkelijker in het wegdoen van spullen. Maar waarom vind ik dat dan zo moeilijk!? Voor een deel komt dat, van de spullen die emotionele waarde hebben. Waar ik herinneringen aan heb, zodat ik nog kan terugdenken. Of teruglezen. ..ehm.. brieven die ik bewaard heb. Spullen van de scouting, toen ik zelf als klein meisje kabouter was. Die spullen wil ik eigenlijk niet wegdoen! Dat zijn herinneringen, daar wil ik naar terug kunnen kijken. Zo zijn er ook nog allerlei spullen van de kinderen hier in huis, wat herinneringen zijn. Waarvan ik denk dat het ook emotionele waarde kan hebben voor de kinderen. Allebei de jongens wonen nog niet in een compleet huis. Als zij allebei in een eigen woning zitten met meer ruimte, dan gaan al die spullen ook naar hun toe. Hun eigen spullen die wij hier nog verzameld hebben. Geldt ook voor dat speelgoed wat hier nog in huis ligt, wat eigenlijk van hun is. Maar daarom vind ik 't wel moeilijk om spullen weg te doen, wegens die emotionele waarde! En ander aspect daarvan, waarom ik het zo moeilijk vind, is dat, ik ben ook spullen aan het verzamelen. En die verzameling wil ik dan uitbreiden. Ik ga het wel eens een keer hebben over een verzameling die ik hier in huis heb, die zich heel langzaam uitbreidt en soms in.... met een heleboel dingen tegelijk. Heb ik volgens mij nog nooit eerder over gehad. Maar het is leuk, als je iets hebt, dat dat meer wordt. Bijvoorbeeld wel die puzzels ook die ik heb, af en toe wil ik ook een nieuwe puzzel kunnen maken. Niet een puzzel die ik al 2 of 3 keer heb gemaakt, dan vind ik het leuk om een nieuwe puzzel te maken. Maar daardoor breid ik natuurlijk de hele set met puzzels... dat wordt steeds meer. Eigenlijk een verzameling geworden. Er zijn ook spullen waarbij ik dan heb van hè, die heb ik heel vaak gebruikt! Nu niet, maar ik ga het zéker nog wel weer een keer gebruiken. Dus wil ik het niet wegdoen, want het is zo bruikbaar nog. En het is nog goed. Dus waarom zou je het wegdoen? We hebben er de ruimte voor. Het ligt niet in de weg. Nou, dat kan ik gewoon nu nog bewaren, gaan we niet weggooien. Handig om nog een keer te gebruiken. En er zijn ook spullen die ik heel weinig heb...

  • S12 · E7
    August 26 · 12 min

    7 Lichtschijnsel

    Licht in de nacht, daar schrok ik van als klein meisje. Ik kwam erachter wat het was en daarna werd het een veilig licht. (afb van de vuurtoren Burgh Haamstede-Pexels-DiePhotoPotato) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 7: Lichtschijnsel. En dan begin ik met een verhaal uit het boek: 'De 7 eigenschappen van effectief leiderschap' van Stephen Covey. In dat boek staat een verhaal wat is geschreven door Frank Koch: ‘Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde een wacht 'licht aan stuurboord.' 'Recht of niet', riep de kapitein? 'Recht kapitein', antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring. De kapitein riep tegen de seiner: 'Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden.' Er werd terug geseind: advies aan u, verander uw koers 20 graden. De kapitein zei: 'Sein: ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden'. 'Ik ben stuurman 2e klas', was het antwoord, 'verander uw koers 20 graden'. De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: 'Sein: dit is een oorlogsschip, verander uw koers 20 graden'. En daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren’. En wij veranderden van koers.’ Dit verhaal is een paradigmawisseling. Een paradigma is een soort referentiekader wat je hebt, een soort model, en dat verandert compleet! Op het moment dat je denkt nog steeds dat het een schip is -in dit geval bij deze kapitein- dan denk je dat die ander ook heen en weer kan gaan. Maar op het moment dat hij wist 'het is een vuurtoren', moest hij wel zelf veranderen. Dus hij had elke keer in z'n hoofd dat het een schip was! Door die omkeer, ja een vuurtoren, dan moet jij wel aan de kant. Nou, dit verhaal gaat over vuurtorens. Gaat niet over paradigmawisselingen, maar over vuurtorens. Ik heb namelijk iets met vuurtorens. En dan niet om te beklimmen of te fotograferen. Nee, het gaat om het licht van de vuurtoren. En dat roept een beetje bijzondere gevoelens bij mij op. Dat komt, als klein meisje, ik denk dat ik een jaar of 3, 4 jaar was, gingen wij naar Renesse. In een klein vakantiehuisje. Vakantiehuisje, Renesse ligt in Zeeland, een beetje in de buurt van de zee. We gingen ook vaak naar de zee. En in dat huisje sliep ik boven in een stapelbed en dan keek ik uit door een klein raampje. Toen we daar nog maar net waren, werd ik 's nachts wakker, en ik zag steeds licht in mijn kamer. Een beetje regelmatige lichtflitsen. Nou was ik als meisje vaak wel bang voor allerlei dingen, allerlei nieuwe dingen ook. Dingen die ik niet begreep. En ik begreep al wel dat die lichtflitsen waren niet van onweer. Maar wat dan wel? Ik vond dat raar! En ik vond het ook zo spannend dat ik toch mijn ouders wel riep. En mijn vader die kwam bij me en die vertelde dat dat het licht van de vuurtoren was. Vuurtoren... Wat was een vuurtoren?! Ik had geen enkel idee! Vuur is brand. En dat is eng. De volgende dag zijn we naar de vuurtoren gegaan. Mijn vader wilde dat graag aan mij laten zien, want hij vond het ook helemaal niet fijn dat het mij bang maakte natuurlijk. En eenmaal dichtbij, keek ik op naar die reusachtige toren met het licht bovenin. Het was dan overdag, dus het licht kon ik niet zien. Maar mijn vader vertelde waarom dat nodig was. Het ging over ja, het was iets met schepen, scheepsroutes. En het voorkomen van het stranden van een schip. Ik begreep dat ook niet helemaal, maar ik snapte wel het belang van het licht. Die vuurtoren die liet niet voor niks zijn licht schijnen. Daarna keek ik er dus met andere ogen naar, naar dat schijnsel van dat vuurtorenlicht. Ja, we bleven daar een paar weken in dat huisje en dat werd een beetje een vertrouwd licht. Het was helemaal niets om bang voor te zijn. En later, ik denk dat ik een jaar of 11, 12 was, gingen we naar een huisje op Terschelling. Vlakbij de Brandaris. De hele grote vuurtoren daar op dat eiland. En ook daar zag ik het licht steeds in mijn slaapkamer. Toen wist ik wat het was, dus het was helemaal niets om eng te vinden. Het voelde juist wel veilig! Het licht schijnt er om de schepen veilig te laten varen en de juiste route te laten volgen. En een paar jaar geleden gingen we naar een huisje in Egmond aan Zee. Vanuit de slaapkamer van dat huisje, keken we naar de vuurtoren. Alweer! En ik vond het wel bijzonder, dat we alweer op een vuurtoren uit keken. Later, toen we naar Texel gingen en vaker naar Texel gingen, ook daar hebben we regelmatig de vuurtoren gezien. We gaan er ook heel vaak naartoe. Vlakbij de vuurtoren, gaan we rondom heen wandelen, gaan we naar het strand. En die vuurtoren zie je zelfs van kilometers afstand boven de duinen uit, kun je die zien. Ik denk dat ik ook meerdere keren wel het licht van de vuurtoren op Texel ook heb gezien, als we 's avonds laat nog door de duinen aan het wandelen waren. Op de camping in Zeeland, daar kwamen we een aantal jaren geleden, kwamen we daar weer, daar zijn we vroeger ook wel geweest, maar toen is het me eigenlijk niet opgevallen. Maar toen we dus een paar jaar geleden op die camping weer kwamen, ging ik 's nachts naar het toilet en de hemel was helder en het was koel buiten. Je kon veel sterren zien. En ik zag daar steeds licht langs komen, net zo over de struiken heen. Beetje een regelmatig licht dat steeds weer te zien was. En op dat moment besefte ik: hé, dat is de vuurtoren van Westkapelle. Elke nacht keek ik er naar uit. Dan hoopte ik ook dat het een heldere nacht zou zijn. Want dat licht, dat is dus kilometers ver te zien! En elke keer als ik dan 's nachts dat licht zag, dan doet me dat denken aan die allereerste kennismaking als klein meisje in dat stapelbed in Renesse in dat vakantiehuisje, door dat kleine raampje heen kijkend. En dan valt me op, in mijn hele leven ben ik best vaak vuurtorens tegengekomen. En ik heb het even opgezocht. Als je dan weet dat al die vuurtorens op een andere manier licht maken. Je hebt daar die van West Schouwen. Dat is de vuurtoren in Haamstede, de allereerste die ook ooit gezien heb - die heeft 3 schitteringen per 15 seconden. En de Brandaris op Terschelling die heeft een schitterlicht om de 5 seconden. En die van Egmond aan Zee, dat is een ..ehm.. ja, heeft op een andere manier... heeft steeds 10 seconden licht en dan weer even niet, denk ik. Op een hele andere manier dan schitteringen. Dan heb je die van Texel, Eierland. Dat is bij de Cocksdorp helemaal, maar ze noemen hem Eierland, die heeft 2 schitteringen per 10 seconden. En die bij Westkapelle, heet het Hoge Licht, die heeft een schitterlicht om de 3 seconden. En die van het Hoge Licht dat is het licht wat wij zien, want je hebt ook daar in Westkapelle het Lage Licht. Het Noorderhoofd is dat, maar die kunnen wij niet zien vanaf de camping, waar we dan steeds zitten. En die schitteringen, ik dacht altijd dan dat die lamp dus zo draaide dat er allerlei schitteringen inzitten, maar het is andersom. Het is gewoon een vaste lamp en daarom heen zit een soort optiek. En de optiek is een soort in groepen verdeeld, die heeft een soort openingen en geen openingen en die draait er omheen! Die optiek die draait om de lamp heen en daardoor heb je steeds dat er dus een deel is waar een versterkt licht doorheen komt en bij een ander dat het dan tegengehouden wordt en dat veroorzaakt die schittering. Dat wist ik eerst niet, als klein meisje. Ik dacht gewoon, het is één lamp. En ik denk dat het heel vroeger ook zo was. Dat het alleen maar één lamp was die altijd brandde. Maar op een gegeven moment zijn ze dan met die optieken gaan werken en dat heeft natuurlijk te maken om dan te herkennen welke vuurtoren het is. Als je langs de kust vaart en ze hebben allemaal hetzelfde licht dan weet je nog niet precies waar je bent. En aan die verschillende schitterlichten kun je dus bepalen welke vuurtoren, of eigenlijk bij welke plaats je in de buurt bent. Dus dat is wel heel handig bedacht. Dat doet me ook denken aan het verhaal van Lampje. Lampje, dat is een boek van Annet Schaap, een kinderboek geschreven in 2017. En in 2018 kreeg dat de Woutertje Pieterse Prijs. Dat is ook bekroond met de Zilveren Griffel in 2018. Het is ook een muziekvoorstelling geweest. En in 2023 is er een vierdelige televisieserie van gemaakt, dus toen kon je de beelden er ook allemaal bij zien. En ik weet ook nog dat we die gezien hebben. Maar een klein stukje van het begin van het boek gaat dan ook speciaal over die vuurtoren. Het verhaal dus van Lampje en dat begint zo: ‘Een eiland dat nog een beetje vast zit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren. Een hoge, grijze die 's nachts zijn licht rond laat gaan over de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt. En dat grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd. In het huis naast de toren woont de vuurtorenwachter Augustus met zijn dochter. En als het schemert, moet het licht van de vuurtoren al branden. En het meisje steekt het altijd aan. Iedere avond klimt ze de 61 treden op, maakt een roestig deurtje in de lenskap open, ontsteekt de pit, draait het mechaniek op dat de lens in het rond laat draaien, doet het deurtje dicht en klaar. Het was zwaar werk toen ze nog kleiner was. Maar nu zijn haar armen sterk geworden en haar benen klimmen makkelijk de trappen op en af, twee keer per dag. Drie...

  • S12 · E6
    August 19 · 9 min

    6 Spreken en luisteren

    In een groep ben ik te traag om goed mee te doen met plannen maken, oplossingen zoeken of snelle antwoorden geven. Nu pas weet ik waarom dat zo is. (Afb Roszie-Pixabay) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht in uitvoering' en 'hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Spreken dat is praten, iets zeggen. En dat doe je met je mond. Hoewel, Nederlandse gebarentaal dat is praten, spreken, met je handen! Daar gebruik je je mimiek ook bij en je lichaamshouding. Dus het is niet alleen je handen, maar er is heel veel meer bij nodig om een goed gesprek te kunnen voeren in Nederlandse gebarentaal. Maar de meeste mensen spreken, doen ze dan met hun mond. Luisteren dat is naar iets of iemand luisteren. Dan richt je je aandacht op iets of iemand om dát of díe persoon te horen. En dat doe je dan met je oren. Hoewel, ik luister ook met mijn ogen. Jaren geleden heb ik een keer een tien-seconden-pitch moeten maken. Dat was dan naar aanleiding, omdat je als coach je kunt laten zien en ja, wat is voor jou dan bijzonder wat bij anderen anders is? Dus wat is jouw kenmerk, waar sta jij voor? En mijn tien-seconden-pitch ging dan ook: ik luister met mijn ogen, gevoel en intuïtie. En stel dan de vragen die je nodig hebt. Ja, en dan spreken en luisteren. Dat doe je dan toch met al je zintuigen. Ik heb al die zintuigen nodig om een goed gesprek te kunnen volgen. Maar hoe kom ik er nou bij om deze podcast te maken? Het idee voor een podcast te maken over spreken en luisteren komt naar aanleiding van een artikel wat ik gelezen heb van Judith Veen met de titel: Niemand traint ze in luisteren. En ik lees even voor wat er... een klein stukje van dat artikel: ‘We trainen mensen in spreken, in presenteren, in vergadertechnieken, in assertief communiceren. Niemand traint ze in luisteren. Luisteren is actieve verwerking. Je brein filtert achtergrondgeluid waardoor je een gesprek kunt volgen. En je brein onderdrukt afleiding en onthoudt wat je moet onthouden. Maar daardoor word je moe van dat actief luisteren. En dat komt niet door al die taken die uitgevoerd zijn, maar het voortdurend filteren. Het schakelen. Het verstaan in een ruimte vol geluid er omheen. Luisteren we eigenlijk wel?’ Nou, die vraag 'Luisteren we eigenlijk wel?' van Judith Veen, dat triggerde mij natuurlijk. Dus ik heb ook gelezen wat de reacties waren van de mensen. Eén iemand die gaf als reactie, ene Patrice, die reageerde met: 'Als slechthorende luister ik heel bewust en soms ben ik vaak zozeer bezig met luisteren, dat ik zelfs geen tijd heb om te bedenken wat ik wil zeggen. En goede of slechte akoestiek en vergaderdisciplines spelen daar ook een rol bij.' En toen ik dat las, besefte ik ineens waarom ik het altijd zo moeilijk vind om in gezelschap, samen ideeën uit te werken. En dat heb ik mijn hele leven al gehad. Vroeger, voordat ik hoortoestellen droeg, voor 2018, maakte ik vaak gebruik van spraakafzien. Nou zeg ik dit wel, maar ik ben mijn hele leven nog aan het spraakafzien. Maar toen was het écht noodzakelijk. Het was nodig namelijk om de ander te verstaan. Dat had ik toen, helemaal in het begin, jaren geleden toen ik nog jong was, had ik dat helemaal niet zelf in de gaten. Mijn man die had het wél in de gaten. Wij leerden elkaar kennen op de pedagogische academie, en hij vond dat ik altijd zo goed op de docenten lette. Alle lessen die wij samen hadden -hij zat wel in een andere klas, maar sommige lessen waren we dan samen- en dan viel hem altijd op dat ik zó geconcentreerd oplette. En pas toen ik wist dat ik gehoorverlies had, genetisch gehoorverlies, dus mijn hele leven dat ook al heb gehad- of al heb, dat ik dan het nodig heb om spraak af te zien. Dus ik was continu bezig bij de docenten om te volgen wat het hele gezicht, wat die mond, wat zij zeiden! En helemaal later, toen ik zelf in het onderwijs werkte -met nog meer gehoorverlies, wat ik toen ook nog niet wist- was dat spraakafzien nog harder nodig. En ik weet dan nog, als we in een werkgroep bezig waren of tijdens een vergadering, dan deed ik bijna nooit mijn mond open, omdat ik niet goed wist wat ik wilde vertellen. Tenzij ik dat natuurlijk had voorbereid op papier. Dan had ik dat voor me liggen en dan kon ik dat gebruiken om te zeggen wat ik wilde zeggen. Maar nu snap ik eindelijk, dat doordat intensieve luisteren naar de anderen, ik geen ruimte had om zelf na te denken wat ik er nu van vond. Laat staan dan ook actief meedenken om ideeën aan te brengen of oplossingen te opperen. En pas na zo'n bijeenkomst of na een vergadering, dan wist ik wat ik had kunnen zeggen. En dan kwamen er allerlei ideeën naar boven, want dat lukte pas als ik in stilte was. Omdat ik dan ruimte had om zelf erover na te denken. En nu pas besef ik dan ook hoeveel energie het kostte om een dag voor de klas les te geven. Waarbij ik continu moest inspelen op allerlei situaties die op dat moment gebeurden. Ja, dan was het ook geen wonder dat ik altijd héél moe was na een dag lesgeven! Totdat ik dat wist, dacht ik altijd dat ik te traag was. Omdat ik niet snel kon reageren. Omdat ik niet snel een juist antwoord kon geven. En ik had ook dan steeds weer bewondering, vooral als we in groepen bezig waren, had ik steeds weer bewondering voor anderen die zomaar, en dan pijlsnel, een idee naar voren brachten. Of een gevat antwoord gaven. Of ..ehm.. dan meteen de juiste actie uitvoerden. Ik weet nu; ik was ook traag. En dat kwam dus doordat ik keihard aan het werk was om te luisteren! Waardoor mijn eigen denken stil stond! Of dus heel langzaam werkte. En ik heb ook al ontdekt, zelfs nu met hoortoestellen, lukt het me nog steeds niet om in snelheid mee te denken als ik in een groep ben. En helemaal als we dan met die groep samen iets moeten bedenken. Als we tot een oplossing moeten komen of zo. En vooral als we dan veel heen en weer gesproken wordt. Heel anders is dat bij een-op-een gesprekken. Want dan hoef ik me maar op één persoon te richten. Ik besef me ook heel goed, dat deze podcast luisteren, ik spreek en jij luistert, en als je dan veel gehoorverlies hebt, dan is het moeilijk om een podcast te volgen. Want er is geen beeld bij. Je kunt niet spraakafzien. En daarom heb ik ook bij elke aflevering een volledig transcript staan, zodat je kunt luisteren en meelezen tegelijk. Dat is wat ik zelf ook elke dag doe als ik televisie kijk, naar een Nederlandse film waarbij niet standaard ondertiteling is dan heb ik de ondertiteling toch nodig, om mee te kunnen luisteren, mee te kunnen lezen wat er wordt gezegd. Als ik naar een Nederlandse film zit te kijken, dan duurt het ook even voordat ik doorheb dat de ondertiteling niet aan staat. Dan heb ik ook een gegeven moment van: Hè!? Ik heb een heleboel gemist, ik weet niet wat er nou gezegd is en dan pas, oh ja ik moet de ondertiteling aanzetten! Spreken en luisteren. Het zijn twee totaal verschillende dingen en ze hebben natuurlijk wel alles met elkaar te maken. En ik leer dan al spreken met mijn handen. Ik ben ook gewend om mijn handen te gebruiken als ik aan het praten ben. En daar komen dan automatisch dan ook al gebaren uit de Nederlandse gebarentaal bij, vooral bij mensen die ik voor het eerst ontmoet. Maar het luisteren in een groep dat blijft nog steeds moeilijk. En ik weet nu ook dus dat dat komt omdat ik echt te traag ben om snel te reageren als er een gesprek gaande is met heleboel verschillende mensen, dan ben ik ja, stil. Dan ben ik wel aanwezig, zonder actief mee te praten omdat dat nog steeds heel lastig voor mij is. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En de podcast heet 'Evenwicht, je leven'. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.

  • S12 · E5
    August 12 · 11 min

    5 Slippers

    Over blote voeten, slippers, sandalen en wandelschoenen. Ik heb goed schoeisel nodig, om stevig te lopen en niet uit te glijden. Toch loop ik het liefste op blote voeten. (eigen foto) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over het evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over allerlei andere dingen die daar zijdelings toch mee te maken hebben. En dat is weer zo'n aflevering. Dit is seizoen 12, aflevering 5: Slippers. Ik wil vertellen zo over slippers, maar dan begin ik even over het lopen op blote voeten. Ik loop heel graag op blote voeten. Het liefst de hele dag door. En dat is in de zomer heel erg aangenaam, in de winter is dat een beetje koud en dan doe ik liever toch sloffen aan. Maar dat is meer voor de kou in plaats van dat ik op blote voeten zou willen lopen. Dat zou ik liever ook de hele dag, het hele jaar door, in ieder geval in huis, willen doen. En blote voeten buiten? Ik zou dat wel willen, maar ik vind het niet echt prettig. En dat komt ook omdat de stoep en de straat is helemaal niet gemaakt om op blote voeten te kunnen lopen. Als ik denk over het lopen in het gras, is het ook niet fijn. Want daar zijn, tegenwoordig heel veel teken en de teken dragen de ziekte van Lyme bij zich of eigenlijk een bacterie, die zorgt voor de ziekte van Lyme. Vind ik niet fijn. En ik ben ook al een keer in een hommel getrapt, toen ik op blote voeten liep. Die had ik niet gezien, zo'n klein hommeltje en ik ging daar bovenop staan en dat doet hartstikke veel pijn! Want die heeft me dus gestoken en aan de onderkant van je voet, dat wil je niet! Dus als ik buiten loop in het gras, onder andere op de camping of hier in de tuin, dan doe ik dus mijn slippers aan of ik doe klompen aan. Ik heb van die echte houten klompen en dat vind ik ook prettig om mee te lopen. Maar dan wel rondom het huis of op de camping. Ik ga daar niet mee naar buiten verder, naar de winkel toe of zo, want dan vind ik klompen niet echt handig. Dan doe ik toch weer liever mijn gewone schoenen aan. Want ik moet zeggen: ik loop ook niet op slippers naar de winkel. Ik heb het liefst gewoon goede, dichte schoenen die goed aan mijn voeten zitten. En een slipper, ja die gaat zo van je voeten af, dus dat is niet echt handig. Verder even over die blote voeten; Ik heb een keer verbrande voeten gehad. We waren in Egmond aan Zee en ik had beetje eenvoudige sandalen aan. Met het lopen kreeg ik blaren achterop mijn hiel en dat werd zo pijnlijk, dat was helemaal niet fijn! Toen dacht ik: nou dan doe ik mijn schoenen uit en dan ga ik wel op blote voeten lopen. En we liepen aan de kant waar de zon ook scheen, op de straat, op de stoep. En het was in de meivakantie volgens mij, dus nog niet eens hoogzomer. En ik kwam thuis of eigenlijk in de 'bed and breakfast' waar we waren en ik deed daar mijn schoenen uit en ik had last van mijn voeten! Maar ik wist niet precies wat. En pas 's avonds kwam ik erachter dat mijn hele voetzolen, dat die verbrand waren! Die waren verbrand door het lopen op die hete tegels! Nu snap ik ook dat je eigenlijk honden niet moet laten lopen op hete tegels, want ik kan me voorstellen dat honden daar toch niet heel goed tegen kunnen, dat dat ook op een gegeven moment pijnlijk kan worden. In ieder geval ik ga niet meer lopen op blote voeten op de tegels, op straat, op beton, want dan kun je écht je voetzolen verbranden. En dat is pijnlijk! Probeer dat maar te voorkomen, door gewoon goede schoenen aan te doen. Maar ja, deze aflevering heet 'Slippers' dus ik wil het verder gaan hebben over die slippers. En dan denk je misschien aan teenslippers, maar teenslippers vroeger al had ik daar een hekel aan! Teenslippers die dan zo'n klein plastic stukje tussen je tenen hebt en dat vind ik zó onaangenaam! Ik kan niet lopen op teenslippers! Ja, ik kan het wel, maar dan loop ik er heel even op en het liefst wil ik ze zo snel mogelijk dan weer uit doen. Dus ik heb ze tegenwoordig al helemaal niet meer. En dat is best gek, want ik vind het heel lekker als iemand aan mijn voeten kriebelt. Een voetmassage. Graag zelfs! Dat vind ik heel fijn! Maar dat is dan tussen mijn tenen in, vooral tussen mijn grote en mijn tweede teentje, wil ik dat dan niet! Dat is een plekje, dat voelt onaangenaam! En dan moet ik zeggen: bij het masseren heb ik daar helemaal niet zo veel last van. Maar met het lopen in een, met een teenslipper, vind ik dat dus een heel onaangenaam gevoel. 'k Draag wel vaak slippers, en dat is zo'n slipper dan, gewoon met zo'n band over je wreef heen en dan kan je daar toch aardig op lopen. En ik heb al nu een stel slippers, nou die heb ik al jaren, want het, het is gewoon onverwoestbaar dat spul. En die slippers gebruik ik heel vaak dus op de camping en hier thuis. Ik heb ook slippers, altijd in mijn sporttas zitten. Na het sporten op de sportschool, dan ga ik altijd douchen en dan doe ik ook mijn slippers aan. En dat zijn dus andere slippers, dat zijn slippers die ik alleen maar gebruik op de sportschool. Dat is natuurlijk heel hygiënisch, maar voor mij is het een andere reden waarom ik dat doe. En dat is dat de kans op uitglijden dan veel kleiner is. Ik kan mijzelf moeilijk staande houden als ik uitglij. En in de douche, dat kan heel glad zijn, en hier op de sportschool is dat ook heel erg glad. Dan is de kans op uitglijden gewoon heel groot. Dus met die slippers wordt dat dus een heel stuk kleiner. En zo doe ik dat ook op de camping. Als we op de camping zijn en het is ook een grote douchecabine, dan vind ik ook die slippers heel fijn om aan te hebben. Sowieso dus voor de hygiëne, maar ook om niet uit te kunnen glijden. En ook sandalen, sandalen, een vergevorderde slipper, een slipper waar dus een heleboel aanzit, met meer bandjes en zo en dat ziet er ook wat leuker uit. Maar sandalen wil ik altijd met een dichte neus. Die open tenen vind ik niet zo fijn. Dan glijd ik steeds naar voren toe in zo'n sandaal. Dus ik heb het liefst een sandaal met een dichte voorkant. Zodat mijn tenen daarin zitten. Alleen, vind die maar eens! Ik ben nu al twee jaar op zoek naar nette sandalen, maar ook sportief met een dichte voorkant. Ik heb ze heel lang gehad, met een dichte neus en een soort elastiekje aan de bovenkant. En die zaten heel prettig. Daar kon ik wel heel lang op lopen. Daar kon ik wel een heel stuk mee wandelen ook. Alleen die waren op een gegeven moment zó versleten aan de onderkant, dat brokkelde af! Dus die heb ik weggedaan! En zo'n soort sandaal heb ik niet meer kunnen vinden. Ik ga geregeld nu kijken, vooral in de zomer dus, in allerlei schoenenzaken. En ik vind niet die sandaal die ik voor ogen heb. Die prettig zit, die er wat sportief uitziet. Raar toch, dat ze dat helemaal niet maken! Sowieso vind ik het prettig om goed schoeisel te dragen. Helemaal als het evenwicht niet zo goed werkt, dan wil je ook goede schoenen hebben. Die niet zomaar van je voeten gaan. Ze moeten stevig zitten. Dus het liefst ook dat ik ze wel kan verstellen en dat ik de veter dicht kan doen of met een gesp dat ik hem dicht kan doen. En dan is goed schoeisel belangrijk om goed te kunnen lopen. Daarom vind ik blote voeten veel fijner, omdat ik veel beter voel wat er allemaal op de grond is. Met schoenen is dat wat minder. En toch draag ik natuurlijk heel vaak schoenen als ik naar buiten ga. En dan wil ik dat die schoenen goed aan m'n voeten zitten. En zo heb ik verschillende schoenen in verschillende kleuren, omdat ik dat ook een beetje vind passen bij wat je draagt. En zo heb ik ook goeie wandelschoenen. Die heb ik pasgeleden weer aangedaan, want we gingen een excursie doen hier door de Stille Kern van Zeewolde. Een heel groot bosgebied. We zouden daar gaan struinen, maar we gingen daar toch via het pad helemaal lopen. Want de excursieleider die erbij was, die zei zelf al: ‘ja, je kunt hier door het hele gebied struinen, maar ik verdwaal dan altijd. En dat wil ik niet als er een hele groep bij is, want dat vind ik veel te spannend, dus we gaan via de route, via het pad helemaal lopen.’ Nou kennen wij het pad in de Stille Kern wel, dus we hebben meer geluisterd naar zijn verhalen en naar de vogels die hij aanwees, die wij niet meteen zagen. Er was alleen heel weinig te zien en dat is in de zomer ook wel een beetje logisch met vogels kijken. Maar in ieder geval we hebben daar gelopen, gewandeld dus. En ik had mijn wandelschoenen aan. En op een gegeven moment kwamen we op een pad waar allerlei grove stenen lagen. Een soort, soort grind, maar meer een soort puin. Beetje wat ook heel stoffig is. En dat lopen op die stenen, dat was heel onaangenaam. Dus daarom was ik blij dat ik die wandelschoenen aan had. Het leek net een beetje alsof je door het zand loopt, dat is zwaar lopen en dat was hier ook bij. Echt, ik vond het vermoeiend! En we hadden al een heel eind gelopen over een redelijk goed pad. En het laatste stuk ging dan over dat hele grove pad, nou dat, echt, we waren moe! Dat merkten we al. Het was ’s avonds, die excursie, het was al na een hele dag dat we bezig waren geweest hier in huis. En dan lopen over dat, dat grind, dat puin? Nee! Ik vond het niet fijn. Ik moest ook heel erg mijn aandacht richten op het lopen. Ik kon ook daardoor niet met de andere mensen die ook meeliepen met die excursie, om even een praatje te maken, want ik was continu gefocust op de route waar ik liep. Hoe ik liep, waar ik liep en dan zocht ik een beetje de plekken op waar het grind, dat puin, dat het een beetje erin geklonken was al, maar ja, alles wat zo losligt, dat is gewoon ongemakkelijk lopen! En dat had met slippers dus al helemaal niet gekund! We hebben wel eens excursies meegemaakt dat er mensen meegaan en die lopen dan op slippers! Op teenslippers! En dan gaan ze daar dus twee uur mee lopen! Ik vind het heel knap dat er mensen zijn...

  • S12 · E4
    August 5 · 12 min

    4 Dichtbij

    Wat ik later worden, is de vraag die ik mij zelf heb gesteld. Via allerlei wegen ben ik bijna waar ik zijn wil. Maar klopt dat wel? (afb Danielle Postma) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 12, aflevering 4: Dichtbij. Het is nu midden in de zomer. In de zomerschoolvakantie zelfs. En we zijn thuis. Dat is best vreemd, want we hebben ons hele leven vakantie gehouden in de zomerschoolvakantie. En dat komt omdat mijn man ook heel lang nog in het onderwijs heeft gewerkt, dus we waren afhankelijk van die zomerschoolvakantie. Hoewel, in corona-tijd zijn we natuurlijk twee jaar thuisgebleven, 2020, 2021, toen waren we ook niet weg. Maar al die andere vakanties waren we altijd, net als heel veel andere gezinnen, op vakantie en gingen we dus naar de camping in de zomer. En nu zijn we thuis, want we zijn al op vakantie geweest. De lange vakantie is al geweest. En de hele omgeving, ja die mensen zijn allemaal nu op vakantie. Het is ook rustig in het dorp. Aan de andere kant weer niet, want er zijn ook weer heel veel toeristen die door het dorp lopen, dus er is nog genoeg te beleven. Maar voor mijn gevoel is het echt ..ehm.. heel anders deze weken. We zijn wel begonnen met de garage opruimen. Het is mooi weer, dus heel veel spullen kunnen naar buiten. Die garage willen we namelijk opnieuw inrichten. We willen een andere vloer. Die vloer ligt er al vanaf begin af aan in. Het is een paar keer nat geworden daar. Het is goed dat daar een keer een andere vloer komt. We willen behang, in plaats van schilderen. En we willen kasten, in plaats van planken. We hadden altijd planken en daar stonden allerlei kratten weer op, vol met spullen. Het zag er altijd een beetje slordig uit. Dat mag natuurlijk ook in een garage, maar we willen het opruimen. We willen daar kasten neerzetten, zodat we alles dicht kunnen doen, waar deuren allemaal zitten. Zodat het allemaal wat overzichtelijker wordt. Wat makkelijker dat we erbij kunnen. En het gaat dan om het achterste deel van de garage, want het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. Daar ontvang ik de cliënten die bij mij thuis willen komen. Waarmee ik geen online contact heb, maar dus die fysiek bij mij willen komen. Ja, en die ruimte die is nog prima. Daar wil ik wel een ander behang, dat zou leuk zijn, maar het is niet nodig. Dus we houden ons alleen maar aan het achterste deel, dat zijn we dus aan het veranderen. Dan maak ik vandaag geen lange aflevering, want dan kan ik straks weer gaan helpen beneden. Want er is dus genoeg te doen! Waar ik het over ga hebben, is ja, 't thema is dichtbij. Is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. Je kent wel, die posters en er zijn ook scheurkalenders van en agenda's kun je ervan kopen met uitspraken van Loesje. En dit is zo'n uitspraak: 'Wat ik later worden wil? Wat ik nu ben en een beetje meer.' Dat is dan zo'n uitspraak waarbij ik me meteen afvraag: wat wilde ik als klein meisje worden? Wat wilde ik als klein meisje als ik dan groot was, wat ging ik dan doen?! En ik weet nog dat ik als kleuter zei dat ik schaapherder wilde worden in Australië en anders kleuterjuf. Australië komt, omdat mijn oma die had zussen, die zijn geëmigreerd naar Australië en daar hoorde ik dus verhalen over. En ik was nieuwsgierig naar wat is dat voor een land? En dan blijkt het geen land te zijn, maar een heel werelddeel. Maar ik ben al als klein meisje gaan lezen over Australië. Nou is het ondertussen met die schapen helemaal niets geworden. Ik ben ook nooit in Australië geweest. En dan het gekke is, dat er vriendinnen zijn en andere mensen in mijn directe omgeving, die wél in Australië zijn geweest. Een vriendin van mij heeft er gewoond, een heel jaar lang zelfs. En een andere vriendin die is daar meerdere keren naartoe geweest en dan was ze ook weken weg. En dan kreeg ik daar ook steeds berichtjes over waar ze allemaal naartoe ging en hoe het was daar. En zelfs mijn eerste vriendje, eh, toen was ik een jaar of 15, ja, ik was 15 jaar, toen kreeg ik verkering en die jongen die ging voor 6 weken meteen naar Australië. We kenden elkaar nog maar net 2 of 3 weken en toen ging hij daarnaartoe. Naar dat land waar ik mijn hele leven al naartoe wilde. Onze zoon Kasper, die is ook voor een half haar in Australië geweest. Hij heeft er zelfs gewerkt en hij heeft daar rondgereisd en zo. En twee goede vrienden van hem, ook die zijn een hele periode in Australië geweest. En dan weet ik ook dat er ook nog verre familie van mijn oma, dat daar kleinkinderen, achterkleinkinderen, dat die daar ook nog steeds wonen. Ik ken ze niet, maar ik zou ze kunnen opzoeken. Die zullen daar zeker nog ergens aan de westkust van Australië nog wonen. Ik ben nooit in Australië geweest. Op dit moment heb ik ook de behoefte niet meer om helemaal daar naartoe te gaan. Kleuterjuf? Dat ben ik wel geweest. Eerst ben ik in groep 3 begonnen - na de pedagogische academie. En daarna ging ik invallen bij de kleuterklas. En toen we in Zeewolde hier kwamen wonen, kreeg ik een eigen kleuterklas. Wel altijd in een parttimebaan, met iemand anders samen, een duobaan. Ik heb zelfs op de peuterspeelzaal gewerkt. Dat was ook in de tijd dat we hier net in Zeewolde kwamen wonen. Hebben ze me gevraagd of ik een paar keer wilde invallen op de peuterspeelzaal. Maar met jonge kinderen werken, vond ik dus iets heel vanzelfsprekends. En dat begon al als leidster bij de Kabouters. En ik ging ook training geven aan jonge kinderen bij de reddingsbrigade. En daar heb ik dus heel veel ervaringen op gedaan met het werken met jonge kinderen. En ik vond het helemaal niet moeilijk, ik vond het wel logisch om dat te doen. Ik vond het ook helemaal niet moeilijk om steeds iets nieuws te bedenken voor zowel de ..ehm.. bij de scouting niet, als bij de reddingsbrigade niet. Elke keer bedacht ik wel andere oefeningen. En hoe ik erop kwam? Geen idee! Misschien dat ik daar toch ook wel literatuur voor had of zo, boekjes. En ook het omgaan met de kinderen, dat was zoiets gewoons. Ik heb het één jaar wel heel moeilijk gevonden en dat was toen ik werkte in Stenia, Zonnehuis Stenia. Ik was klaar met de pedagogische academie. Het was toen heel moeilijk in het onderwijs om aan banen te komen, in het onderwijs. Kort daarna veranderde dat, want toen ging het van lagere school naar basisschool en toen kwamen er ineens allerlei banen bij. Maar in dat jaar nog niet. Toen ben ik gaan werken in het Zonnehuis. Dat was in Zeist. En daar ging ik werken met kinderen met een beperking. En het Zonnehuis, dat is een antroposofisch huis en daar hoefde ik zelf niet antroposoof voor te worden. Ik had daar al tijdens de vakantie al twee jaar gewerkt. Een deel van mijn zomervakantie gebruikte ik dus om aan het werk te zijn. En dat heb ik daar gedaan. Dus ik wist al wel waar ik terechtkwam. Toen ik ging werken op Stenia wilde ik daar graag met de jonge kinderen werken. Maar ik werd ingedeeld bij de oudere jongeren. Jongeren van 10 tot 21 jaar, de pubers. En daar heb ik écht ervaring opgedaan met consequent zijn. Het gekke was, ik was zelf nauwelijks ouder dan de oudste in de groep. Dat was een meisje van 21 jaar. En ik was zelf ook net 21, 22 jaar. En ook de namen uit die groep, waar ik dan een jaar mee gewerkt heb, ook die namen weet ik allemaal nog. Die ben ik nooit vergeten! Dan vraag ik me wel eens af, wat zou er van hen allemaal terecht zijn gekomen? Leven ze nog? Waar wonen ze dan nu? En ik kan me dat nauwelijks voorstellen, want in mijn gedachten blijven ze altijd diezelfde leeftijd houden. Ze hebben wel enorme indruk achter gelaten. Het was een heel intens jaar. En dat zit ook nog wel vers in mijn geheugen, want ik kan het allemaal zo naar boven halen als ik daarover nadenk, dat is zo bijzonder! Later in het onderwijs, heb ik best enkele leerlingen onthouden. Er zijn meerdere leerlingen, die namen, die vergeet je nooit meer. Ja, het gezicht, hoe ze bewogen, al die dingen weet ik dan nog van enkele kinderen, maar niet hele klassen. Maar ik ben dus wel die kleuterjuf geworden die ik vroeger al aangaf: dat wil ik worden. En niet alleen kleuterjuf, maar wel juf ook voor meerdere leeftijden. Alleen, al heel lang ben ik geen juf meer. Vanaf 2008 werk ik niet meer als juf. Voor die tijd had ik nooit gedacht dat ik een eigen bedrijf zou hebben. Dat ik zelfstandig ondernemer zou worden. Ja, zelfstandig ondernemer, tot bepaalde hoogte ben ik dat geweest. Maar ik ben nooit een ondernemer geweest die flinke winst maakte of die aan het groeien was en dan personeel ging aannemen. Maar dat is nooit mijn ambitie geweest. Het starten van het eigen bedrijf was ook ja, min of meer een gedwongen iets, omdat ik niet meer in het onderwijs kon werken en heel graag wel als coach wilde werken. Maar dat kon alleen maar als ik zelf een eigen bedrijf startte, want via dat eigen bedrijf kon ik dus dan opdrachten aannemen. Maar ja, dat gaat dan allemaal over werk. Over van wie ik ben geworden. Coach, workshop-gever, ik ben presentator en spreker. Ik begeleid de NmG-groep, waar ik me altijd weer even een beetje juf voel. Ik ben auteur geworden, boeken geschreven. Maar dat heeft allemaal met werk te maken. Maar hoe zit het als persoon? Ben ik de persoon geworden die ik wilde zijn?! En dat weet ik niet! Ik weet niet of ik tijdens al dat werk voor 2006, bezig was met wat voor persoon ik zou willen zijn! Of dat ik bezig was met 'dat ben ik al!' In ieder geval is er vanaf 2006 van alles in gang gezet. Eerst even een tijd niet. Een soort winterslaap heb ik gehouden. Een heleboel kon ik niet en deed ik ook niet. Maar toen ik langzaam opkrabbelde en weer van alles oppakte, was ik bezig met wie ben ik dan?! Daardoor ben ik ook wel steeds meer gaan begrijpen wie ik ben. Los van al dat werk. Ook van hoe het leven in elkaar steekt en hoe...

  • S12 · E3
    July 29 · 11 min

    3 De was

    Hoe een eenvoudige huishoudelijke klus ineens niet zo makkelijk gaat met evenwichtsverlies. (afb Pixabay Manfred Richter) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 3: De was. Deze aflevering gaat over een klein deel van het huishouden wat wel heel essentieel is, namelijk de was doen. Toen ik in 2006 door de ziekte van Ménière niet meer werkte en dus alle dagen thuis was, omdat ik tussen de aanvallen van draaiduizeligheid heel onstabiel bleef, was het niet eenvoudig om zelf het huishouden volledig te doen. Ik kon niet bukken of op een trapje staan. Ik kon niet eens een emmer met water tillen of iets anders zwaars tillen en ermee lopen. Dat ging allemaal niet! Pas toen de aanvallen wat minder werden en ook de instabiliteit verminderde, toen ging ik weer dingen oppakken in het huishouden. Behalve het stofzuigen, dat deed ik liever niet. Want het was veel en veel te veel lawaai! Het geluid van die stofzuiger dat deed gewoon pijn in mijn oren. Net als ook het geluid van de waterkoker pijnlijk was en als ik de wc doortrok. Want in die begintijd van de Ménière, zal ik ook iets van hyperacusis hebben gehad. Echt overgevoeligheid voor geluid! En in dit geval dan niet speciaal kleine geluidjes, maar juist de luide geluiden. Maar ik deed dus in die begintijd niet zelf het huishouden, het lukte dus niet. En gelukkig konden de andere leden in het gezin dat wel oppakken voor zover ze dat dan ook konden. Kreeg ik geregeld dat ze even bij me kwamen van 'hoe moet ik dat doen of hoe moet ik dat doen?' Dus ik heb ze daarbij wel kunnen ondersteunen. En wat op een gegeven moment wel lukte -toen ik dus weer dingen kon oppakken- dat was de was doen. Het was niet de wasmand naar boven tillen, de wasmachine staat bij ons op zolder en de wasmand die staat in de badkamer op de eerste verdieping, dus die moet dan altijd naar boven gebracht worden. En dat deed ik dan nog niet. Niet omdat ik niet genoeg kracht had, maar meer omdat als je iets groots in je handen hebt en je moet een trap oplopen, dat is nogal wat. Helemaal als je dan toch nog wat instabiel bent. Dus dat deed ik dan niet, dat deed dan één van de jongens. En zo was het ook andersom. Als ik de was op zolder opgevouwen had, nadat het helemaal gedroogd was, dan bracht één van hen de wasmand weer naar beneden. Maar ik kon natuurlijk wel de was sorteren en in de wasmachine doen. En dan ging ik op mijn knieën zitten, zodat ik niet kon omvallen. En dan deed ik dus op die manier de was in de machine. Stond de wasmand naast me en dan kon ik het er makkelijk indoen. En als de was klaar was, dan zette ik de wasmand voor de opening en ook dan ging ik op mijn knieën weer zitten en haalde ik dat allemaal één voor één eruit! Want dat bukken dat bleef toch nog wel heel lang moeilijk. En als de was daarna in de droger ging, dan deed ik dat in hele kleine stukjes. Een deel uit de machine deed ik dan in de wasmand. Dan zette ik de wasmand wat op hoogte, er zat dan niet zo veel in, was ook niet zo zwaar. En dan deed ik de spullen in de droger en dat herhaalde ik een paar keer totdat alles in de droger zat. Maar de droger gebruikten we -en gebruiken we nu nog steeds- niet zo heel veel. De meeste was die hang ik gewoon op. We hebben daar op zolder twee wasrekken. Wat ik toen deed, was de was die ik ging ophangen, die haalde ik dan één voor één uit de wasmand en dan hield ik me altijd met één hand vast, aan de kast of aan het wasrek. En ging ik de was ophangen met knijpers. Ik merkte dat ik dat zó fijn vond om te doen. Helemaal omdat ik na maanden helemaal dat niet heb kunnen doen, was het heel fijn dat ik ineens dat soort dingen wél kon oppakken. En vanaf die tijd koester ik dat ik zélf de was kan ophangen. Aan de waslijn. Nou hebben we wel een waslijn ..ehm.. een droogrek eigenlijk, het is geen lijn, een droogrek op heuphoogte. Het zijn er twee. Dus ik hoefde niet heel hoog te reiken. Vroeger hadden we wel een waslijn in huis, toen we net gingen samenwonen. En dan moest je daar heel erg voor reiken. Maar dat hoeft dan nu niet. En waarschijnlijk had ik toen niet eens dat kunnen doen, dat omhoog en dan met die knijpers ophangen. Niet omdat ik niet kon reiken, maar omdat je dan toch wat instabieler wordt. Maar ik vind het dus heerlijk om de was te kunnen doen. Zo ook als je was eenmaal gedroogd is dan één voor één die kledingstukken eraf halen en dan opvouwen. Dat doe ik eigenlijk op het droogrek en dat doe ik dan in de wasmand. En op een gegeven moment lukte het toen om zelf de wasmand te tillen en via de trap naar de zolder te brengen en andersom, naar beneden toe brengen. Dan houd ik de wasmand met twee handen vast en dat is een hele uitdaging, want ik kan me dan niet vasthouden aan de leuning. Maar dan loop ik met mijn zij, met mijn heup tegen de leuning aan, zodat ik wel steun heb en ik loop altijd dan met aandacht. Ik ben dan ook alleen bezig met lopen op de trap met de wasmand in mijn handen. Of het nou naar boven is of naar beneden. Nou is het wel zo dat de droge was zit in een bredere wasmand en dan kan ik die wasmand nog wel eens op mijn heup neerzetten en dan hou ik 'm met één hand vast, zodat ik met mijn andere hand wel de leuning kan vasthouden. En dat is meestal als ik naar beneden loop. Naar beneden lopen is altijd lastiger op een trap, omdat je die diepte in gaat en dan is het toch prettiger om de leuning te kunnen vasthouden. We hebben dan wel een hele rechte trap in huis, naar de zolder. Daar zit geen draaiing in. En volgens mij vind ik naar beneden lopen bij een ronde trap, die zo halfrond is, vind ik makkelijker. Omdat je niet direct de diepte inkijkt. Maar zo'n rechte trap, dan kijk je echt best een heel eind zo de diepte in. Dat vind ik lastiger lopen dan wanneer er een bocht inzit. Maar oké, dat lukt nu dus wel. Heel langzaamaan is dat toen gebeurd, dat ik eenmaal de was weer ging doen. Op een gegeven moment ging ik toch zelf de wasmand dragen en merkte ik dat het wél lukte. En dat ben ik daarna altijd gewoon blijven doen. En zo is een huishoudelijke klus die ik vroeger, voor 2006 zonder nadenken altijd deed, ineens een taak geworden die ik heel graag doe! Nadat ik natuurlijk wel eerst had geleerd om het zelf weer te kunnen, vanuit een instabiele situatie. Dus ja, elke keer nu de was ophangen, waar ik dat ook doe, dat doe ik met aandacht. En dat vind ik helemaal niet erg. Ik merk dat ik wel gevoeliger ben geworden voor geuren. Dat is gebeurd nadat ik corona heb gekregen. Toen heb ik een jaar lang niets kunnen ruiken en proeven. En heel langzaamaan is die geur weer teruggekomen, die reuk moet ik zeggen. De reuk is teruggekomen. Tegelijkertijd ben ik ook gevoeliger geworden voor allerlei geuren. Dus bepaalde wasmiddelen vind ik helemaal niet fijn! Dus ik moet écht goed zoeken naar wat vind ik dan wel fijn? En gelukkig op dit moment heb ik dan zo'n wasmiddel. Ik gebruik nooit wasverzachter. Dus wat blijft hangen in de was is gewoon van het wasmiddel zelf. En in de loop der jaren was ik wel veel minder, omdat de jongens uit huis zijn. Dus we zijn met zijn tweeën in huis, dan hoef ik ook minder vaak de trap naar zolder op- en af te lopen met een volle wasmand. En op vakantie, dan is de was doen altijd een klus waar ik ook de tijd voor neem. Ik bedoel dan een lange vakantie. Want tijdens een weekje vakantie doe ik niet de was. Dan neem ik dat gewoon mee naar huis en dan doe ik dat allemaal thuis. Maar op de camping waar we weken staan, dan is er vaak maar één wasmachine en een droger. We staan vaak op kleine campings, dus dan is eentje ook genoeg. En de handdoeken en lakens gaan na de was dan in de droger. Maar alle kleding die hang ik dan op. Dus dan moet het sowieso een droge dag zijn op het moment dat ik de was doe. Moet ik altijd rekening mee houden op de camping. Anders kan het droogrek niet buiten in de zon en in de wind gezet worden. Dus het is wel even plannen, van doen we het vandaag of nou, misschien beter morgen? En dan heb je ook te maken met dat de wasmachine, dat het best lang duurt. En de droger daarna nog een keer. Het kost zo een halve dag. Dus als we de hele dag weg willen, kan ik niet de was doen. Helemaal niet omdat ook andere mensen natuurlijk ook willen wassen. Dus je moet het ook niet lang in de machine laten zitten. Je moet zo snel mogelijk het er weer uit halen, zodat andere mensen ook kunnen wassen. En meestal kiezen we dan ook een dag dat we sowieso op de camping willen blijven. Dat is ook belangrijk, want als eenmaal de was buiten staat en het gaat per ongeluk toch regenen, dan kun je ook weer op tijd het droogrek binnen zetten. Anders kan je weer van voren of aan beginnen als alles natuurlijk drijfnat wordt. En zo zijn er ook andere campinggasten die het liefst 's ochtends al met de was willen beginnen. Ook om het dan op te kunnen hangen. En dan probeer ik altijd -op zo'n dag- heel vroeg op te staan, zo'n 7 uur. Op vakantie is dat vroeg. Dan slapen de meeste vakantiegangers nog. Dan doe ik de was al dus in de machine voordat we gaan ontbijten. En dan is het altijd wel heel gek hoor, om heel vroeg op zo'n hele stille camping te lopen met een volle mand vol was. En toch vind ik het heel fijn dat je het gewoon op de camping zelf kan doen. Want dan hoef je ook minder handdoeken en kleding mee te nemen, omdat je tussendoor gewoon kan wassen. Dat is in Nederland nog wel eens lastig, want in Nederland heb je allerlei verschillende soorten weer. Het kan heel warm zijn. Of ..ehm.. best wel koud. En regenachtig. Dus je moet wel kleding meenemen die voor alle weersomstandigheden mogelijk zijn. En het kan nog wel eens zijn dat ik een heleboel kleding heb meegenomen en de helft dus niet gedragen is, ja omdat we gewoon bepaald weer hebben gehad. En dan is de andere kleding niet nodig. En dat is wel het voor...

  • S12 · E2
    July 22 · 11 min

    2 De zee in mijn hoofd

    De zee in mijn hoofd is een metafoor die ik al 20 jaar met mee meedraag. (eigen foto op het strand bij de Noordzee, bij Domburg) Volledig transcript: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 2: De zee in mijn hoofd. 'De zee in mijn hoofd' dat is de metafoor die ik nu al zo'n 20 jaar met me meedraag. Ja, 'meedragen' dat is wel een gek woord in deze context. Maar welk woord is dan passender? Deze metafoor die past al zo lang bij me en past bij verschillende dingen. 'Dingen' ook al zo'n gek woord dat niet passend is. Want tinnitus en Ménière dat zijn helemaal geen 'dingen'! Dus raar dat ik 'dingen' zeg! Dan zal je misschien wel hebben van: hé, die heb ik wel eens eerder gehoord: 'De zee in mijn hoofd.' En dat klopt, want in seizoen 4 -heel veel seizoenen geleden- aflevering 19 heb ik ook al verteld over deze metafoor. En toch wil ik 'm nog een keer naar voren halen, want misschien heb je die helemaal niet gehoord. En ik merk ook dat ik bepaalde dingen ga herhalen. Juist omdat alles wat met het evenwicht te maken heeft toch wel vaker voorkomt dan één keer. In ieder geval deze aflevering 'De zee in mijn hoofd'. En het kan eigenlijk helemaal niet, de zee, niet letterlijk tenminste. Want die zee die is ..ehm.. vol water en zout en, en, en, en is ook heel veel! Dat kan natuurlijk nooit in mijn hoofd zitten! Maar dan zit er in mijn hoofd natuurlijk wel water. Soort hersenvloeistof en we bestaan uit voor zoveel procent uit water. En dat water in dat hoofd, in die vloeistof, dat is misschien ook wel wat zoutig. Dat zou ik wel kunnen uitzoeken, want volgens mij is dat wel bekend, waar het precies uit bestaat. Het is dus een metafoor. Het is dus niet letterlijk bedoeld. Die zee is voor mij ook het altijd aanwezige geluid van de tinnitus. Dat wissende van volume. En ook wisselend van geluid, van het soort geluid. En nu helemaal met hoortoestellen, want zonder hoortoestellen hoor ik echt heel veel minder! Ik hoor bijvoorbeeld de vogels nauwelijks. We zijn nu op vakantie. En Roel die zegt dan, zei vanmorgen tegen mij van, 'de beide hanen die kukelen' en ik hoor ze echt niet. Roel zegt dat de buurman de voortent aan het stofzuigen is. En ik zie het, maar ik hoor het geluid helemaal niet. En dan zegt hij van: 'je moet wat zachter praten, want anders hoort iedereen dat op de camping wat je zegt', maar ik hoor mezelf amper. Ik hoor écht niet wat te hard is. Ook m'n eigen stem is dus veel minder hoorbaar geworden. Daarentegen is het volume van de tinnitus, die is juist heel luid! Die is alom aanwezig. En dan prijs ik mezelf steeds weer gelukkig dat ik me er niet meer aan stoor. Het is een gegeven. Én ik weet dat ik er wel iets aan kan doen, namelijk mijn hoortoestellen in doen. Wauw! Met hoortoestellen in dan hoor ik de vogels kwetteren! Ik hoor het vliegtuig over komen. Er zijn allerlei camping-geluiden. Ik hoor het briesende paard hier achter de heg. Weer een vliegtuig. Pratende mensen, verderop. Ik versta het dan niet, maar ik hoor wel dat het mensen zijn die met elkaar in gesprek zijn. Ik hoor het kraken van de stoel. Als ik aan het schrijven ben, hoor ik het krassen van de pen. Hé, en ik hoor ineens fietsen hier op het grind achter ons. Er zijn zo veel geluiden om me heen op deze stille camping. Het omslaan van de bladzijde van het boek dat Roel aan het lezen is. Ja, met hoortoestellen in, is de tinnitus veel milder, heel fijn! Maar tinnitus is dus dan de zee in mijn hoofd. En zo waren dat ook de aanvallen van draaiduizeligheid. Die chaos in mijn hoofd, die voelde alsof er een woeste zee woedde door mijn hersenen. Maar nu zijn die heftige aanvallen er allang niet meer, dat is lang geleden dat ik de laatste heftige aanval heb gehad. Maar die draaiduizeligheid die is er nog wel af en toe, bij vlagen, maar dan niet meer zo onstuimig, het is er maar een klein beetje. Meer wat kabbelend. Wel altijd ruisend. En dat zijn dan wiebeldagen, want zo heb ik ze genoemd, die dagen dat ik niet helemaal stevig meer loop. Waarbij ik wat instabieler ben. En dat is wel grillig, want ik weet niet van tevoren dat ik een wiebeldag ga krijgen. En Ménière is dus dan ook nog steeds de zee in mijn hoofd. Maar past daar dan ook het gehoorverlies bij? Heb ik eigenlijk nog nooit zo gezien. En nu ik dus dit zo zeg, die vraag aan mezelf stel, dat gehoorverlies is ook fluctuerend. Dat komt door de Ménière. Het is dus niet standvastig. Het is niet altijd hetzelfde verlies. En het gehoor wordt sowieso steeds minder. Het verlies wordt steeds meer. Ook door het genetisch defect hè, door die DFNA13. En het verschil tussen wel en niet de hoortoestellen in doen, dat verschil wordt steeds groter. Is dat dan ook de zee in mijn hoofd? Wat heel duidelijk figuurlijk bedoeld wordt van deze metafoor is, voor iets wat ‘veel’ is. Een zee van woorden. Een zee van gedachten. En dat gebeurt ook allemaal in mijn hoofd natuurlijk. Ik ben altijd vól van iets in mijn hoofd. Iets ..ehm.. woorden, ..ehm.. beelden ..ehm.. ideeën en plannen, voorstellingen maken in mijn hoofd. Steeds weer! Ook als ik een boek lees en dan hoef ik de woorden niet te bedenken. Dan zijn er wel continu beelden die ik in mijn hoofd maak. Ik zie dan voor me wat ik lees. En ik moet zeggen dat is niet fijn als het gaat om gruwelijke martelingen. Die wil ik helemaal niet zien! Maar als ik erover lees dan komen die beelden vanzelf. Dan kan ik er soms ook over dromen en dan word ik wakker met schrik en benauwd en zwetend. Die beelden die hoef ik niet! Maar ja, dat heb je af en toe, als je zo'n boek leest, weet je niet van tevoren dat het over dat soort martelingen gaat. Gelukkig geldt dat ook andersom. Alle mooie beelden, die ik tijdens het lezen voor me zie en ook die beelden van alles wat ik heb meegemaakt. Gewoon overdag tijdens het fietsen, het wandelen, de weggetjes die me dan heel lang bijblijven. Het landschap. De bomen. Het strand en de zee. En al die leuke dorpjes hier op Walcheren. Allemaal beelden die in mijn hoofd zitten en die dan ook in mijn hoofd blijven zitten. Een zee van beelden in mijn hoofd. Zo waren we bij een restaurant, we gingen even één keer een beetje chic uit eten. En in dat restaurant daar hing een foto in de hal. En dat was een moderne foto van een Zeeuws meisje, of in ieder geval van een meisje met Zeeuwse klederdracht aan, maar dan op een moderne manier gemaakt. En dat beeld dat blijft dan bij me! Na het eten fietsten we naar huis, naar de tent toe, naar de caravan. Dat is op dat moment ons huis. En ik heb dat beeld dus gezien en het raakte me. En dan onthoud ik dat! En ik heb ook daar nog gevraagd in het restaurant waar de foto vandaan komt en wie de fotograaf is. Dus dat heb ik, toen ik thuiskwam, weer opgezocht. En het blijkt dat dat te koop is. Die foto die wordt ook gemaakt op het moment dat je dat bestelt. En ik kan die verleiding nauwelijks weerstaan om het níet te kopen, want ik weet er zelfs al een plek voor in huis, waar ik er dan elke dag naar kan kijken en dat idee maakt me al zo blij. Het beeld zit al in mijn hoofd, naast al die andere beelden. Want er is nog plaats genoeg! En zo zijn er genoeg dingen die ik vergeet. Namen van mensen bijvoorbeeld. En dat is helemaal niet erg. Want er is wel een grens aan die zee in m'n hoofd. Het geheugen is een zee aan herinneringen, maar ik onthoud niet meer alles. Er zijn herinneringen die vervagen of die veranderen en die verdwijnen. Ja en ook dat is niet erg. Want de zee is niet oneindig. Ook al lijkt dat wel als je op het strand staat en de Noordzee voor je ziet. En je héél ver weg kunt kijken als het heel helder is. Dan lijkt ie zó ver te reiken. En dan voel ik me heel klein en nietig. Op zo'n grote zee zou ik een stipje zijn. Nauwelijks waarneembaar voor iemand die erop let. En helemaal niet waarneembaar voor de mens die niet kijkt. Dan ben ik helemaal niets! Hmmm... er loopt een spinnetje hier voorbij. Een klein spinnetje. Die omgeving van deze spin die is oneindig groot, alleen is de spin zich daar niet van bewust. En dat is een groot verschil met mij als mens. Die zich wél bewust is van de omgeving, van de grootsheid, van de waanzin! Van de schoonheid en het verval en... De opmerkelijkheid, de mogelijkheden en onmogelijkheden. Van de grenzen. En ook de ongelofelijke kracht van de elementen. En zo de woorden die ik erover kan schrijven en ook nu hardop kan zeggen. De zee doet me ook denken aan nou ja, aan Zeeland, dat is ons vakantieland. Maar ook aan de zeearend. Zeekraal. Zeeraket. De zee-eend. De Noordzee. Maar ook Zeewolde, waar we nu al heel lang wonen. Vanaf 1992 wonen we al in Zeewolde. Dus ook dat woord 'zee' kom ik heel vaak tegen in mijn dagelijks leven. En die zee in m’n hoofd, dat is dus een hele krachtige metafoor. Die voor mij een zee aan mogelijkheden biedt. Voor de mens die het wil zien hè! Voor wie het wil beleven, die het wil herinneren, opschrijven en erover wil vertellen. En als ik nog eens een vierde boek ga schrijven, dan zou die titel zijn: 'De zee in mijn hoofd'. Dit was seizoen 12, aflevering 2, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!

  • S12 · E1
    July 15 · 12 min

    1 Vrijheid

    Wat vind ik vrijheid? In ieder geval niet dat ik altijd op vakantie kan. (eigen foto, van een vakantie lang geleden) Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat is ook de aanleiding van het maken van deze podcast. Want er valt nog zó veel meer te vertellen over ons fysieke evenwicht. Over ons zintuig evenwicht. Maar gaandeweg met het maken van die podcast-afleveringen, kwam ik erachter dat er nog zo veel meer valt te vertellen, over het evenwicht. En dan gaat het ook wel over het psychisch evenwicht en over al die dingen waar ik mee te maken heb die ervoor zorgen dat mijn leven, ja, prettig verloopt. Waar ik juist van uit evenwicht raak. En dat ik ook die dingen graag wil vertellen in deze podcast. En dat doe ik dan ook. Ik heb al 220 afleveringen gemaakt. Want ik heb mezelf als doel gesteld om elke week een aflevering te maken. En daar heb ik zelf de keuze in. En omdat ik zelf die keuze kan maken, heet deze eerste aflevering van seizoen 12: Vrijheid. Ja en dat is niet vanzelfsprekend. We hebben tijdens het schrijfcafé in mei 2026 als thema ook gehad: vrijheid. Elk schrijfcafé is er een thema, vaak naar aanleiding van een boek en dat thema van dat boek wordt dan gebruikt. En in dit geval ging het over het boek: Het bittere kruid van Margo Minco. Dat is al een boek van heel lang geleden. En Marga Minco is een schrijfster die in 2023 is overleden. Maar die is 103 jaar oud geworden! En in dat boek gaat het ook over oorlog en over nou ja, dan ook de vrijheid. En het thema van het schrijfcafé daar kun je allerlei oefeningen rondom heen doen. We begonnen met een opdracht met allemaal wolkjes en in die wolkjes stonden korte opmerkingen over wat vrijheid zou zijn. Bedoeling was om daar een keuze uit te maken en daar dan verder over te gaan schrijven. En ik zal een paar van die wolkjes, een paar van die teksten even delen met je. Eerste wolkje is: vrijheid is het recht op geheimen, zonder geheimen is er geen bewegingsruimte meer. Vrijheid is zelf bepalen hoe je je leven inricht. Vrijheid is het tegenovergestelde van oorlog. Vrijheid is een andere mening mogen hebben. Je bent vrij als je je eigen waarde, dromen en talenten als kompas gebruikt. Vrijheid is op vakantie kunnen. Vrijheid is een illusie. Vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander. Maak daar maar eens een keuze uit. Ik denk dat je zelfs vanuit elke tekst, van elke regel tekst die ik net noemde, daar kun je weer ook een heel stuk over schrijven. Ook dat vrijheid is een illusie, zou je een heel verhaal over kunnen schrijven. Maar ik heb gekozen voor dat laatste wat ik zei: vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander. En wat ik schreef: mezelf zijn. Zoals ik dat wil. Wat ik wil doen. Dat wil niet zeggen dat ik niet overleg. En vooral niet als ik iets wil doen dat consequenties heeft voor de ander. Want ook het overleggen past bij het mezelf zijn, want dat kan tegelijkertijd. Het betekent namelijk niet dat ik gewoon mijn gang ga. Ik houd rekening met de grenzen die er zijn. Dat is financieel. De gedeelde tijd. Het gebruik van spullen. De afspraken die de ander heeft. En dan geef ik steeds weer mezelf toestemming en dan deel ik ook met liefde. Ik geef mezelf ook toestemming. Ook als ik nee tegen mezelf zeg. Als ik mijn grenzen bewaak. Maar wanneer ben ik dan volledig mezelf? Want er zijn genoeg dingen die ik niet uitspreek. Waar ik niet mijn mening over deel. Dat doe ik ook niet hier in de podcast. Ik deel niet alles, wat ik vind, wat ik opmerk. En toch hoort ook dat allemaal bij mezelf zijn. Om het dus niet te delen. Want ik vind het een groot goed dat ik de keuzes zelf mag maken. Op allerlei vlakken en op allerlei niveaus. En ook is het fijn als je toestemming van de ander krijgt. Om ja, dat leuke idee uit te werken. ..ehm.. om die vakantie te plannen. Om de boel te kunnen veranderen. Om in mijn eentje ergens naartoe te gaan. Maar dan steeds weer van mezelf uit. Ik kies ervoor om toestemming te vragen, om te overleggen, want ik leef niet in mijn eentje. En al die afspraken en dat overleggen dat doe ik dan ook met mijn man, die ook hier in dit huis woont. Want afspraken maken blijft nodig om samen te leven. Want ook hiervoor geldt, ik heb de afspraken in mijn eigen hand. Ik vul mijn eigen agenda. En dan is het prachtig als de ander af en toe op mijn pad meeloopt, want andersom gaat het ook op. De ander mag zichzelf zijn zonder toestemming van mij! Vrijheid is dus niet alleen maar doen waar 'ik' zin in heb. Ik vind vrijheid, dat is in liefde samenleven. Dat mocht ik delen en op het moment dat je dat voorleest, die tekst, aan een groep mensen die ook allemaal hun eigen vrijheid hebben beschreven, dan kom je er ook achter dat een heleboel dingen overeenkomen. Maar dat je dat ook op verschillende manieren kan zien, die vrijheid. Dat vind ik mooi! Ik vind het mooi dat iedereen daar op zijn eigen manier ook weer mee om mag gaan. Dat gebeurt dus vaak bij het schrijfcafé, dat je dingen heel erg herkent van de ander, maar niet nodig vindt om daar zelf over te schrijven. Dus iedereen maakt zijn eigen keuze daarin. Het is zelfs zo, als de opdracht een bepaalde bedoeling heeft, en jouw pen, als je aan het schrijven bent, gaat totaal iets anders doen, dan kan dat gewoon. Want ook dat doen we, het creatieve schrijven is eigenlijk ook een vorm van vrijheid. In vrijheid schrijven. Hoe mooi is dat? Je schrijft datgene wat jij wilt delen. Een andere opdracht die we kregen, was een mindmap maken. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. Ik maak vaak mindmaps. Ook altijd aan het begin van als ik een boek ga schrijven. En in dit geval was de mindmap rondom dat woord: vrijheid. En dan moest je dan vier woorden rondom heen zetten. En elk woord of elk zinnetje kon je ook weer onderverdelen. En die wil ik ook even met je delen: Vrijheid dat is ..ehm.. zelf grenzen bepalen, of grenzen stellen. En van daaruit bedacht ik al dan, als ik zelf grenzen bepaal dan ben ik ook aan het luisteren naar de intuïtie, ga ik iets wel of niet doen? En aan de andere kant is het energiemanagement heel belangrijk: hoe verdeel ik mijn energie over de hele dag? Vrijheid vind ik ook: vrije wil. Dat is de onafhankelijkheid of juist je afhankelijkheid. En de ene kant daarvan is dan zelfbeschikking. Zelfzorg. Goed voor mezelf zorgen. En dan de andere kant die zelfstandigheid, die eigen agenda bepalen. Heb ik het net ook wel over gehad in mijn vorige stukje. Vrijheid is ook de keuzes maken. Keuzes maken en van daaruit kun je verschillende mogelijkheden bekijken. Er zijn allerlei verschillende mogelijkheden mogelijk. Aan de andere kant moet je ook knopen doorhakken. Moet je kunnen beslissen. Als je een keuze maakt, beslis je ook iets. En dan als vrijheid het woord: zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn is aan de ene kant voor mij door ervaringen leren. En vooral blijven leren. En de andere kant weten wat wel of niet goed voor mij zelf is! Uit al die woorden mocht je ook weer één stukje gebruiken, één woord gebruiken. En daar weer over gaan schrijven. En ik koos voor zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn. Ik ben me bewust van alles wat ik doe en niet doe. Hoewel, alles? Niet alles! Want er zijn genoeg dingen die ik onbewust doe, maar omdat ik dat niet bewust weet, kan ik dat ook niet benoemen. Bewustzijn. Ze zeggen dat mensen met ernstig gehoorverlies een grote kans hebben om dementie te krijgen. En toen ik dat voor de eerste keer hoorde, schrok ik daarvan. Ik begreep dat niet goed. Dus omdat ik minder goed hoor, zou het niet goed kunnen gaan in mijn brein. En dan gaat het over die witte stof, die myeline in de hersenen, die wordt dan steeds minder. En dat vertelde Erik Scherder hè. Ik heb het in de vorige podcast gehad over dat we die ontmoet hebben. En die vertelde over die witte stof, als die dan minder wordt ga je ook minder goed functioneren. Maar gelukkig heb ik mijn moeder als voorbeeld. Die was bijna doof. En toch kon zij zich nog genoeg herinneren en ook afspraken die gemaakt waren. Ook zelfs de dingen die de dag ervoor waren gebeurd, en dan af en toe was het wel een beetje twijfelachtig. Maar als je er dan goed naar vroeg, dan wist ze het weer. En zij deed overdag bijna niets! Zij kwam nauwelijks de deur uit. En ze had eigenlijk ook helemaal geen hobby’s meer, dan alleen maar wat lezen en op de tablet kijken. En bij haar was er dus geen sprake van dementie en toch was ze dus bijna doof. En aan de andere kant begrijp ik dat wel, want er is onderzoek naar gedaan, dus het zal ook zeker zo zijn. Als je in plaats van luisteren, luisteren naar andere mensen, en dat je als je dan geen andere manieren meer hebt om je brein te gebruiken, en als je ook veel minder mensen tegenkomt waarmee je gesprekken aangaat, dan kan ik me voorstellen dat je wereld heel klein wordt. Want het is belangrijk om te blijven bewegen. Te blijven leren zoals Scherder zei, maar hij noemde het dan anders. Het gaat niet alleen maar om bewegen, het gaat ook niet alleen maar om leren, het gaat om ‘moeite doen’. En dat is nu ons motto ook, hier thuis. Moeite doen, dat is helemaal niet erg. Door zo in beweging te blijven op allerlei manieren, ben ik mezelf bewust, ik ben aanwezig en voel ik mij ook wel verantwoordelijk voor de dingen die ik zelf doe. Voor de keuzes die ik maak. Dus ja, wat moet ik me aantrekken van het feit dat als je minder gaat horen, dat de kans op dementie groter is? Ik wil me niet laten beïnvloeden door de angst, maar ik denk dat ik uitga van al de dingen die ik nog wel kan blijven doen. Als ik daar maar met veel plezier mee bezig blijf, dan hoop ik ook dat die dementie op afstand blijft. Alleen weten we dat nooit zeker. In ieder geval zolang ik nog erover kan vertellen, zolang ik dingen nog kan uitlegge...

  • S11 · E20
    July 8 · 10 min

    20 Wij zijn vreemden

    Wij zijn vreemden totdat wij elkaar ontmoeten. Ik kon het niet laten om over deze uitspraak te schrijven en te vertellen. Bij deze. (afbeelding Pixabay Vincent Grenon) Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de laatste aflevering van seizoen 11. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een groot deel daarvan gaat over ons fysieke evenwicht. Maar alle andere onderwerpen zoals ik steeds in de inleiding zeg: evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 11, aflevering 20: We zijn vreemden. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Dat is een uitspraak die ik hoorde in een Netflix-serie, ja wij kijken af en toe naar Netflix, omdat er geen andere leuke programma's op de gewone televisie zijn. En deze uitspraak die hoorden we aan het begin van de serie. ‘We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.’ En ik weet niet of deze toebehoort aan een belangrijke historische figuur of filosoof, het zou namelijk zo maar kunnen. Ik vind het namelijk best een bijzondere uitspraak. Eigenlijk wel geweldig! Maar waarom vind ik dat? We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. We ontmoeten zo veel mensen. En toch voelen ze dan als vreemden. Bijvoorbeeld als ik in de bus of trein zit met andere mensen die ik nooit eerder heb gezien. En ook al is er oogcontact of maken we een opmerking naar elkaar, het blijven vreemden. Ik weet niets van ze. Behalve dat wat ik zie. Ik kan het uiterlijk zien. Ik weet of het een man of een vrouw is. Iemand van een bepaalde leeftijd of juist heel jong. Kleding. Wat ze bij zich hebben. Dat ze op de mobiel kijken of rustig naar buiten aan het staren zijn. Er is soms een geur die mij bereikt. En die is prettig of onprettig. En ze zitten in dezelfde bus of trein waar ik in zit. Ja, als ik dit zo zeg, dan lijkt het alsof ik dan wel heel wat weet van die ander. En soms hoor ik dan ook de naam. Als ze gebeld worden en ze nemen op en ze noemen dan hun naam. En dan hoor ik ook de stem. De stem zegt ook iets over die persoon. En toch zijn het vreemden. Het zijn wel medereizigers op weg naar, nou ja, in ieder geval dezelfde kant op waar ik ook naartoe ga. En wanneer verandert dan een vreemde in een persoon die niet meer vreemd voor mij is? Is daar een omslagpunt? Is dat wanneer we in gesprek raken en het een en ander uitwisselen? Dat we naar elkaar luisteren of een vraag stellen. Ja als dat eenmalig gebeurd, is die persoon dan nog steeds een vreemde? En het is logisch als ik iemand vaker zie en spreek, dat diegene dan geen vreemde meer is. Zelfs als ik de naam niet weet, voelt diegene niet meer als een vreemde. Bijvoorbeeld ook als je naar een winkel gaat en daar de verkoper spreekt, dan weet ik vaak helemaal geen naam en toch spreek ik die vaker en dan is het dus geen vreemde meer. Maar dan gaat het ook eigenlijk om het woord 'ontmoeten' in die uitspraak. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Want wanneer ontmoet je iemand? Zou zelfs alleen een enkele blik -oogcontact- al genoeg zijn om te spreken over een ontmoeting? Want hoe vaak heb ik oogcontact met wildvreemde mensen? Is het dan wel eens dat het helemaal niet meer vreemd voelt? En soms heb ik dan de neiging om iets te zeggen. En helemaal als dat nodig is, dan kan ik ook heel makkelijk iets zeggen tegen die persoon. Of is het oogcontact in gradaties te meten? Heb je vluchtig contact zonder dat je de ander echt ziet! Of elkaar aankijken, zonder dat er verder iets gebeurt? Of een blik van kort contact, een soort ..ehm.. blik van verstandhouding? Er is ook oogcontact waarbij je elkaar écht even ziet. Dan kan het zijn dat.. dat je echt bij iemand naar binnen kijkt. Dat je de ziel van de ander ontmoet. Zoals zo mooi gezegd kan worden. Ja, ik denk dat er echt gradaties zijn dus in dit soort ontmoetingen. Dat dan zo'n ja, een beetje een diepe, intense blik dat die zelfs veel meer teweeg kan brengen dan wanneer je iets tegen elkaar had gezegd. Want vaak zijn er wel van die kleine gesprekjes over koetjes en kalfjes en ook al duurt zo'n gesprek een tijdje, het kan dan voelen als heel oppervlakkig. En dan is er wel sprake van een ontmoeting en toch voelt dat niet helemaal echt. Je zegt elkaar gedag en je ziet elkaar nooit meer. En dan vergeet je dat gesprek. En ook de persoon zelf blijft dan heel vaag. Dan weet ik eigenlijk helemaal niet meer wat die persoon aan had, wat voor kleur haar, wat diegene bij zich had. Of ie zich wel of niet op z'n gemak voelde. Daar heb ik helemaal geen idee meer van. Dat onthoud ik dan niet. Maar af en toe met zo'n hele intense blik, zonder woorden, dan kan ik dat wel onthouden. En af en toe is er zo'n ontmoeting die heel lang blijft hangen. En dat doet me denken aan de ontmoeting met een jonge vrouw. Het bleek dat ze studente was. En die reisde van Groningen naar Nijmegen. Het was een vrouw met een hele grote bos krullen. En zij kwam naast me zitten in de trein, want we waren in de trein. En ze zei even gedag. En toen pakte ze een boek en dat boek was: De zeven eigenschappen van Stephen Covey. En daar heb ik een vraag over gesteld. Zij vertelde hoe ze aan het boek was gekomen en ze liet het briefje zien wat ze erbij had gekregen. En daar stond haar naam op. Paula, was haar naam. En wat geweldig dat ze dit boek nu al op jonge leeftijd las! Want ik was veel ouder toen ik dat boek in handen kreeg en dat boek heeft mijn kijk op de wereld veranderd. En ik wenste haar dat ook toe. Zo ontstond er een heel bijzonder gesprek, totdat we bij het station waren waar zij eruit moest. En we hebben elkaar in dankbaarheid gedag gezegd. En volgens mij zwaaide ze nog toen ze buiten langs de trein liep en ik wenste haar in gedachte alle goeds. Dit was járen geleden. Misschien wel meer dan 15 jaar geleden, denk ik. En toch weet ik dit nog precies. En zou zij zich dat nog herinneren? Voor mij maakt het niet zo heel veel uit. Want zo'n bijzondere ontmoeting met een vreemde die in korte tijd even heel dichtbij was, is op dat moment geen vreemde meer. En is dat wat er meer zou moeten gebeuren?! Mensen écht ontmoeten. Elkaar zien en horen. Dus kijken en luisteren. En dan het liefst zonder oordeel of verwachting. Met wederzijds respect. Als gelijkwaardig mens. Gelijkwaardig, ja daar zeg ik dus iets; gelijkwaardig. Dat zou de basis moeten zijn en daar gaat het heel vaak mis. Als je niet op gelijkwaardig niveau de ander kunt zien, is er een disconnectie. Dan gaat het over meer- en minderwaardigheid. En dan is die ontmoeting scheef. Zoals helaas bij alle machthebbers zo is en ook bij vele leiders. Ik zou wel eens die leider willen ontmoeten die op gelijkwaardigheid met andere mensen omgaat. En zolang we dat niet kunnen, en uitgaan van meer- en minderwaardigheid, zullen we volgens mij, vreemden blijven. Maar dan lees ik over alle problemen die er zijn op dit moment, ook rondom de asielzoekers. En als je vindt dat deze mensen geen recht hebben om te leven in dit land, wat zegt dat dan over jezelf?! Dan gedraag jij je als meerderwaardig ten opzichte van de vreemde mensen. Die zie je als minderwaardig. Maar eigenlijk voel je je zelf minder waard. Want je gaat uit van tekorten. En van schaarste. En dat leidt tot angst, angst voor de toekomst. En dat is dan je reactie door dan boos te worden, omdat je daar bang voor bent. Zonder dat je beseft dat deze vreemde mensen juist gevlucht zijn uit een omgeving waar zij bang zijn voor hun toekomst! En wat heel terecht is, want ze leven dan in een land van oorlog. En met niets zijn ze in een vreemd land aangekomen, en dan worden ze gehaat door de mensen omdat ze niets meer hebben, omdat ze gevlucht zijn! En voor deze mensen is de angst voor de toekomst juist heel terecht. En ook de onzekerheid wat het ze met zich meebrengt. Ze komen in een vreemd land en alles is onzeker. Maar waar wij in een democratie leven, is onze toekomst toch iets zekerder. Het is toch wat meer geregeld hier allemaal, zolang hier dan geen oorlog is. En daar schrik ik af en toe van, dat bekende mensen, hoe zij dan kijken naar die vreemden. En ook de uitspraken die zij doen met zo'n negatief beeld en ook denigrerende opmerkingen. Dat had ik dan niet achter ze gezocht en daar schrik ik dus echt van! En als er wel een oorlog komt, kan het zijn dat die bekenden, die nu naast je staan, dat ze ineens vreemden worden. Maar ik denk zolang we elkaar écht blijven ontmoeten, in gelijkwaardigheid, dan ontdekken we dat we allemaal mensen zijn. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Dit was seizoen 11, aflevering 20: 'We zijn vreemden' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer!

  • S11 · E19
    July 1 · 20 min

    19 Het geluid gaat nooit weg

    Dit is een interview dat is gepubliceerd op de site van Kwiekleven in een nieuwsbrief naar de klanten. Ze zochten een expert rondom tinnitus. Google gaf toen mijn boek 'hoor jij wat ik hoor? aan. Artikel is gemaakt door Kawtar. (afbeelding komt uit het boek hoor jij wat ik hoor. Gemaakt door Daniela Postma) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En ook het thema 'horen' is voor mij ook horen in de breedste zin van het woord. En dit is weer een aflevering die te maken heeft met dat horen. Dit is seizoen 11, aflevering 19: Het geluid gaat nooit weg. Een tijd geleden heb ik een mail ontvangen. En daarin stond de vraag of ik mee wilde doen aan een interview. Ze hebben gezocht naar een expert rondom tinnitus. En degene die daarnaar op zoek was, die heeft dat opgezocht en Google gaf toen mijn boek aan! Het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. En de vraag was: heb jij interesse in een geschreven interview rondom tinnitus? Dit interview komt dan in een nieuwsbrief en die wordt naar zo'n 15 duizend mensen gestuurd. In die nieuwsbrief daar komen allerlei uiteenlopende onderwerpen rond gezondheid aan bod en het thema tinnitus past hier perfect bij. Deze vraag kwam van een webshop waar voedings ..ehm.. supplementen, vitamines, mineralen en superfoods worden aangeboden van allerlei verschillende merken. En ik heb aangegeven van: kan ik daar wel aan mee doen? Ik ben geen klant van jullie, dus kan ik dan wel meedoen aan zo'n artikel? Dat was geen probleem. De vragen zou ik schriftelijk krijgen. En die interviewer heeft zich ook behoorlijk goed ingelezen. Die had best mooie vragen opgesteld. En dat interview wil ik hier met jou gaan delen. De titel van het artikel is geworden: Het geluid gaat nooit weg. Maar je kunt leren ermee te leven. Een gesprek met Paula Hijne. En dan begint het eerst met een soort inleiding en dat is bijna een soort samenvatting van het interview wat daarna komt. En de samenvatting die ze hebben gegeven gaat als volgt: Interview met Paula Hijne. Ze heeft ze zee altijd bij zich. Niet als vakantieherinnering, maar als permanent geluid in haar hoofd. Paula Hijne leeft al haar hele leven met gehoorverlies en kreeg later daar tinnitus en Ménière bij. En toch werd ze coach, podcastmaker en radio-maker. En schreef ze een boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Een eerlijk en hoopvol boek over omgaan met het altijd aanwezige geluid. In dit interview vertelt Paula hoe ze leerde luisteren naar haar tinnitus. Wat dat haar over communicatie en coaching heeft geleerd. En welke stap jij al vandaag kunt zetten. Want wat als het geluid dat je het meest soort ook de sleutel blijkt ze zijn naar meer zelfkennis? Nou, wat je uit dit artikel meeneemt: Tinnitus gaat zelden weg, maar de manier waarop je ermee omgaat, kan wel veranderen. Het accepteren dat het geluid blijft is paradoxaal genoeg het begin van meer rust. En Paula Hijne luistert als coach met haar ogen, haar gevoel en haar intuïtie. Een unieke kijk op communicatie. Tinnitus is vaak verbonden met gehoorverlies, vermoeidheid en concentratieproblemen, die zelden goed worden uitgelegd. Simpel maar krachtig naar buiten gaan en bewust luisteren naar de natuur helpt bij het vinden van rust. Het zintuig 'evenwicht' verdient veel meer aandacht, al vanaf de basisschool, aldus Paula. Ja en dan begint het interview, steeds met een soort korte inleiding van wat de interviewer zelf aangeef en dan komt ook de vraag. En in dit geval is van ..ehm.. de inleiding: Paula schreef haar derde boek vanuit een heel persoonlijk vertrekpunt. Ze wou het boek maken dat er voor haar zelf niet was. Hoe dat besluit ontstond vertelt ze hier. De vraag ik die daarover gekregen heb is: Je derde boek 'Hoor jij wat ik hoor?', gaat over tinnitus, waarom was dit voor jou het juiste moment om juist over dit onderwerp te schrijven? En ik heb als antwoord gegeven: In 2020 vlak na de uitgave van 'Evenwicht, in uitvoering', kreeg ik meerdere keren de vraag: wanneer komt je volgende boek uit? Ja! Ga ik dan nog een boek schrijven? En het begon wel te kriebelen. Is het nu tijd voor het boek over tinnitus? Maar er is al zo veel over geschreven! Wat kan ik dan anders doen? In ieder geval moet het een boek worden met herkenbare ervaringen. En uitleg over wat tinnitus is. Een boek dat vlot leesbaar is. En een boek waarin het proces beschreven staat hoe je om kunt leren gaan met het altijd aanwezige geluid in je hoofd. En dan niet vanuit de zwaarte, maar juist met een positieve insteek. Dat boek dat ik zelf had willen lezen, toen de tinnitus mij enorm frustreerde! Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat de vorm duidelijk was. Het was ook spannend! Durf ik mijn ervaringen en opgedane inzichten met de wereld te delen? En het volgende stukje is de inleiding weer, van de interviewer: Paula ontdekte pas op volwassen leeftijd dat ze haar hele leven al compenseerde voor haar gehoorverlies. En die ontdekking veranderde alles. Ook haar beroepskeuze. En de vraag is dan: Je leeft al vanaf je geboorte met gehoorverlies en kreeg daar later tinnitus en Ménière bij. Hoe heeft die persoonlijke ervaring jou kijk of luisteren veranderd? En mijn antwoord: In de jaren 90 kwam ik erachter dat ik genetisch gehoorverlies heb. Ik besefte dat ik mijn hele leven al spraakafzie, het gezicht- en mondbeeld is belangrijk om te kunnen spraakverstaan. En dat had ik ook hard nodig in het werk in het onderwijs. Door de combinatie met tinnitus en Ménière, kon ik niet meer in het onderwijs werken. En tijdens een re-integratietraject werd duidelijk wat ik nog wél kon: met mensen in gesprek gaan. In een-op-een situaties. Ik ben altijd al nieuwsgierig geweest naar de drijfveer van andere mensen en zo kwam het coachvak op mijn pad. Het oogcontact tijdens een gesprek is mijn kracht. Ik luister met mijn ogen, mijn gevoel en mijn intuïtie en stel dan de vragen die nodig zijn. En de volgende vraag was weer de inleiding van de interviewer: Hoe voelt het om dagelijks te leven met een geluid dat nooit stopt? Paula beschrijft het met een beeld dat meteen raak is! De vraag die ik daarover kreeg: Je omschrijft tinnitus als de zee in mijn hoofd. Wat zegt dat beeld over hoe tinnitus voor jou voelt in het dagelijks leven? En mijn antwoord: de zee is altijd in beweging. Van kalm tot stormachtig. Er is altijd geluid te horen aan zee. En zo ervaar ik ook het geluid van de tinnitus. Dynamisch! Het volume en soort geluid fluctueert voortdurend. Het is nooit stil. En ik heb er een klein gedichtje bij geschreven. Dat komt uit het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Mijn blik gericht op rollende golven, woest geluid in mijn hoofd Het volgende stukje is weer de inleiding van de interviewer: Voor Paula is het harde geluid van haar tinnitus meer dan overlast. Het is intussen een betrouwbaar lichaamssignaal geworden. En de vraag die ik dus had gekregen: Je schrijft dat tinnitus voor jou soms een signaal kan zijn van spanning, ziekte of een aanval van draaiduizeligheid. Hoe heb je geleerd om dat signaal beter te herkennen? En ik heb geantwoord: Dat heb ik pas geleerd toen ik de aanvallen van draaiduizeligheid kreeg als gevolg van de Ménière. Vlak voor en tijdens een aanval is de tinnitus zeer luid. Toen ik dat doorkreeg, merkte ik op dat het luider worden een signaalfunctie heeft. Ik kan ernaar luisteren. En een stap terugzetten. Of het negeren, met alle gevolgen van dien. En elke keer kan ik de keuze maken, wat te doen als de tinnitus weer overal bovenuit komt!? En dan de interviewer weer: In haar coachingspraktijk werkt Paula met mensen die middenin het leven staan en worstelen met de gevolgen van tinnitus. Wat staat er centraal in die begeleiding? En de precieze vraag die ik kreeg: In je werk wil je mensen in beweging brengen, activeren en versterken. Hoe vertaal je dat naar de begeleiding van mensen met tinnitus? Wat ik aan heb gegeven: De meeste mensen die tinnitus hebben en bij mij komen voor begeleiding, staan volop in het leven en hebben een intensieve baan. In hun omgeving is er weinig begrip voor de last die ze ervaren door de tinnitus. In de coaching gaat het over energie-management, het leren omgaan met emoties en grenzen aangeven. Het gaat ook over de communicatie. Hoe leg ik het uit? Wat heb ik nodig van de ander? Wat kan ik zelf anders aanpakken? Als er sprake is van gehoorverlies, dan gaat het over het inzetten van de juiste hulpmiddelen en luisterstrategieën. En dan weer interviewer: Het grootste verlangen van iemand met tinnitus is dat het geluid stopt, maar wat als dat nu eenmaal niet gebeurt. Paula legt uit wat er dan wél mogelijk is. Nou, de vraag die ik kreeg: Veel mensen met tinnitus willen vooral dat het geluid stopt, wat verandert er wanneer iemand leert om er op een andere manier mee om te gaan? En ik heb als antwoord gegeven: Als de persoon met tinnitus eenmaal beseft en zich erbij neerlegt dat het geluid niet weggaat, dan komt er ruimte om te ontdekken wat er anders kan. Dat gaat niet vanzelf! Het is een proces dat aandacht vraagt en tijd! Je gaat op zoek naar informatie om beter te begrijpen wat tinnitus is. En hoe je er anders mee om kunt leren gaan. Er komt een omslag in het denken ten aanzien van dat voortdurende geluid in de hoofd. En dan de interviewer weer: In haar boek combineert Paula haar persoonlijke verhalen met toegankelijke uitleg over hoe het oor werkt. En dat is geen toeval. De vraag die ik daarover kreeg: Je boek combineert persoonlijke ervaringen met uitleg over tinnitus en hoe het oor werkt. Waarom vond je die combinatie belangrijk? En mijn antwoord: De meeste mensen met tinnitus hebben ook een vorm van gehoorverlies. Maar het is nooit goed uitgelegd hoe dat werkt en wat voor soort gehoorverlies het is. En die kennis is nodig om te begrijpen waar de ve...

  • S11 · E18
    June 24 · 9 min

    18 Deinen

    Deinen op de golven van het leven... fragment van een tekst van Bert Sloots. Heel gek dat ik dan over de zwaartekracht ga hebben en (alweer) over traplopen. Maar uiteindelijk gaat het toch over het deinen op de golven van het leven. (foto van een tijdje geleden bij de zee in Zeeland, gemaakt door Roel Hijne) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 18: Deinen. 'Deinen op de golven van het leven. Langs de trillingen van de tijd. Elke dag opnieuw ervaren door welke kracht je wordt geleid.' Dit is een fragment van een tekst van Bert Sloots van 'Even Epibreren' en die had de titel: Bewustzijn. Die heb ik opgeschreven vorig jaar, die tekst. En ook nog een andere tekst: 'Pas als je ophoudt het leven te beheersen, begint het je te verrassen.' Dat is een opmerking van Alan Watts. En deze teksten die las ik vorig jaar in de zomer, in augustus, toen we op de camping waren, in Zeeland. En die teksten die passen wel een beetje bij elkaar. En als je ophoudt het leven te beheersen, ja, als ik namelijk niet mijn leven meer beheers, dan kan ik deinen op de golven. En alleen ervaren, in plaats van hard werken om aan alles te voldoen aan wat anderen zouden willen en wat ik mezelf opleg, natuurlijk. In dat fragment van Bert Sloots gaat het over de kracht, door welke kracht je wordt geleid. Door welke kracht word ik geleid? En dan komt direct in mij op: de zwaartekracht. Deze speciale kracht -waarvan ik niet eens precies weet hoe die werkt- die zorgt ervoor dat ik aan of met de aarde verbonden blijf. En waardoor ik kan lopen en fietsen en bewegen. En tegen de zwaartekracht ingaan dan is dat zwaar en dat ervaar ik elke keer weer als ik de trap op ga. Ja, een trap, het maakt eigenlijk niet uit wat voor een trap dat is. Kom ik weer hè, met mijn trap, traplopen, blijf dat zo lang mogelijk doen. Maar de lengte en de steilte van de trap die doet er wel toe. En of er een leuning is. Ook hoe groot de treden zijn. Oh ja, dan maakt het dus wel uit wat voor een trap het is. Is ie van steen? Of van hout? Of van aarde met kleine boomstammetjes? Is ie van staal? En ook waar de trap is, dat maakt ook uit. Binnen, in huis of een gebouw. Of buiten. Dan speelt ook altijd de weerkaatsing van de voetstappen, die spelen mee. Zoals in een gesloten trappenhuis. En dan vind ik mijn eigen stappen horen, vind ik best fijn. Maar andere voetstappen tegelijk horen, die ook die trap af gaan in zo'n gesloten trappenhuis en die dan in een ander ritme lopen, dat kan dan heel hinderlijk zijn. Dan, dan klopt dat niet, dat geluid, met mijn eigen bewegingen. En dan kan ik met moeite verder lopen. Dan moet ik zó geconcentreerd op mijn eigen stappen letten en goed blijven kijken waar ik mijn voeten neerzet. Maar ook zo'n hoge, metalen trap. Zo één die helemaal open is, waarvan de treden helemaal open zijn. Dat vind ik ook heel moeilijk. Want je kunt dan steeds de grond zien. En je ziet dan ook de hoogte waar je bent. En buiten, op een stenen trap met pittige zijwind, dat is ook heel lastig. Die trap die ken ik wel, want in Zoutelande heb je die vanaf de boulevard, heb je een hele trap omhoog om aan de andere kant dan bij het strand te komen van de Westerschelde. En als het daar dan heel hard waait, dan is dat een hele lastige trap om op te lopen. En helemaal als dus die zijwind dus zó hard is, vooral de zijwind, dan ben ik met verschillende dingen tegelijk bezig. Ik ben met mijn eigen stappen bezig, hoe zet ik mijn voeten neer? En waar? En ik ben me dan ook aan het overeind houden, in plaats van opzij geblazen ze worden. En ook ..ehm.. de wind die door mijn haren gaat en die dan voor mijn ogen geblazen worden, dan kan ik het weer even niet zo goed zien en natuurlijk mijn ademhaling reguleren. En ook al die mensen die ook op die trap lopen, waar je rekening mee moet houden. Die dan ineens stoppen halverwege de trap terwijl jij door wil lopen. Dus als het druk is op die trap, moet je ook altijd beter opletten. En om die trap op te lopen, heb je natuurlijk echt die conditie nodig. Af lopen is dan veel meer rekening houden met je evenwicht. Is best een moeilijke evenwichtsoefening. En ik sta best verbaasd hoe veel mensen hier in Zeeland, bij Zoutelande, verderop heb je van die hele hoge, houten trappen, vanaf de duin waar je dan omhoog moet om dan aan de andere kant naar beneden te gaan naar het strand. Hoeveel mensen die trappen ook nemen! En eigenlijk vind ik dat ook wel fijn om te weten, dat er nog zo veel mensen zijn die die trappen gewoon gebruiken! Ja en al deze woorden, kom ik toch weer uit op die trap. Naar aanleiding van dat woord kracht. Wat doet denken bij mij aan de zwaartekracht. Maar ik vertelde aan het begin van deze aflevering: deinen op de golven van het leven. En dat is natuurlijk een metafoor. Dat beleef ik niet in het echt, want al jaren, komen we in de vakantie op het strand, zonder dat ik ga zwemmen in de zee. Vroeger deed ik dat wel, toen de kinderen ook nog klein waren. Maar tegenwoordig ga ik dat niet meer zo gauw doen. En dat deinen op die golven, ik weet hoe het voelt. Maar dat zijn dan wel ervaringen van lang geleden, want nu zou mijn lijf dat helemaal niet meer kunnen handlen. Als ik nou op een luchtbedje ga of op een ..ehm.. strandbal en dat ik daarop ga drijven, in die golven blijven maar heen en weer gaan. Ik geloof niet dat ik dat op dat moment wel heel fijn vind, maar niet als ik dan uit het water kom en weer ja, rechtop moet gaan lopen. Ik ben bang dat ik dan heel draaierig ga worden. Maar als metafoor kan ik dat natuurlijk wel gebruiken. Deinen op de golven, is ook meebewegen met de stroom van het leven. Steeds weer. Maar ja, dan gebeurt er toch weer iets vreemds in mijn hoofd. Als ik meebeweeg met de stroom van het leven, zoals nu op de vakantie, niets ligt vast, dan kan dat zo weer anders zijn! In plaats van de zon blijft het regenen. De riolering hier die stuk is en waarbij niet duidelijk is wanneer hij gemaakt is. Ja daar moet ik wat mee, vind ik dat erg of niet? Onze zoon die toch nog een paar dagen komt kamperen. Dan voelt het toch allemaal alsof ik het leven in mijn hand houd, dat ik het leven juist wél beheers. Alleen is dat wel vanuit een ontspannenheid en niet in een krampachtig vasthouden. En zo wil ik mijn hele leven altijd wel beheersen. Want juist dan kan ik me ook laten verrassen door iets wat om me heen gebeurt. Dan is er wel een voorwaarde nodig, dat is om in beweging te zijn en te blijven. Om mee heen te kijken. Om te luisteren. Zoals van de week, hoorden we en zagen we de wulpen en de regenwulpen. Ja, wat ik wel een fijn geluid vind, is de regen op de tent. En die kan ik alleen horen met mijn hoortoestellen in, want anders hoor wel iets, maar dan weet ik niet precies wat ik hoor. Dan herken ik het niet als regen. Maar de regen die is ook fijn, want die maakt mijn huid nat, tijdens het fietsen. Dan krijg ik natte handen, natte armen, natte benen. En als ik dan echt goed voel, dan is het eigenlijk heerlijk! Helemaal in de zomer dan hè! In de winter vind ik dat niet fijn. En het enige wat ik lastig vond, toen het zo ongelofelijk hard een keer regende, was eigenlijk de zorg om mijn hoortoestellen. Want die mogen niet kletsnat worden. Maar vaker is het in de zomer, dat ik de zon op mijn gezicht voel. Dat is natuurlijk veel lekkerder! En nu zijn we ook weer op vakantie. En op vakantie is het dan heerlijk om zelf te bepalen wat ik ga doen. Dan ga ik even schrijven. Of lezen. Of haken. Of tekenen. En ook, ik bepaal zelf wat ik schrijf, en wat ik lees en wat ik ga maken. En dat doe ik allemaal in eigen tempo. En af en toe doen we een spelletje samen. Een gezelschapsspelletje. En we gaan er ook vaak erop uit! Ja, en waarnaartoe? Ja, dan fietsen we naar Oostkapelle of naar Zoutelande of naar Middelburg. En dan via welke route, dat weten we niet altijd van tevoren, want er zijn zoveel weggetjes naar al die plaatsen. En dan gaan we niet alleen de knooppuntroutes volgen, want er zijn zo veel weggetjes die je nog niet eerder bewust hebben gefietst. Elke keer weer. En zo leuk om die te ontdekken. En ik denk dat we ook straks naar Middelburg gaan. Dat is nu het plan. Maar het kan ook nog helemaal anders worden. Ja en dan is het ook goed, want ja, dat is natuurlijk dat mee stromen. Of te wel het deinen op de golven. Ik ga verder genieten van mijn vakantie. Dit was seizoen 11, aflevering 18: Deinen, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer!

  • S11 · E17
    June 17 · 8 min

    17 Campinggevoel

    Mijn hele leven heb ik gekampeerd, eerst in een tent, tegenwoordig in de caravan. Op de camping is er tijd om me over te geven aan al die langs dwarrelende gedachten. (eigen foto van de caravan, met tent, op de camping) Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 17: Campinggevoel. Bestaat er zoiets als een campinggevoel? En wat is dat dan? Voor mij is dat in ieder geval een vorm van genieten op een klein plekje. Vroeger was dat een piepkleine tent. En met het gezin hadden we een 6-persoons tent, met alle ruimte voor de tassen met kleding en spullen en voor het eten koken. En we namen dan wel een aanhangwagen mee, want zonder zou het allemaal niet mee kunnen. Toen de jongens niet meer meegingen, hebben we volgens mij nog één keer met die tent gekampeerd, met die grote tent. En daarna hebben we een nieuwe gekocht. Een 4-persoons tent, iets kleiner. Maar wel met voldoende ruimte. En met een diepe, vaste luifel. En ook daarmee was het precies goed. Groot genoeg ook. Ook als het regende. Tegenwoordig hebben we een caravan. Wat dat betreft hebben we nu de meeste ruimte tijdens het kamperen. Veel meer dan wat we vroeger dus hadden in die tenten. Een caravan met alle kookspullen, al het eten en de kleding en de handdoeken, alles kan dan in de kasten in de caravan. Zit niet meer in bakken, het zit niet meer in de koffer. Zelfs alle boeken en mijn knutselspullen hebben dan een plekje in die caravan. Daarnaast hebben we ook een hele grote tent, een voortent. En die is 3 meter diep en ook daar hebben we heel veel leefruimte. En in de zomer zitten we dan ook helemaal niet in de caravan, want we zitten eigenlijk altijd in de voortent of gewoon natuurlijk lekker buiten. Eigenlijk gebruiken we de caravan alleen maar om alle spullen op te bergen en om daar te slapen. We hebben een vast bed met een goed matras. En verder zijn we dus weinig in die caravan. En dan heel soms, dan werk ik wel eventjes op de computer, dan ga ik wel binnen zitten, aan tafel, op de bank. We hebben ook nieuwe kussens, nieuwe kleur van de stof van de kussens. En verder hebben we ook nog een petluifel en een diepe ja, luxe luifel noemen ze dat. We hebben ongelooflijk veel leefruimte op dit moment op camping. En samen is dat met de caravan wel meer dan 8 meter diep, bij elkaar. Het is natuurlijk groot zat met z'n tweetjes. Ik noem het ook wel eens dat we nu luxe kamperen. En we hebben ook dan een hele ruime plek nodig. Hoewel de caravan zelf helemaal niet zo groot is. We hebben een kleine caravan. Maar de ruimte die we er verder bij hebben door de voortent, maakt dat we toch een ruime plek nodig hebben. Dus we zoeken ook altijd een camping waar dat ook is. Wel een camping waar we niet de auto bij de caravan mogen neerzetten. Want ik vind het heel fijn dat er geen auto vlakbij staat. En de plek waar we nu zitten, kijken we over het hele veld heen. En naast de tent en caravan hebben we nog een heel stuk voor een klein tentje, voor als onze zoon komt logeren. Maar ook waar we zelf in de schaduw kunnen zitten van de boom bij warm weer. Ja, en de temperatuur is wel heel aangenaam. Zo rond je 20 graden. Vind ik wel heel fijn. Er is wel veel wind geweest de afgelopen dagen. Maar onder de luifel zittend merk je daar eigenlijk heel weinig van. Dan is die luifel ook wel een windvanger. Zoals je vroeger zo'n windscherm neerzette. Maar wat is nu het campinggevoel, behalve de spullen waarmee we kamperen? Ik weet nog op de derde dag dat we op vakantie waren, dat ik even dacht, hoe moet ik al deze weken door komen op deze plek!? Dat was dus wel even wennen. Maar ja, nu vind ik het weer heerlijk. Komt ook door het prettige weer. Ja, door de leuke omgeving, mooie omgeving. Ja, gewoon, nee niet gewoon, de tijd nemen om ook lekker te lezen en te tekenen. En verder heel veel fietsen. Steeds even boodschappen doen. En af en toe ondernemen we nog wat andere dingen. Zoals naar een markt of naar een museum of iets dergelijks. Of we maken een hele lange fietstocht. Dat we met de fietsknopen-route een hele route uitzetten en dan gaan we dat heerlijk fietsen. En af en toe een beetje wandelen door het dorpje hier in de omgeving. Of we fietsen ergens naartoe, waar we daar een wandeling gaan maken. Natuurlijk ook naar de grote stad. Daar kunnen we ook heerlijk wandelen. En niets moet! Ik zit ook nauwelijks ook op de telefoon, vind ik ook heel fijn. En dan doe ik eigenlijk geen werk. Eigenlijk ook helemaal geen PR-acties. En dat vind ik wel lekker zo! Wat ik dus doe is wel lezen. En wat las ik nou? Een quote van Erik Zuydam: 'Het denken maakt onophoudelijk lawaai. Hoe zou het de stilte kunnen begrijpen?' Vanochtend vroeg mijn man -we lagen nog in bed en hij merkte al dat ik wakker was- en hij vroeg: waar lig je allemaal aan te denken? Dus ik dacht terug aan wat heb ik nou net allemaal had ,gedacht? Nou, dat was ..ehm.. wat doe ik strakjes aan? Doe ik de jurk van gisteren aan of doe ik een andere jurk aan of iets heel anders? Een broek met een shirt of zal ik me overdag nog een keer omkleden als het te warm wordt? En ook, ik ga straks even de tent voor een groot deel open doen, want dan kan de wind er doorheen. Maar dan moet ik wel een krukje pakken voor de rits want die rits zit zó hoog. Maar dan moet ik het krukje wel goed uitklappen zodat ik er veilig op kan staan. En ik dacht: voor het ontbijt kan ik het beste eerst het theewater opzetten en daarna pas de spullen klaarzetten voor het eten. Maar ja, enzovoort. Al die gedachten die gingen over de komende momenten in de caravan en de tent. Dus hele actuele, praktische gedachten, ja die gewoon uit te voeren zijn! En dan zeggen ze in die quote: 'het denken maakt onophoudelijk lawaai'. Nou, ik was dus de hele tijd aan het denken, maar is dat dan lawaai!? Had ik er last van? Of wilde ik liever nog slapen? Nou volgens mij allemaal niet. Het denken is er inderdaad altijd. Het staat nooit stil. Ik associeer het alleen niet met lawaai. Net zoals ik het harde tinnitus-geluid geen herrie of lawaai meer noem. En dan het 2e deel van die quote: 'hoe zou het de stilte kunnen begrijpen?' Dus hoe zou het denken dan de stilte kunnen begrijpen? Nou dat ligt er dan aan wat of welke stilte er wordt bedoeld. Afwezigheid van geluid is het niet, in deze quote. De gedachten die er niet zijn, dat zal wel bedoeld worden. Maar ik gaf net al aan, gedachten zijn er altijd. Alleen ben ik er niet altijd van bewust dat ik aan het denken ben! Ook wel een gekke gedachte. De gedachten die vallen gewoon binnen en die gaan dan met me op de loop. Of ze dwarrelen even langs. Even zo, een zijdelingse gedachte. En dan ga ik terug naar waar ik nu mee bezig ben. En die gedachten, ja die zijn er nu natuurlijk wel in het hier en nu. Zo van; ik ben nu aan het vertellen en ik voel nu de warmte. Ik voel de wind, die een beetje koud is. Ik voel het schapenvel op de stoel als ik zit op de stoel. Ik voel dat mijn ogen weer druppeltjes nodig hebben, want mijn ogen worden veel te droog. En mijn zoon die belde net. Ja, heerlijk om daar even mee te praten. Dan hoor ik de bomen ruisen. En daardoor weet ik dat er best veel wind is. Dat hoor je aan het geluid van de bomen. En vlak voor me staat een hazelaar. En dan komt er weer een gedachte: de hazelaar thuis in de tuin die wordt we heel groot. Laten we die nou staan of moet deze uit de tuin? Ja, en zo zijn er dus voortdurend van die buitelende gedachten. En dat gebeurt heel vaak in stilte. Ja, en dan heb ik daar even een gedichtje van gemaakt. We zijn op vakantie aan zee. Niet direct aan zee, we moeten daar wel naartoe fietsen, maar hoe dat dan aan zee gaat, daar heb ik de volgende tekst voor: Zee Schuimende golven spoelen mijn gedachten schoon en de wind neemt ze mee. Dit was seizoen 11, aflevering 17: Campinggevoel! Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!

  • S11 · E16
    June 10 · 16 min

    16 Bewegen is noodzaak

    Hoe belangrijk het is voor mij om te blijven bewegen, om mijn evenwicht 'sterk' te houden, leg ik uit in deze aflevering. Maar eigenlijk is het voor iedereen van belang, volgens Erik Scherder. (eigen foto genomen op het strand, lopen door het zand is zwaar). Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak dit naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat boek over ons fysieke evenwicht. Over hoe ons evenwicht werkt en ik deel daar graag nog extra informatie over. Ook de ervaringen die ik ermee heb en waarom ik bepaalde dingen doe zoals ik ze nu doe. En dit is weer zo'n aflevering over het evenwicht. Dit is seizoen 11, aflevering 16: Bewegen is noodzaak. Op 6 mei dit jaar was er een ondernemersevent georganiseerd door Zakelijk Zeewolde. (Zeewolde Zakelijk red.) En daar kwam Erik Scherder spreken. Erik Scherder, de man die bekend is over dat ie alles weet over dat brein. En ook het enthousiasme waarmee hij dat dan brengt, hij deelt dat graag. Dat is duidelijk. En dat heeft hij ook tijdens die presentatie gedaan op 6 mei. Er waren zo'n 100 ondernemers uit Zeewolde die daarvoor hadden aangemeld. Het was een volle zaal. En ik kwam daarbinnen en ik zag die, nou best wel ruime zaal. Toen heb ik meteen gevraagd aan de organisatie: mag ik vooraan zitten, een beetje vooraan, want ik dan ik hem heel goed volgen, want ik heb gehoorverlies en ik wil hem wel heel graag kunnen horen. Ik had geen schrijftolk meegenomen. Achteraf maar goed ook, want Erik Scherder wil nog wel eens heel snel praten (ha), dat zou best wel ingewikkeld zijn voor een schrijftolk om dat precies te volgen. Ik mocht daar vooraan gaan zitten. Dat heb ik dan ook gedaan. En op een gegeven moment kwam Erik daar ook binnen, meneer Scherder. Ik zei ‘u’ tegen hem. Maar ik mocht gewoon Erik zeggen en ik heb hem een hand gegeven. Ik heb even mij voorgesteld, omdat ik vlakbij hem was. Hij stond er al bij het podium en dat was de plek waar ik ook zat. Want ik had het boek meegenomen: 'Evenwicht, in uitvoering', en dat boek wilde ik heel graag aan hem geven. Omdat hij weinig heeft over het evenwicht, vond ik dat wel interessant, zo van: dit boek heb ik daarover geschreven ..ehm.. misschien kunt u er iets mee (ha). Het leuke was, er waren eerst nog even een paar andere sprekers en naast mij bleef een plekje leeg en hij kwam daar toen zitten! Dus hij kwam naast mij zitten! En heb ik even nog uitgebreid met hem gesproken met hem over het boek. Ik heb het boek laten zien, ik zeg: 'dat wil ik u straks aanbieden'. Ik bleef ‘u’ zeggen dus. (ha!) Dus het was heel leuk dat hij naast mij zat terwijl we luisterden ook naar die andere mensen. En toen kwam hij, en hij ging zijn presentatie houden. Onder andere over de stof myeline die in de hersenen zit. Maar voordat ik het daarover ga hebben, wil ik even vertellen over de delen van de hersenen, zodat je snapt waar dan die myeline zit. Die hersenen van ons, de grote hersenen die bestaan uit twee helften. Je hebt een linker- en een rechterhelft. En dat is ook het grootste deel van de hersenen. En hier worden alle zenuwimpulsen getransformeerd tot beelden en symbolen, en woorden, getallen en ideeën. Het is ook het centrum van de bewuste denkprocessen en waarnemingen en ook voor het bewegen heel erg belangrijk. En dat bestaat uit twee lagen, die helften. Je hebt de hersenschors, de cortex en dit is de buitenste grijze massa en die wordt omgeven door drie hersenvliezen. En de hersenschors bestaat uit zenuwcellen. Dat zijn cellichamen die zorgen voor bewuste acties, zoals nadenken, bewegen, spreken en voelen. Maar in die hersenschors bevindt zich helemaal geen speciaal deeltje voor het evenwicht. En dat binnenste deel, dat is de witte massa en deze bestaat uit vezels. Of nog specifieker: axonen. En die witte massa die zorgt voor de verbinding tussen de twee hersenhelften, tussen bepaalde delen van de hersenschors binnen één hersenhelft én tussen de hersenschors en andere delen van het lichaam. En die grote hersenen de zijn verdeeld in vier kwabben en één van die kwabben, dat is de wandbeen-kwab. Het zit een beetje achter bovenaan, 'n beetje aan de zijkant zo. En hierin bevinden zich de gebieden voor de lichamelijke sensaties. En dat is waar Erik Scherder zich oprichtte, op die wandbeen-kwab, wat daar dan ook allemaal gebeurt met die lichamelijke sensaties. Die myeline, dat is een witte vettige stof en die zit rondom de uitlopers van die zenuwcellen, zit eigenlijk om die axonen heen. En daardoor, door die witte stof worden de zenuwsignalen sneller doorgestuurd. Bij beschadiging, dus als er minder myeline komt, dan wordt dat proces van overbrengen, dat wordt vertraagd. En door ouderdom zullen er automatisch wel beschadigingen komen. Maar om dit proces te vertragen, dat die myeline minder wordt, is bewegen één van die onderdelen die heel belangrijk is. En dat geldt dan niet alleen voor het ouder worden, want je hele leven lang is dat noodzakelijk. Ook bij kinderen en hiervoor pleit Erik Scherder ook, die geeft ook aan: kinderen moet veel meer bewegen. Vroeger was dat veel makkelijker. Gebeurde dat ook wel, maar tegenwoordig wordt er veel meer gezeten, mensen blijven veel meer zitten. Kinderen worden afgeleid door schermen. Zitten heel lang achter de computer, spelletjes te spelen. Allemaal dingen die niet fijn zijn om die myeline op die axonen om dat goed te blijven houden. En hij pleit er ook voor, dat als dat niet alleen thuis kan gebeuren, laat dan ook op school dat als onderdeel in het hele lesprogramma heel normaal worden. En daar is hij al jaren mee bezig om dat normaal te laten worden op school, dat er veel meer bewogen wordt. En ik vind dat wel weer gek, want ik weet zelf toen ik groep 3 had, en lesgaf, waarbij kinderen toch wat meer gingen zitten dan bij een kleuterklas, dat ik heel vaak liedjes tussendoor had, waarbij we ook altijd met bewegingen bezig waren. En dat was niet per se staan, het was ook wel zittend, maar dan wel met je handen en met je armen bewegen. Maar ik had ook genoeg ja, daar hield ik ook van, van bewegingsliedjes en dan gingen we allerlei liedjes doen en heen en weer lopen. En omhoog en omlaag. En draaien. Ik vond het zelf heel gewoon om wel die beweging in de les in te voeren. Maar het kan best zijn dat ik het nog veel te weinig heb gedaan. Dat ik dat zelfs nog meer had kunnen doen. En die Erik Scherder die pleit ervoor dat je per half uur dat je sowieso drie minuten even gaat bewegen. En dat kan op allerlei manieren. En ik geef steeds weer aan, voor mij is bewegen noodzaak. En dat komt, omdat mijn evenwicht niet helemaal goed meer werkt. Is het des te belangrijker om wel mijn spieren sterk te houden, om goed te blijven voelen wat je nou precies doet. Omdat de informatie die via de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Dus ik moet het van andere onderdelen, van andere zintuigen hebben. En gelukkig is dat bewegen iets wat ik zelf ook leuk vind om te doen! En er zijn wel eens dagen dat ik het iets te weinig doe. Maar ik ga sowieso een paar keer naar de sportschool. Ik ga op de fiets overal naartoe in het dorp. Als ik op een station ben, neem ik daar altijd te trap. Als ik een keer met de roltrap ga, dan is het omdat ik een zware koffer bij me heb die ik net een beetje te onhandig vind om de trap op te zeulen. Het ligt er een beetje aan hoe lang de trap is. Korte trappen zijn geen probleem. Dat doe je dan gewoon. Maar dan denk je ook bij bewegen heel vaak aan sporten. Ja, want het grappige is wel dat iedereen bij het woord bewegen automatisch dan aan sporten denkt. Maar er is natuurlijk veel meer! Ook het hele huishouden doen is een vorm van bewegen. Als ik ga stofzuigen of de ramen wassen, de was ophangen, het is allemaal een vorm van bewegen. Het is niet stil zitten! En dan is het ook van op welke manier je het doet. Je kunt dat heel snel doen, je kunt het heel rustig aan doen. Maar toch is elke vorm van het huishouden doen, als ik aan het koken ben, heen en weer lopen om spullen op te ruimen, dat hoort allemaal bij bewegen. En ik noemde het net al ook, dat openbaar vervoer, dat ..ehm.. ik ga altijd lopend naar de bushalte toe. Nou is die ook vlakbij, dus het kan ook heel goed. En dat ik de trappen op en af loop. Waarbij weer dat traplopen, is een beetje mijn stokpaardje. ..ehm.. omhoog lopen dat is heel goed voor je conditie. En om je hart even harder te laten slaan. En naar beneden lopen is goed voor dat evenwichtsgevoel en voor die spieren ook natuurlijk. Trouwens bij omhoog lopen heb je net zo goed te maken met je spieren, want dat kan behoorlijk vermoeiend zijn. En dan in huis, gelukkig, als ik de was doe en ik ben helemaal beneden, moet ik twee trappen omhoog. En als ik dat achter elkaar doe, dan merk ik ook het verschil als ik het een tijd niet heb gedaan, dan is twee trappen oplopen al behoorlijk vermoeiend. Maar heb ik dat alweer vaker gedaan, dan wordt het steeds makkelijker. Dus het is ook hoe vaker je het doet, hoe makkelijker je dat kan doen. En dan is het de kunst op een gegeven moment om weer wat sneller te lopen. En daar zit ik wel tot een bepaalde grens. Want bepaalde dingen kan ik nog heel goed doen. Maar bepaalde dingen lukken ook niet. Als ik de trap op loop heb ik heel vaak nog wel de leuning nodig. En er zijn genoeg mensen die zonder leuning de trap op kunnen. En doe dat vooral! En doe dat met stevige stappen en doorstappen! Maar heb je last van je evenwicht, gebruik dan de trapleuning. Want daar is ie voor. Ja, wandelen is ook een vorm van bewegen. Maar als je dat heel saai vindt, dan kun je ook als je een hele middag gaat winkelen, dat is ook een vorm van bewegen. Als je dan steeds heen en weer loopt van winkel in en winkel uit. In de winkel zelf heen en weer lopen. Dat is ook allemaal een vorm van bewegen. En als je boodschappen doet, ook dat kun je op versch...

  • S11 · E15
    June 3 · 8 min

    15 Avontuur

    Wat is avontuur voor mij? Kan dat ook in het klein? Hoe kan ik op avontuur in mijn eigen huis? De quote die ik deel is van Denise Jarvie. (Foto gemaakt op Texel) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik vertel graag over het fysieke evenwicht en ook over de beperkingen waar ik mee te maken heb. En af en toe komen er van die filosofische gedachten ook langs. En ook dat vind ik leuk om te delen in deze podcast. Dit is er ook weer zo één. Dit is seizoen 11, aflevering 15: Avontuur. En ik begin wel vaker met een tekst die ik heb gevonden, die ik ergens gelezen heb, die schrijf ik dan ook over. En daar ga ik dan over nadenken. En dit is die tekst: Het wiel van het leven draait voortdurend. Omarm verandering. En laat je leuke, speelse zelf het avontuur van het leven ontdekken. Wat mij hierin triggerde was die laatste zin. Het avontuur van het leven ontdekken! Dan stel ik meteen zelf de vraag: is het leven een avontuur? Of anders gesteld: hoe leef ik als ik het leven als een avontuur zie? Hoe zou ik dan leven? Want ik weet niet of ik het als een avontuur beleef. Als dat zo zou zijn, dan is elke dag wakker worden een dag vol verwachting! Wat ga ik vandaag meemaken? Wat ga ik leren? Wie ga ontmoeten? ..Ehm.. waar kan ik aan beginnen of afronden? En dan vol verwachting met open armen zien en doen wat ik ga doen! En als er dan een afspraak is, ook dan kan ik dat in verwachting aangaan. En als ik iets heb voorbereid, iets voor de oefengroep of een interview voor de radio of een presentatie, dan kan ik mij wel een voorstelling maken, alleen kan het dan totáál anders gaan. En dan is het een kwestie van meebewegen. Zien wat er gebeurt. Dat ik dan ga luisteren, dat ik ga helpen. En vooral aanwezig zijn. Maar kan dat allemaal onder avontuur vallen. Is avontuur niet iets wat groots en meeslepend zou moeten zijn? Nieuwe dingen ontdekken. Andere culturen ontmoeten. Kan avontuur er dagelijks zijn? In mijn eigen omgeving? Met steeds weer dezelfde mensen? Maar zo zou ik het wel graag willen zien! Als ik elke dag met verwachting en met een fijne, leuke, blije energie opsta, en dan uitkijk naar wat mij vandaag gaat verrassen? In de overtuiging dat er elke dag verrassende dingen gebeuren. Ongeacht de afspraak. Of de vaste gewoonte. Uitkijken naar wat de dag zal brengen. Wat zou dat een fijn gevoel zijn! En wat als je het avontuur van het leven hebt ontdekt? Is dan het leven klaar? Of houdt de ontdekking nooit op? Is er geen eindpunt? Misschien is zelfs de dood helemaal geen eindpunt. Deze tekst heb ik een paar jaar geleden geschreven. Toen ik het interview ging doen met Reina Janssen. Ik heb Reina Janssen in die tijd, 2023, geïnterviewd omdat ze toen gehoord had dat ze niet meer zo lang had te leven. Door een aandoening in haar lijf, ja, die ervoor zorgde dat haar leven een stuk korter zou worden. Ze wist dat ze dood zou gaan. En dat zou een paar maanden duren. En gelukkig heeft dat nog een hele tijd geduurd. Ze heeft gekozen om geen behandeling te doen. En als je daar meer over wilt weten? Ik heb toen in 2023 daar een heel interview met haar gehouden, dat staat ook in deze podcast: De sprong naar het einde. En uiteindelijk is ze in 2025 overleden. En af en toe denk ik daaraan terug. Aan hoe dat voor haar moet zijn geweest. Deze tekst heb ik geschreven 'Het avontuur van het leven ontdekken', vlak voordat ik dat interview met haar ging doen. En recent heb ik een tekst geschreven, naar aanleiding van een uitspraak van Socrates: 'De reis naar wijsheid begint met het kennen van jezelf'. En de vraag die daarbij stond, bij de tekst, bij deze tekst: welk advies zou je aan jezelf geven als je jezelf als buitenstaander zou observeren? Nou, dat heb ik opgeschreven: welk advies zou ik mezelf geven, dus de tekst die ik ga voorlezen is de tekst die ik aan mezelf geef, maar dan als buitenstaander, dus als iemand die dat tegen mij dan zegt: ‘En ik kwam tot de conclusie dat het elke keer op hetzelfde komt van: blijf jezelf! Blijf jezelf! Dat doe je al goed. Als iemand kritiek heeft, zie dat als mogelijkheid om van te leren. En zelfs als die kritiek niet klopt -want het kan ook bij de ander liggen- neem dan regel 6 voor ogen. En regel 6 gaat als volgt: neem jezelf niet zo serieus! Die regel kan helpen in tijden dat je je toch onzeker voelt. Als die kritische noot je raakt. En bekijk het dan eens met andere ogen. Ga omdenken! Hoe kan je het anders aanvliegen? Blijf jezelf! Juist op dat soort momenten. En als je elk moment met aandacht voelt en doet, horen daar ook de gevoelens bij die onrust veroorzaken. En dat is helemaal niet erg! Slaap er een nachtje over. En dan is het al makkelijker om terug te kijken. Leer ervan! Dan groeit ook je mensenkennis! Blijf jezelf. Elk moment! Adem in. Adem uit. Wees mild. Wees integer. En er gaat al zo veel goed. En geniet daarvan! Ga je op andere manieren uiten. Ga tekenen. Ga iets maken met je handen. Ga beelden maken. En ruim de knutselspullen op, zodat je er mee aan het werk kunt. Nogmaals, werk met je handen!’ Ja deze tekst heb ik pas geleden dan ook gemaakt. En ook dat, ja, de reis naar wijsheid begint met het kennen van jezelf. Dat kan ook al een heel avontuur zijn. En als laatste geef ik mezelf die opdracht om veel meer te gaan creëren. Dit is alweer maanden geleden dat ik dit geschreven heb, en nóg ben ik er niet mee bezig. Ben wel aan het haken. Ben wel aan het puzzelen en een beetje aan het tekenen. Maar écht groots creëren? Dat heb ik nog steeds niet gedaan. En ik wil het zo graag en ik weet niet goed wat mij tegenhoudt. Durf ik dat avontuur niet aan te gaan? En als ik dan elk kunstwerk als een soort avontuur zie, dan kan ik gewoon hier in mijn eigen kleine ruimte elke keer dat avontuur aangaan. Dan is het niet een groot avontuur met naar buiten gaan, naar het buitenland, andere mensen ontmoeten, andere culturen leren kennen. Dan kan ik dat gewoon hier op een paar vierkante meter voor mekaar krijgen. Hoe leuk zou dat zijn! Dan is het avontuur eigenlijk overal toch te vinden!? En hier hou ik het bij. Een korte aflevering. Ja, het is ook vlak voordat we op vakantie gaan. Dus het is fijn om dit nu even te delen. Onze vakantie gaan we niet groots en meeslepend doen met een groot avontuur. We gaan in Nederland kamperen, op een camping waar we vaker zijn geweest. En wie weet, vind ik daar toch ook elke dag wel een stukje avontuur. En voelt het avontuurlijk, omdat we toch weer een andere weg fietsen, dat we andere mensen ontmoeten. Maar dan, ja, wat in het klein. Voor mij is avontuur niet per se iets heel groots dus. Dit was seizoen 11, aflevering 15: Avontuur. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Ik ben benieuwd wat jij gaat doen als je op avontuur gaat. Dank je wel voor het luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En tot de volgende keer!

  • S11 · E14
    May 27 · 14 min

    14 Richtingsgevoel

    Een goed richtingsgevoel heb ik geërfd van mijn vader. Ik ben daar heel blij mee. Zo kan ik overal komen en de weg terug herinneren. Voor een goed richtingsgevoel heb je dan ook je geheugen nodig. (eigen foto van papieren plattegronden) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dit is seizoen 11, aflevering 14: Richtingsgevoel. In het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik het over functie 2, ruimtelijke oriëntatie. Want om goed te kunnen bewegen in je omgeving, is een goede ruimtelijke oriëntatie nodig. En wat is dan ruimtelijke oriëntatie? Dat is het vermogen je plaats te bepalen ten opzichte van de aarde en andere objecten op de aarde. En de evenwichtsorganen, die verdeeld zijn in de statoliet-organen en de halfcirkelvormige kanalen, die zorgen daar samen voor. Maar die evenwichtsorganen doen dit niet alleen. Er zijn meerdere factoren belangrijk voor een goede, ruimtelijke oriëntatie. Dat zijn de ogen, de oren en ook het geheugen. En één specifiek onderdeel van die ruimtelijke oriëntatie is het richtingsgevoel. En daar wil ik het deze podcast met je over hebben. Míjn richtingsgevoel. Bij richtingsgevoel gaat het om, ja eigenlijk het ordenen van visuele informatie. En dat kun je op twee manieren doen. Dat kun je doen door herkenningspunten, dat je die onthoudt. Dus daar is het geheugen echt heel belangrijk bij. Of de afstanden of die richting onthouden. Ook dan is het geheugen dus heel belangrijk. En dan gaat het over bijvoorbeeld dat je nog weet: 2e weg rechts. Of aan het einde van het pad moet ik linksaf. En ik denk dat ik een combinatie van die twee heb. Dat ik zowel herkenningspunten gebruik als dat ik de richting onthoud. Het zijn bij mij vaak ook de beelden van de omgeving die bij me blijven. Ik denk dat ik dat richtingsgevoel geërfd heb van mijn vader. Als ik namelijk ergens een keer ben geweest, dan onthoud ik hoe ik daar kan komen. Mijn vader had dat ook. Mijn vader die moest echt alles vanaf een plattegrond lezen om de weg te vinden. Je had toen nog geen navigatiesysteem, zoals we dat zo mooi nu hebben. En hij reed heel Nederland door. Voor zijn werk moest hij overal naartoe. Dus hij had dan altijd een kaart bij zich van, ja de hele plattegrond van Nederland en ook waarschijnlijk de plattegronden van al die verschillende plaatsen. Dan had je nog niet van die wegenboeken waar alle plaatsen in staan. Maar het voordeel voor hem was, als hij één keer ergens was geweest, dan wist ie de volgende keer precies hoe hij moest rijden. Sowieso wist ie alle grote wegen, hoe ie moest komen bij al die steden, die wist hij allemaal al uit zijn hoofd. En dan ook binnen de stad waar hij dan moest zijn, dat onthield hij ook als hij daar één keer was geweest. Hij verdwaalde ook nooit. Nou heb ik nog wel eens, dat ik kan verdwalen, maar dan heeft het met andere omstandigheden te maken. Maar ik heb wel dat richtingsgevoel. Ik weet ook nog bijvoorbeeld precies hoe ons huis in Vlaardingen er uit zag. We woonden daar in een flat. En ik weet nog precies hoe die flat eruitzag. Ik kan hem eigenlijk nog helemaal zo tekenen, van wat waar was. En ik weet ook nog de weg hoe ik dan vanuit huis naar school liep. En dan moet je bedenken, ik was een jaar of 4, nou dan zal ik met mijn moeder nog naar school zijn gegaan, dat zij me altijd bracht. Maar ik denk dat ik met een jaar of 6 al alleen naar school liep en ik weet nog de weg hoe ik moest lopen! Via de stoep langs de sporthal, langs het sportveld en ook daar de bocht om en dan kwam ik langs eerst een andere school en dan de tweede school, daar moest ik dan zijn. Ik weet zelfs nog waar mijn vriendinnen woonden! Oh ja, dan moet je daar door lopen en dan kom je op een gegeven moment daar bij die en die flat. Die beelden, die heb ik nog steeds ja, op mijn netvlies! Die kan ik terug halen. En zo weet ik ook nog dat wij vroeger gekampeerd hebben in Brielle op de camping. We hadden daar met de caravan en de tent een plek in de hoek van een veld. En ik weet nog precies hoe ik dan naar het toiletgebouw moest lopen. We hadden toen ook nog geen toilet in de caravan, dus je moest ook echt 's nachts eruit! We zullen ook wel eens een emmer hebben gebruikt, maar ik ben toch wel heel vaak daar naar dat toiletgebouw gelopen en ik weet nog precies waar dat dan was! En ook hoe we vanaf die campingplaats daar naar het water gingen. Waar we heel veel gezwommen hebben. En ik denk dat ik ook zelfs nog heel veel plekken weet waar wij later gekampeerd hebben. Ook toen ik zelf al volwassen was. Hoe dat dan eruitzag, waar we dan stonden ten opzichte ook van de ingang en ten opzichte van het toiletgebouw. Erg belangrijk als je aan het kamperen bent en je hebt zelf geen wc bij je, dan ga je toch vaak naar dat toiletgebouw. En zo weet ik nog heel veel wegen en weggetjes. Zo zijn er ook allerlei tussendoor weggetjes. Niet alleen op de camping, maar op allerlei plekken waar ik gewoond heb. Waar ik vaak ben geweest. Er zijn natuurlijk wel heel wat weggetjes gesneuveld in de loop der jaren en daar is nu een snelweg of er is een woonwijk. En toch kan ik nog wel aanwijzen, waar dat weggetje dan liep. Of waar die straat dan liep. Ik weet ook de straat waar ik geboren ben. Daar zijn wij, toen ik ouder was, toen woonden we niet meer in die plaats, ik ben in Almelo geboren. En ik weet dat ik daar geboren ben in een straat vlakbij de spoorwegovergang en die straat bestaat allang niet meer. Het is een hele grote brede weg geworden. Maar ik kan nog steeds aanwijzen in Almelo waar dat is geweest. Dat is dus niet altijd zo. Dat richtingsgevoel is niet altijd helemaal heel goed. We waren in februari in de Efteling en daar was ik in het begin heel erg zoekend. Want daar is zó veel veranderd! En ook wat nieuw voor me was! En aan het eind van de dag, toen we daar meerdere keren al heen en weer waren gelopen, toen wist ik wel een beetje hoe ik moest lopen. Van de ene naar de andere attractie en zo. En van daaruit wist ik dan ook wel, oh dan moeten we die kant op voor de uitgang. Want ik zag waar we eerder langs waren gelopen. Dus dan zijn het ook echt allemaal herkenningspunten die ik dan onthouden had. Toch heb ik een goede plattegrond gemist, want het liefst bekijk ik het dan van papier. Zoals mijn vader dat vroeger deed, op papier kijken. Dan heb ik dat op een gegeven moment wel in mijn hoofd zitten. En als ik op mijn telefoon kijk en dan GPS aanzet en dan dus ga kijken hoe ik dan zou moeten lopen, vind ik dat toch alweer lastiger. Dus ja, ik heb het liefst dat in mijn handen. Plat zo. Maar als ik eenmaal de weg weet, dan vergeet ik hem heel lang niet meer. Onze oudste zoon die heeft hetzelfde. Die heeft ook dat goede richtingsgevoel. En onze jongste zoon heeft dat richtingsgevoel niet. Tenminste, hij heeft het alleen als hij echt met aandacht om zich heen kijkt, dus heel bewust kijkt van hé, waar loop ik nu? En waar moet ik naartoe? Dan kan ie het een beetje onthouden. Beetje herkenbaar, dat heeft mijn man ook wel. Die vond het ook in de Efteling één grote chaos. Maar ook hij kan, net als allebei mijn zoons, heel goed op een plattegrond kijken en kunnen ze met een goede plattegrond ook overal komen. Gelukkig maar. Ergens vind ik dat wel gek, want een plattegrond, dat je alles van bovenaf bekijkt. Terwijl ik zelf de wereld nog nooit van bovenaf heb gezien! Ik heb nooit in een vliegtuig gezeten, nooit in een luchtballon of een helikopter. Alleen als ik hoog in een huis sta, op een flat of zo, dan heb ik nog wel eens dingen van bovenaf gezien. Maar dan is het ook toch wel weer vertekend. Maar geef mij maar die plattegrond om goed te kunnen kijken. Ja, wat kan ik nog meer zeggen over dat richtingsgevoel? Soms, als ik niet in slaap kom, dan bedenk ik het weggetje van de camping in Oostkapelle naar het strand toe. Dat was een klein tussendoor weggetje, een fietspad. En vlakbij de kerk daar kon je het fietspad op. En dat is een heel slingerweggetje, beetje langs de bebouwing, langs huizen heen. Als ik niet in slaap kan vallen, dan denk ik hoe die route ook alweer was. En we waren ook al een paar jaar niet in Zeeland op vakantie geweest, dus dan moet ik daar heel goed over nadenken hoe dat paadje ook alweer liep. Maar sinds twee jaar komen we wel weer in Zeeland en gaan we ook weer naar Walcheren, Oostkapelle, ligt op Walcheren. En dan fietsen we overal naartoe. Dus we hebben ook dat weggetje weer opgezocht daar in Oostkapelle. Dat kleine fietspaadje tussendoor naar het strand. En nou is de omgeving wel wat veranderd. Maar dat fietspad, dat is nog precies hetzelfde. Dat was toen al zo en dan praat ik over, ik denk wel 20 jaar geleden, en dat is nu nog steeds zo. En deze weg, ook dat fietspaadje, hebben we heel vaak gelopen. Want in de zomervakantie, als we dan naar Oostkapelle gingen, toen de kinderen nog klein waren, dan gingen we lopend naar het strand. Met een gehuurde bolderkar vol met strandspullen en de jongste die ging dan in de bolderkar en dan liepen we met de oudste zoon en wij met zijn tweeën liepen we de hele weg naar het strand. En dan kom je ook op een gegeven moment aan het eind van het fietspad, ga je weer een andere grote weg op en dan weer een stukje bos. En dan kom je bij de duinen. En de duinen ga je omhoog en omlaag. Meer dan een uur duurde dat dan, voordat je bij het strand was. En ook andersom, natuurlijk weer als je naar huis ging. Was altijd een hele tocht. Dus we hebben hem wel heel vaak gedaan. Dan is dat geheugen van dat weggetje, ja, dat is helemaal ingeprent. En het grappige is dat die weg dus nog precies hetzelfde is. En als we dan op de terugweg waren naar Oostkapelle, dan gingen we even langs de supermarkt boodschappen doen en zo liepen we dan door naar de camping. Zijn ook we...

Showing 1–20 of 20 episodes